1 Tien jaar werkte je aan de tweedelige biografie van Willem Frederik Hermans. In je roman fictionaliseert je hem nu nog eens en ga je de strijd met hem aan. Of is dat te sterk uitgedrukt?
...

1 Tien jaar werkte je aan de tweedelige biografie van Willem Frederik Hermans. In je roman fictionaliseert je hem nu nog eens en ga je de strijd met hem aan. Of is dat te sterk uitgedrukt? Willem Otterspeer: Helemaal niet, het was een gevecht op leven en dood, deze roman. De vraag die ik me na het schrijven van de biografie stelde was tweeledig: waarom wilde Hermans een biograaf hebben en waarom wilde ik die zijn? Hermans had een enorm archief. Zowat vanaf de kleuterschool is hij zichzelf gaan verzamelen, en dat deed hij heus niet om zijn vijanden te bestrijden: de man wilde een biografie. Dat is raar, aangezien hij een geologische blik op de werkelijkheid had. In zijn visie stelde de mens als soort helemaal niets voor en een individu logischerwijze nog veel minder. Een dergelijk fundamenteel nihilisme zou hem toch ertoe genoopt moeten hebben zijn eigen biografie als volkomen irrelevant te beschouwen. Waarom wilde hij die dan toch? En waarom wilde ik daar meer dan tien jaar aan besteden? Het gekke is dat wij op hetzelfde antwoord uitkwamen: omdat wij allebei onder dat vreselijke nihilistische wereldbeeld wilden uitkomen dat het leven volkomen zinloos is. In de biografie was dat niet gelukt. Vandaar dat ik een roman nodig had. 2 Heb je Hermans beter leren begrijpen door een romanpersonage van hem te maken? Otterspeer: Veel is inderdaad helderder geworden. Wat me bijvoorbeeld opviel, is dat na zijn vertrek naar Parijs het gif er voor een deel uit was. Hij had zijn haat voor Nederland nodig om te kunnen schrijven. Eenmaal weg uit Nederland was voor een groot deel ook de raison d'être van zijn werk weg. Wat restte, was een bouwval van een wereldbeeld. Dat is me bij het schrijven meer en meer duidelijk geworden. 3 En wat nu? Terug naar de geschiedschrijving? Otterspeer: Een van de gedachten die ik vooropgesteld had, was dat ik in dit boek Hermans moest vermoorden door de megalomanie te koesteren dat ik even goed als hij zou kunnen schrijven. Anders hoefde ik er niet aan te beginnen. Van historicus moest ik dus schrijver worden, en nu ik dat ben, weet ik niet of ik in de toekomst nog wel historicus kan zijn. Een roman laat je bijvoorbeeld toe veel vrijer en inventiever om te springen met de structuur van je boek. Misschien zal ik geschiedenis wel een heel saai genre gaan vinden.