Windkracht 10: Koksijde Rescue

HANS HERBOTS

MET VEERLE BAETENS, KEVIN JANSSENS, AXEL DAESELEIRE, KOEN DE BOUW, JELLE CLEYMANS

Ronkende rotoren, stoere jongens en meisjes in uniform, digitaal aangezwengelde actie, schaamteloze schmaltz, een lief klein hondje en een flinke dosis muzikale bombast: de Vlaamse superproductie Windkracht 10 gaat zonder complexen de Hollywood-spektakelcinema achterna, maar helaas ook zonder coherent scenario, scherp geprofileerde personages of de visuele branie van de Amerikaanse voorbeelden. Méér dan een langgerekte en productioneel flink opgefokte aflevering van het knullige tv-feuilleton waarop Vlaanderens grootste actiefilm is gebaseerd, hoef je niet te verwachten, al was dat - gelet op de populariteit van de serie en de commerciële intenties - wellicht ook niet de hoogste prioriteit.

Wat Windkracht 10 vooral zo'n duffe zit maakt, zijn niet die vier à vijf spektakelscènes waar de makers overduidelijk hun geld - een slordige 4,5 miljoen euro - op hebben ingezet: wel het voorspelbare, volstrekt zouteloze soapscenariootje dat ertussen werd gewurmd en dat barst van de genreclichés en het goedkope sentiment. Centraal daarin: de eigenwijze duiker Rick (nieuwkomer Kevin Janssens) die na een akkefietje naar het 40ste Search and Rescue Smaldeel in Koksijde wordt verbannen en daar de al even telegenieke Alex (Veerle Baetens), de 'medic' van de crew, als buddy krijgt. Lang duurt het dan ook niet vooraleer er naast Sea King-helikopters ook vlammende ruzie en zedige lust in de lucht boven de Noordzee hangen, terwijl Koen de Bouw, Warre Borgmans en Axel Daeseleire ondertussen de human interest en het BV-gehalte verzorgen - respectievelijk als de jaloerse boordcommandant, de strenge korpsoverste en Ricks collega die na een duikongeval in een rolstoel is beland.

Romantiek, sentiment en spektakel verzekerd kortom, maar helaas van het meest fletse, nodeloos snel gemonteerde, pseudo-hip gestileerde en van een onvermoeibare soundtrack vergezelde soort. Dat de actiescènes en digitale effecten - die zelfs in de beroemde Pinewood Studios in Londen werden opgenomen - technisch verzorgd ogen, net als de nicotinekleurige fotografie van Danny Elsen, is dan ook maar een flauw excuus, zeker voor een genrefilm met ambitie. Amerikaanse actieprenten worden ook niet beoordeeld op hun bevredigende production value of virtuoze hocuspocus; maar op basis van hun spankracht en inventiviteit, punten waarop deze Top Gun à la flamande bedroevend laag scoort.

Dave Mestdach