Jenufa is gebaseerd op een banaal toneelstuk. Door dat te herleiden tot een libretto en prachtige muziek maakte Leos Janácek er in 1904 een opera van, eentje die tot de top van het genre behoort. Jenufa is verliefd op de flierefluiter van het dorp. Ze verwacht een kind van hem, maar de schelm wil niet trouwen. Een andere aanbidder, van het hardwerkende type, is jaloers en met een mes schendt hij haar gezicht. Weg schoonheid. In alle stilte bevalt zij en tijdens haar slaap steelt Jenufa's stiefmoeder het kind en gooit het in een wak van de bevroren rivier. Tijdens de zwangerschap is de sch...

Jenufa is gebaseerd op een banaal toneelstuk. Door dat te herleiden tot een libretto en prachtige muziek maakte Leos Janácek er in 1904 een opera van, eentje die tot de top van het genre behoort. Jenufa is verliefd op de flierefluiter van het dorp. Ze verwacht een kind van hem, maar de schelm wil niet trouwen. Een andere aanbidder, van het hardwerkende type, is jaloers en met een mes schendt hij haar gezicht. Weg schoonheid. In alle stilte bevalt zij en tijdens haar slaap steelt Jenufa's stiefmoeder het kind en gooit het in een wak van de bevroren rivier. Tijdens de zwangerschap is de schone schelm verloofd met de dochter van de burgemeester. Jenufa besluit dan maar met de jaloerse jongen te trouwen. In wezen is hij niet slecht; hij houdt oprecht van haar. Op het trouwfeest wordt het kind gevonden. Consternatie. De stiefmoeder wordt gearresteerd, maar het trouwfeest gaat door, ondanks de rouwsfeer. De muziek van Jenufa is duidelijk beïnvloed door de toestand waarin de componist zich destijds bevond. Kort voordien waren zijn twee kinderen gestorven. De rouwverwerking zit volop in de partituur. Toch blijft de opera een kleurrijke ruiker, ongetwijfeld door de tijd waarin hij is ontstaan. Europa was in de ban van grote politieke en economische omwentelingen. De kunst voer er wel bij. Vooral de art nouveau en de muziek, de artistieke richtingen gelieerd aan het naturalisme van het platteland, treffend verbeeld door Les Ballets Russes. Regisseur Alvis Hermanis heeft dat in De Munt allemaal wat al te zwaar aangedikt. Het speelvlak is omlijst met ornamenten in jugendstil, die tijdens het eerste en het derde bedrijf voortdurend in beweging zijn. Het aanvankelijke gevoel dat je prentenboeken aan het bekijken bent, verschuift naar het idee dat het eigenlijk catalogussen van behangpapier zijn. Hermanis heeft de zangers uitgedost in folkloristische kostuums en laat ze dansen zoals in de Japanse toneelvorm kabuki, maar dan in de zesde versnelling. De voorstelling wordt er een goedkope chinoiserie door. Behalve in het tweede bedrijf. Daar heeft Hermanis gekozen voor het naturalisme avant de Praagse Lente. Maar van die oprukkende woelige periode is verder niets te merken. Praag is ver weg en het Moldavische dorp baadt nog volop in de sfeer die we terugvinden in heel wat scènes van Hergés De scepter van Ottokar. Gelukkig is er nog dirigent Ludovic Morlot. Hij houdt het orkest van de Munt strak in de hand en weet uit de partituur te halen wat de componist erin gestoken heeft: contrasten die elkaar voortdurend storen of stimuleren. Had het orkest op het podium gestaan en de dansende zangers met hun ritmische gymnastiek in de orkestbak, de voorstelling ware naar een hoger niveau getild. De solisten staan er wel, andermaal door toedoen van de dirigent, die de spraakmelodie puntgaaf uit hun keel weet te krijgen, waardoor de personages aan geloofwaardigheid winnen. JENUFA De Munt Nog tot 7/2 in De Munt, Brussel, demunt.be *** ? GUIDO LAUWAERT