PERMISSION TO LAND
...

PERMISSION TO LAND UIT BIJ WARNER IN CONCERT op maandag 1/3 in AB (Brussel), en op Rock Werchter. Justin Hawkins heeft een catsuit laten maken van een stuk of veertig aan elkaar genaaide damesonderbroeken. Leuk voor zijn collectie. Hij heeft er ook een met zebraprint. Eentje van zilver metallic. En een persoonlijke favoriet van superstrakke rode latex met een gevorkte staart. Alle exemplaren hebben een diepe split aan de voorkant. Vanuit zijn kruis wakkeren getatoeëerde vlammen op tot in zijn decolleté. Het publiek op de eerste rij kan tijdens concerten het vuur zien branden als Hawkins zijn onwaarschijnlijk grote scheur opentrekt en zijn imitatie ten beste geeft van een jodelend speenvarken op weg naar de slacht. Maar The Darkness heeft meer te bieden dan een modebewuste frontman met falsetstem. Zoals vierkante Noormansnorren, poedelkapsels, leggings, doodshoofden, bandana's en gitaren met bliksemschichten. Voor deze vier jonge Britten zijn de jaren zeventig, hoogtijdagen van de glamrock, nooit voorbijgegaan. Muzikaal zijn ze de jongere broertjes van Deep Purple, The Scorpions en AC/DC, de superbands uit een tijd dat je jezelf nog schaamteloos superband mocht noemen. Anno 2003 doet de hele act vooral denken aan de rockparodie This is Spinal Tap. Ongecompliceerde drie-akkoorden-rocksongs met titels als Get Your Hands of My Woman en Love on the Rocks with no Ice werken onbedoeld op de lachspieren. Gespierd hakkende gitaren, elastische basloopjes en beukend drumwerk rollen de versterkers uit, die als vanzelfsprekend op elf staan. Alle clichés komen aan bod en krijgen nog een anaboleninjectie op de koop toe. Bij de presentatie van hun debuutalbum Permission to Land trad de groep op met op de achtergrond een vliegende schotel die werd besprongen door een mechanisch aangedreven dinosaurus. In de plannen voor een volgende video figureren twee dozijn reuzenoctopussen. Hoe serieus moeten we dit allemaal nemen? Omdat Justin Hawkins zijn bikinilijn moet bijwerken, vragen we het aan zijn broer, gitarist Dan Hawkins, en aan drummer Ed Graham. Ed Graham: Wij zijn bloedserieus. De enigen die ons heel lang niet serieus hebben genomen, waren de platenmaatschappijen. Toen besloten we het dan maar zelf te doen. Met geld van ouders en vrienden hebben we in twee weken tijd onze eerste plaat opgenomen. Toen die bleek te verkopen, duurde het niet lang meer voordat Warner Bros op de stoep stond. Dan Hawkins: Serieus of niet serieus, voor het publiek is dat geen onderwerp. De fans komen om zich te vermaken. Wij zijn ook geen band om te analyseren. Onze missie is niet het ontketenen van een revolutie, maar een evolutie. Graham: Dat heb je van iemand gestolen. Hawkins: We zijn allemaal opgegroeid op een dieet van rock uit de jaren zeventig en tachtig. Deprimerende doemmuziek heeft ons nooit aangesproken. Ook Nirvana heeft mijn bloed niet sneller doen stromen. Van de jonge bands zijn alleen Weezer en Teenage Fanclub te pruimen. En, o ja, Soulwax vind ik ook goed. Maar uiteindelijk zijn wij mijn favoriete band. Ik wou dat er meer groepen waren die speelden zoals wij. Wij zijn authentiek. Graham: Nee, want onze sound is onmiskenbaar modern. Veel van die lo-fi-bands zijn meer retro dan wij. The White Stripes en The Strokes, da's pas retro. Hawkins: Precies om die reden gebruiken wij ook geen vintage-apparatuur. We hoeven niet te klinken als een band van twintig jaar geleden. Toch lonkt jullie muziek vaak ongegeneerd naar de stadionrock van weleer. Hawkins: Maar wij zijn ook een stadionband. We kennen geen grenzen. Uiteindelijk willen we het grootste stadionconcert aller tijden op onze naam schrijven en alle superbands overtreffen. Natuurlijk moet er wel altijd een menselijk element in de show blijven zitten. Het moet niet zo zijn dat mensen alleen maar staan te kijken naar hoe hoog de vlammen komen. Graham: Maar ook toen we alleen nog maar in bars optraden, speelden we alsof we in Madison Square Garden stonden. Hawkins: Iedere keer alsof het ons laatste concert op aarde was. Graham: En het scheelt dat Justin nogal slechte ogen heeft. Hij kan toch niet zien of er nou vijftig of vijfduizend man voor hem staan. Hawkins: Nou, die keer dat er maar zes man in de zaal stonden, had hij het wel door. Dat was ons diepterecord, denk ik. Wie waren er? Onze manager, zijn broer, de geluidsman, een journalist, een fotograaf en een loslopende fan. En van die zes liep er ook nog één weg! Hawkins: Het schrijven van liedjes gaat een stuk sneller. Vroeger konden we een maand lang aanmodderen met een liedje voordat we besloten dat het rommel was. Eigenlijk is Permission to Land een soort Greatest Hits album. Hawkins:Greatest Hits Live? Graham:More Best Of? Hawkins: Gewoon hetzelfde, alleen dubbel zo goed. Hawkins: Het is nogal wennen. Tot heel kort geleden leefden we op blikken bonen en boterhammen, en hadden we geen geld voor sigaretten. Graham: Ik zou best een echt huis willen hebben in plaats van dat rottige kamertje waar ik nu woon. Iets met een pluizig kleed voor de open haard, dat lijkt me wel wat. Hawkins: Justin vindt dat geld wel bij ons past omdat we genoeg fantasie hebben om het uit te geven. Ik ben geneigd het met hem eens te zijn. Ik zie mezelf nog wel een Schots kasteel steen voor steen afbreken om het opnieuw op te bouwen in Beverly Hills. Graham: Dat kan. Hawkins: Ik denk het niet. Voor concerten hebben we altijd een kleine peptalk met z'n allen. Dat is om onszelf eraan te herinneren wie we zijn en waar we vandaan komen. Dan brullen we nog wat kreten en is het tijd voor het podium. Graham:Never give a flying fuck!Hawkins:If it's worth doing, it's worth overdoing. Edo Dijksterhuis