1 Gaat je boek over de vertroosting van de literatuur?
...

1 Gaat je boek over de vertroosting van de literatuur? Willem du Gardijn: En van de taal. Is het niet wonderlijk dat je iets kunt schrijven wat in het jaar 138 plaatsvindt en toch geloofwaardig is? Door middel van de taal kunnen we ons verplaatsen in de tijd en nieuwe betekenissen creëren. De drie liederen van mijn boek lijken in eerste instantie misschien heel verschillend, samen vormen ze een soort triptiek. Traditioneel werd in een kerk zo'n triptiek soms gesloten, waarna ze op hoogtijdagen weer openging. Op zo'n moment zag je het geheel, had je verbinding. Onze tragiek lijkt te zijn dat wij elkaar voortdurend niet bereiken. Maar in feite valt het allemaal mee, want afstand tussen mensen is een voorwaarde om intimiteit te kunnen voelen, net zoals je zonder de nacht geen dag hebt. 2 De wijze waarop Adriaan de keizer neerzet heeft veel met de dood van Aimée te maken: het persoonlijke en het externe komen samen in de act van het schrijven? Du Gardijn: Sterker nog, ik denk dat we verhalen nodig hebben om onze eigen levensloop beter te kunnen begrijpen. Door over de keizer te schrijven kan Adriaan het verlies van Aimée pas plaatsen. Je moet verdwalen om jezelf te vinden, want als je dat bewust en rationeel probeert lukt dat niet. Je moet opgesloten zitten, zoals Adriaan in de gang van zijn flatgebouw in Napels. We hebben omwegen nodig, duistere, depressieve gangen en obstakels waarvan we de betekenis niet meteen zien, maar die wel waardevol zijn. Maar we moeten er doorheen, want het leven is gewoonweg niet te organiseren. 3 Op het einde aanvaarden zowel Adriaan als Hadrianus het leven en de dood. Is het daaraan niet dat het ons schort: dat wij dat steeds moeilijker kunnen? Du Gardijn: Dat denk ik zeker, ja. We willen controle houden. Het naderen van de dood is het afleggen van alle zekerheden. We zijn daar bang voor en vaak ontbreekt ons de moed om de vergankelijkheid onder ogen te zien. Misschien wel omdat we er te weinig in getraind worden. Die Romeinen werden getraind in de dood, terwijl wij wiskunde en natuurkunde krijgen en nog amper drie boeken moeten lezen. Aanvaarding is nochtans het allermooiste wat er is, een mystieke voorwaarde voor vrede. Ook in die zin is mijn boek een triptiek, van liefde, verlies en aanvaarding.