Veel films heeft Terence Davies in zijn grillige maar imposante carrière niet gemaakt, maar telkens als de Britse meestermelancholicus met iets nieuws kwam aanzetten, bleek het meer dan de moeite waard. Dat is met A Quiet Passion, vorige week in Gent nog bekroond met de Grand Prix voor beste film, niet anders. In die grotendeels in België gedraaide biopic zoomt Davies in op dichteres Emily Dickinson (1830-1896), een monument van de Amerikaanse literatuur wier innoverende werk pas na haar dood werd ontdekt en geapprecieerd. Tijdens haar leven leidde ze een anoniem klui...

Veel films heeft Terence Davies in zijn grillige maar imposante carrière niet gemaakt, maar telkens als de Britse meestermelancholicus met iets nieuws kwam aanzetten, bleek het meer dan de moeite waard. Dat is met A Quiet Passion, vorige week in Gent nog bekroond met de Grand Prix voor beste film, niet anders. In die grotendeels in België gedraaide biopic zoomt Davies in op dichteres Emily Dickinson (1830-1896), een monument van de Amerikaanse literatuur wier innoverende werk pas na haar dood werd ontdekt en geapprecieerd. Tijdens haar leven leidde ze een anoniem kluizenaarsbestaan op het landgoed van haar upperclassfamilie uit Massachusetts, een plek die de innerlijk getroebleerde Dickinson naar verluidt maar één keer in haar volwassen leven verliet. Op zijn lyrische maar strikt formalistische manier serveert Davies het verhaal van een complex personage dat bulkt van het talent, maar zichzelf haar hele leven lang van de buitenwereld afsluit. Enkel omringd door haar familie voelt ze zich veilig, ook al vormt diezelfde familie tegelijk de gevangenis waaraan haar diep persoonlijke, protomodernistische verzen ontspruiten. Het is die dualiteit die prikkelt en intrigeert, en Davies haalt alles uit de laat-negentiende-eeuwse kast om Dickinson (een uitstekende Cynthia Nixon, de rosse uit Sex and the City), ondanks haar asociale gedrag, te portretteren als een gewone vrouw van vlees en bloed die weliswaar zowel rollenpatronen als religieuze dogma's durfde in vraag te stellen lang voor dat in bourgeoiskringen bon ton was. Zoals steeds pakt Davies uit met strak gecomponeerde tableaus, symmetrische camerabewegingen en een uitgekiend kleurenpalet, die de film een intens schilderkunstige toon geven en Dickinsons besloten leefwereld - de film bestaat voor vijfennegentig procent uit interieuropnames - haast tastbaar maken. Bovendien legt hij zijn personages - Emily, haar loyale zus (Jennifer Ehle), haar patriarchale pa (Keith Carradine) en haar overspelige broer (Duncan Duff) - prachtige maar bewust formele en theatrale dialogen in de mond, alsof je naar een kamerspel zit te kijken waarbij elk woord ofwel in weelderige weltschmerz, ofwel in psychologische horror, ofwel in heerlijk Britse ironie lijkt te zijn gedrenkt. Dat resulteert in een film die misschien net niet zo bezwerend en magistraal is als The Long Day Closes (1992), Distant Voices, Still Lives (1988), The House of Mirth (2001) of The Deep Blue Sea (2011), maar die wel boordevol verstilde passie, bijtende zedensatire en cinematografisch vernuft zit. En die bijgevolg moeiteloos onderstreept waarom Davies - dandy, filmdichter, working class kid en hyperintellectueel ineen - terecht een van de grootste nog actieve meesters van de zevende kunst mag worden genoemd. Cheers, Terence! A QUIET PASSION **** Terence Davies met Cynthia Nixon, Jennifer Ehle, Keith CarradineDAVE MESTDACH