Eerste zin Wij zijn de nacht.
...

Eerste zin Wij zijn de nacht. De dood van Elisabeth had volgens Muriël, Petrus en haar zus Melodie, de drie mensen met wie ze samen de woongroep Klank en Liefde vormt, niet mooier kunnen zijn. Het was de voleindiging van een natuurlijk en spiritueel proces. Elisabeth was eindelijk vrij. Alleen ziet de huisarts die bij het lijk geroepen wordt het anders. Hij haalt er het parket bij en Melodie, Muriël en Petrus worden tot hun ontsteltenis in voorlopige hechtenis genomen. 'Moet je die botten zien', zegt de forensisch patholoog met een glinstering in de ogen wanneer hij het lijk van Elisabeth op zijn snijtafel krijgt. 'Prachtig toch eigenlijk, zo'n duidelijke skeletstructuur. Zo zie je ze niet vaak.' En gelijk heeft hij natuurlijk, want aan het skelet van de lijken die hij normaal onder ogen krijgt, hangen nog wel wat spieren, en aan dat van Elisabeth niet: de vrouw is verhongerd. In Gerda Blees' debuutroman Wij zijn licht staan de vier leden van de al genoemde leefgroep Klank en Liefde centraal, en hoe die via versterving bevrijd proberen te raken uit hun lichaam en finaal zelfs uit hun leven. Melodie, die ooit voorbestemd was om een succesrijke celliste te worden maar keer op keer faalde, is de leidster van de groep, al zou ze dat zelf ontkennen. We volgen allemaal onze eigen weg, houdt ze vol, alleen weet zij wel precies hoe die weg kronkelt, en dat ze die maar beter samen afleggen, zonder bemoeienis van buitenaf. Of het drietal in voorhechtenis een proces aan het been krijgt wegens verwaarlozing met de dood als gevolg, is bijzaak in Wij zijn licht. Veel belangrijker is de analyse die Blees maakt van de psychologie achter de leefgroep en hoe zelfkastijding en euforie samengaan. Ze maakt die door elk van haar vijfentwintig hoofdstukken vanuit een ander perspectief te vertellen, soms vanuit dat van buren of familieleden, andere keren vanuit dat van Melodies sokken of de eerste boterham die Muriël in de gevangenis eet. Echt grandioos is de stream of consciousness die door het hoofd van Elisabeths dementerende moeder gaat wanneer ze te horen krijgt dat haar dochter gestorven is. Beginnend in de nacht uit de eerste zin en eindigend in het licht uit de titel, laat Blees haar personages een duidelijke evolutie doorlopen, van verblinding over ontnuchtering tot zelfbewustzijn. En misschien wel tot bevrijding.