'bowling for columbine'vanaf 13/11 in de bioscoop
...

'bowling for columbine'vanaf 13/11 in de bioscoop In zijn aanstekelijke debuutfilm Roger & Me ging Michael Moore op zoek naar het hoofd van General Motors om hem te confronteren met de menselijke miserie die de sluiting van een van zijn fabrieken veroorzaakte. Het succes van zijn oprecht ongedwongen en weergaloos grappige aanpak verzekerde hem van voldoende middelen om vervolgens de minstens even vermakelijke als kritische documentairereeksen TV Nation en The Awful Truth in te blikken, waarin de filmmaker afrekende met opportunistische politici en laakbare multinationals. In zijn bestseller Stupid White Men... and Other Sorry Excuses for the State of the Nation nam de filmmaker het vorig jaar ook op tegen George W. Bush. De publicatie van het boek ging als vanzelfsprekend gepaard met de nodige heisa en maakte van Michael Moore op slag vijand nummer één van de conservatieve beleidsmakers in de Verenigde Staten. Maar dat lijkt Moore alleen nog meer te motiveren. Met de knap onderbouwde documentaire Bowling for Columbine richt de filmmaker nu zijn gifpijlen op de lakse wapenwetgeving in zijn land. Vooral Charlton Heston, die zich als voorzitter van de National Rifle Association verzet tegen een strengere wetgeving, is de kop van Jut. Moore maakte zijn reportage naar aanleiding van het bloedbad dat twee studenten in 1999 aanrichtten in de Columbine high school in Littleton. Maar Amerika's obsessie voor vuurwapens werd onlangs opnieuw brandend actueel toen een sniper Washington wekenlang in een angstgreep hield. Moore noemt zichzelf geen documentairemaker. 'Ik haat documentaires', stelt hij onomwonden. 'Eigenlijk vind ik ze vervelend en volstrekt irrelevant. Ik ben een filmmaker. Ik gebruik de werkelijkheid louter om een verhaal te vertellen.' De werkelijkheid in Bowling for Columbine is alvast zo frappant dat in de persmap tot vervelens toe wordt herhaald dat Moore wel degelijk een echte patriot is. 'Zelf gebruik ik dat woord liever niet', zegt de filmmaker. ' I don't like it. Ik heb geprobeerd het uit de persmap te laten schrappen, maar de Amerikaanse verdeler was daar niet voor te vinden. In de Verenigde Staten zal de film onvermijdelijk onder vuur komen te liggen en men wil de wapenlobby de wind uit de zeilen nemen door mij van meet af aan een patriot te noemen. Alsof je een patriot moet zijn om kritiek te mogen geven op de Verenigde Staten.' Michael Moore: Jammer genoeg niet, nee. Na de terroristische aanslagen van vorig jaar heeft men al verschillende keren geprobeerd mij de mond te snoeren. Een dag voor de aanslagen rolden welgeteld vijftigduizend exemplaren van mijn boek Stupid White Men van de persen. Die zouden richting kleinhandel gaan, maar de uitgever hield de zending tegen. Een maand later lag het boek nog altijd niet in de winkel. Mijn agent vertelde me dat de uitgever weigerde het boek ongecensureerd te verdelen. Ik werd verzocht mijn kritische bedenkingen af te zwakken en alle satirische verwijzingen naar George W. Bush te schrappen. Plots mocht er geen kritiek meer komen op de president, terwijl er juist geen gepaster moment bestond om zijn beleid op de korrel te nemen. Alleen al de groteske manier waarop hij de aanslagen heeft misbruikt om zijn stompzinnige beleid door te kunnen drukken, rechtvaardigt elke aanval op de president en de regering. Moore: Uiteraard ligt de schuld daarvoor niet alleen bij de president of de regering, maar je kan er niet onderuit dat zij mee verantwoordelijk zijn voor de huidige angstpsychose in de Verenigde Staten. In plaats van de bevolking te kalmeren, zijn ze iedereen beginnen opjutten. Zelfs een belangrijke uitgever denkt op zo'n moment twee keer na alvorens een boek op de markt te gooien waarin staat dat de president het bij het verkeerde eind heeft. De uitgever gaf uiteindelijk toe, al kon hij het niet nalaten om mij vooraf nog eens op mijn plaats te zetten. Ik moest me geen illusies maken over de verkoop. Niemand zou in mijn mening geïnteresseerd zijn. Wel, we zitten intussen aan de dertigste druk. Stupid White Men doet het beter dan de nieuwe romans van John Grisham en Tom Clancy samen. Blijkbaar zijn er nog meer Amerikanen niet tevreden over de huidige gang van zaken, hoewel de regering en de media je willen doen geloven dat we allemaal als een blok achter George W. Bush staan. Moore: Bijlange niet. Ik ben helemaal niet gediend met zoveel aandacht. Natuurlijk vind ik het prettig om met mijn boeken en films miljoenen mensen te bereiken, maar stiekem hoop ik altijd dat iemand anders opstaat om mijn werk verder te zetten. Ik zit in feite liever thuis naar televisie te kijken of een boek te lezen dan de wereld rond te reizen om documentaires te maken en met journalisten te praten. Ik wacht altijd minstens een jaar om aan een project te beginnen. Bowling for Colum- bine had ik al vroeger kunnen maken, maar ik bleef hopen dat iemand me voor zou zijn. Wat de terroristische aanslagen betreft, is het trouwens niet anders. We zijn intussen een jaar verder en in de Verenigde Staten is nog altijd niemand opgestaan om een kritische documentaire te maken over de oorzaken en de gevolgen ervan. Daarom heb ik onlangs besloten om er zelf aan te beginnen. Luister, ik hou van mijn land, ik hou van de mensen, maar vraag me alstublieft niet om mijn mond te houden over dingen die foutlopen en waar niemand iets aan doet. In een democratie heeft de burger het recht om de beslissingen van zijn regering in vraag te stellen. Moore: Dat zou pas pretentieus zijn. In mijn documentaires probeer ik enkel zoveel mogelijk informatie te verzamelen om de kijker in staat te stellen zijn eigen mening te vormen, los van de propagandaberichten die het nieuws domineren. Feit is dat ik zelf ook niet weet hoe we de problematiek juist moeten aanpakken. Ligt het echt aan ons of zou je in een Europees land waar supermarkten wapens en kogels aanbieden ook in een spiraal van schietpartijen en moorden terechtkomen? Ik ben er alleen van overtuigd dat we een probleem hebben en dat niemand daar iets aan doet. Moore: Klopt. Mijn vrouw staat erop dat we een wapen in huis hebben. Ik probeer haar allang van het tegendeel te overtuigen, maar ze wil er niet van horen. Overigens ben ik zelf nog altijd lid van de National Rifle Association. Als kind zat ik in een schietclub en kreeg ik automatisch een lidkaart. Ik heb mijn lidmaatschap sindsdien altijd verlengd om mij op een dag kandidaat te kunnen stellen voor het voorzitterschap. Weet je, de organisatie fungeerde vroeger voornamelijk als woordvoerder van schietclubs en was daarenboven nauw betrokken bij de veiligheidsvoorschriften omtrent wapenbezit. Vandaag de dag is het een extreem-rechtse lobbygroep in handen van schietgrage cowboys. Dat wil ik graag zien veranderen. Moore: Dan had hij mij maar niet moeten binnenlaten. Charlton Heston wist op dat moment zeer goed wie ik was. Ik had al verschillende keren geprobeerd hem voor een gesprek te strikken, maar ik werd telkens afgewimpeld door zijn agent, manager, publicist, advocaat, noem maar op. Ik weet ook niet waarom hij op die bewuste dag besloot om mij bij hem thuis binnen te laten. Ik weet alleen dat ik op dat moment niet anders kon dan hem het vuur aan de schenen leggen. It was a once in a lifetime opportunity. Moore: Ik blijf hopen op een goede afloop, al krijg ik soms het gevoel dat er geen weg meer terug is. Vuurwapens zijn een onderdeel van onze maatschappij, zoals hamburgers en cola. Europa heeft nog een kans, als het tenminste ophoudt met de Verenigde Staten voortdurend achterna te hollen. Schrik niet als er af en toe een gek opstaat die een paar mensen neerknalt. Zulke mensen hebben altijd bestaan. Zorg er gewoon voor dat ze tenminste niet bij elke kruidenier een wapen op de kop kunnen tikken. Zorg er tegelijkertijd voor dat de beleidsmakers het welzijn van de bevolking niet uit het oog verliezen. Wie ziek is, heeft recht op medische hulp. Wie werkloos is, heeft recht op een uitkering. In de Verenigde Staten doen we niet anders dan kappen op de armen, de werklozen. Er is geen sociaal vangnet. Zo hebben we een ongelijke en bijgevolg vijandige maatschappij geschapen die stilaan aan het ontsporen is. Door Ben Van Alboom