Het kortverhaal The Most Dangerous Game van Richard Connell, over de rijke Russische generaal Zaroff die voor zijn plezier op mensen jaagt, is een van de populairste uit de Engelse literatuurgeschiedenis. Maar het was de...

Het kortverhaal The Most Dangerous Game van Richard Connell, over de rijke Russische generaal Zaroff die voor zijn plezier op mensen jaagt, is een van de populairste uit de Engelse literatuurgeschiedenis. Maar het was de filmversie uit 1932, door de ploeg die tegelijk King Kong draaide, die François Miville-Deschênes en Sylvain Runberg aanzette om een sequel in stripvorm te bedenken. In hun Zaroff keert de dochter van een van de slachtoffers van de bloeddorstige generaal de rollen om: met de hele Ierse gangsterbende die ze geërfd heeft van haar vader, komt ze op Zaroffs eiland op hemzelf en op het hele gezin van zijn zus jagen. Runberg worstelt een beetje met het gegeven dat weinig lezers The Most Dangerous Game kennen. Hij verwerkt het oorspronkelijke verhaal nogal onhandig als een flashback, hoewel dat eigenlijk overbodig was. De mensenjacht zelf haalt niet de spanning die je zou verwachten, maar een te gemakkelijk of voorspelbaar eind konden de auteurs gelukkig vermijden.