Na zijn mislukte Hollywooduitstap met The Tourist keert Florian Henckel von Donnersmarck terug naar zijn Duitse heimat met dit verschillende decennia omspannende epos over een jonge schilder op zoek naar ware liefde en dito kunst. Voor zijn idealistische protagonist die opgroeit tijden...

Na zijn mislukte Hollywooduitstap met The Tourist keert Florian Henckel von Donnersmarck terug naar zijn Duitse heimat met dit verschillende decennia omspannende epos over een jonge schilder op zoek naar ware liefde en dito kunst. Voor zijn idealistische protagonist die opgroeit tijdens de oorlog, erna in Oost-Duitsland belandt en uiteindelijk naar het westen vlucht, stond Gerhard Richter model, maar Von Donnersmarck maakt er een fictieve reis door een bevlekt nationaal en familiaal verleden van, alsof hij Edgar Reitz' Heimat-reeks wil samenpersen in een drie uur durende film. Bovendien opteert hij voor een oerklassieke, zeg maar gerust ouderwetse film- en vertelstijl, die mijlenver verwijderd is van Richters vormelijke experimenten. Dat levert een veredelde soap op over spoken uit het naziverleden en een onmogelijke liefde, waarbij de Amerikaanse cameraveteraan Caleb Deschanel je van het ene lumineuze plaatje naar de andere piekfijne ansicht loodst. Alleen kan Von Donnersmarck, die hier opnieuw het thematische terrein van zijn debuut Das Leben des Anderen verkent, nauwelijks rimpels trekken in het gepolijste, opzichtig picturale oppervlak en vergeet hij het gewicht van de geschiedenis voelbaar te maken. Een film die poseert als ambitieuze heimatliteratuur maar toch vooral een vlotlezende stationsroman blijkt.