Woensdag 5/8, 22.55 - Canvas
...

Woensdag 5/8, 22.55 - Canvas Veertig jaar nadat op een modderig weiland in de staat New York de norm voor alle muziekfestivals werd gezet, zendt Canvas de gelijknamige en al even legendarische Oscarwinnende film uit. Eén woord volstaat: Woodstock. Als er geschiedenis wordt geschreven, zijn de groten nooit ver uit de buurt. Zo was ook de 27-jarige Martin Scorsese van de partij, en wel als een van de assistenten van regisseur Michael Wadleigh. 'Ik was een van de 'editors' en had als taak uit te kijken naar beelden die we later konden gebruiken om de film samen te stellen', vertelt Scorsese in het voorwoord van Woodstock: Three Days That Rocked the World, een recent verschenen boek over het mythische festival. Enkele citaten in onvervalste Scorsesestijl. Scorsese's eigen herinneringen aan het festival: 'Mijn beeld van Woodstock is... beperkt. Hoe beperkt? Wel, het merendeel van dat lange weekend in augustus zat ik vast op een platform van negen voet breed ( nog geen drie meter, nvdr. ) rechts van het podium, vlak onder een stapel versterkers, me hevig concentrerend op de muzikanten en hun optredens. (...) We hadden zeven cameramensen die aan elk optreden werkten en in de mate dat ik met hen kon communiceren - verrassend goed, alle moeilijkheden in acht genomen - probeerde ik hun aandacht te sturen naar de actie die ze niet konden waarnemen omdat hun ogen aan hun cameravizier gekleefd waren.' Scorsese hoorde samen met regisseur Wadleigh tot een bende jonge New Yorkse filmveelvraten die wel gepassioneerd waren door rockmuziek, maar van de hippielevensstijl niet veel kaas hadden gegeten. 'Niemand van ons was een hipster. Al had Wadleigh voor de gelegenheid wel een waarneembare baard laten groeien. Toen ik hem daarvoor ontmoette, deed hij mij nochtans veeleer denken aan The Four Freshmen ( iconische 'vocal band' met een even afgelikt uiterlijk als zoetgevooisde stemmen; nvdr. ). Ikzelf moest nog mijn eerste jeans kopen.' Over het massaal opgekomen volk: 'Bijna nooit zag ik het publiek, zo geconcentreerd was ik op die actie op het podium. Het publiek was gewoon een aanwezigheid. (...) Soms keek ik wel eens om en dacht: 'Wat als er iemand gek wordt? Wat als drugs zouden misvallen of net te goed zouden werken?' Vandaag sentimentaliseren veel mensen de Woodstockspirit, maar er was wel degelijk sprake van een grotere, nooit ontstoken dreiging.' Toch overleeft tot vandaag het vreedzame karakter van het uit z'n voegen gebarsten festival: 'Wat volgens mij hielp, is dat al vanaf het concert op vrijdagavond bij sommigen het idee begon door te dringen dat we betrokken waren bij iets meer dan een rockconcert, dat we wel eens betrokken zouden kunnen zijn bij een werkelijk historische gebeurtenis. Tegen zaterdagavond keek - om het met een cliché te zeggen - de hele wereld met ons mee: Woodstock palmde de televisie en de rest van de media in. Ik acht het mogelijk dat heel wat mensen in het publiek een contrast wilden aantonen tussen dit vreedzame samenzijn en de opruiende gebeurtenissen een jaar eerder op de Democratische Conventie in Chicago.' (H.V.G.)