'the best of the b-sides of 1990-2000'
...

'the best of the b-sides of 1990-2000'Uit op 4/11 bij UniversalLarry Mullen Jr. is de ster in de clip bij Electrical Storm, de jongste single van U2. Dat op zich al is opzienbarend. Want hij is de drummer van de band. Stil en teruggetrokken, in de schaduw van Bono en The Edge, zelfs in die van Adam Clayton. Maar toch is Mullen niet de zwijgzame man die je in hem vermoedt. Hij belt me drie kwartier na het afgesproken uur op, in de Provençaalse nederzetting Le Barroux, midden de wijnvelden van de Côtes du Ventoux, waar een razende, gemene mistral tegen het huis beukt en verontschuldigt zich uitgebreid omdat ik zo lang heb moeten wachten. Man! Desnoods blijf ik aan de telefoon slapen. Mullen is spraakzaam, open en joviaal. De hard bevochten maar uiteindelijk bedongen twintig minuten zijn er op het einde van het gesprek 36. Het zegt veel over zijn attitude, en bij uitbreiding over die van U2. Nuchterheid. Laat je kop niet zot maken. Ook dat maakt U2 uniek. Van de groep is nu het dubbelalbum The Best & The B-Sides of 1990-2000 uit, het vervolg op de gelijknamige compilatie die de periode 1980-1990 omspande. En het is alweer een gebundelde klets klassiekers rond je oren. Larry Mullen Jr.: Een Greatest Hits-cd is voor veel artiesten een manier om een artistiek luwe periode te overbruggen en toch geld te vangen. Niet bij U2. Ons jongste album is het best verkochte en de daaropvolgende tournee was een van de meest succesvolle ooit. Wij bieden nu aan de mensen die zijn ingestapt bij All That You Can't Leave Behind de gelegenheid om te ontdekken wat wij de voorbije tien jaar hebben gedaan. Mullen: Een continent zo groot als de bevolking van China, man. De generaties volgen mekaar snel op, vroeger diende zich een nieuwe aan om de vijf à zeven jaar, nu is dat ongeveer elk jaar. Dat is een groot verschil. Wij worden niet meer zoveel op MTV gespeeld als vroeger. Er zijn veel meer nieuwe groepen, er is veel meer verloop, veel meer verval. Het is normaal dat jongeren door het bos de bomen niet meer zien, en U2 evenzeer als een vluchtige band tussen al de rest beschouwen. Dat is vooral zo in Amerika. Mullen: Misschien wel. De bands die je opsomt, maken stuk voor stuk prachtige muziek en hebben een uitgebreide schare loyale fans, die niet beïnvloed worden door een industrie die in hun plaats wil bepalen wat ze goed moeten vinden. U2, R.E.M., Radiohead en Pearl Jam zijn voor mij échte groepen, die als een eenheid samenwerken. Veel andere bands focussen op de zanger, van wie iedereen ten dienste moet staan. Wij hebben nooit zo gewerkt. U2 is een democratie. Wij zijn alle vier gelijkwaardig, we dragen dezelfde verantwoordelijkheid om creatief te zijn en het beste voor de band te willen. Want de band is veel belangrijker dan het individuele welzijn van een groepslid. Dat is één van de pijlers van U2, en daardoor hebben wij al 25 jaar een hechte band. Dat geldt zonder twijfel ook voor die andere groepen. Mullen: Dat klinkt als muziek in mijn oren. We hebben altijd geëxperimenteerd met nieuwe invalshoeken, nieuwe elementen, en daar hebben we ook zware kritiek voor moeten slikken. Herinner je de reacties op Achtung Baby,Zooropa en Pop. We moesten haast bewijzen dat wij wel degelijk nog altijd U2 waren. Van de critici moesten wij klinken zoals U2 van begin de jaren tachtig. Maar toen we The Joshua Tree maakten, noemden ze ons een Amerikaanse groep. Wat we ook deden, ze sabelden ons neer. Het was nooit goed. Terwijl wij onszelf - ondanks die innoverende elementen - nooit verloochend hebben. Maar het went hoor, we ontwijken al twintig jaar lang de kogels die op ons afgevuurd worden. En de tijd heeft ons gelijk gegeven. Nu worden die platen als essentiële U2-albums beschouwd. Wij vinden het nodig om nieuwe wegen te zoeken. We hadden nooit All That You Can't Leave Behind kunnen maken zonder eerst al het voorgaande te hebben ervaren. We hebben andere werkmethodes uitgeprobeerd, en voor die plaat beslist om ze met ons vier tezamen in één kamer op te nemen. U2 in a room. Mullen: Wat teksten betreft zeker. Bono delft doorgaans heel diep. Zijn bron is gevuld met spirituele referentiepunten. Het is moeilijk te definiëren of te duiden wat die spiritualiteit precies is. Het is een gevoelsmatige constante, meer dan een rationele. Spiritualiteit is er overduidelijk, maar je kan ze niet analyseren. Meer nog: wat je eigen spirituele beleving ook is, onze muziek heeft de kracht om die in vraag te stellen of te bevestigen, zelfs al hou je in wezen niet van onze muziek. Mullen: De groep is van in het begin meer dan gemiddeld geïnteresseerd en actief geweest in maatschappelijke issues. Dat begon met Greenpeace en Amnesty Inter- national. Nadien is Bono sterk gaan aanvoelen wat misgaat in Afrika. Dat is vooral de gigantische schuldenlast en het spookbeeld van aids. Daar stort hij zich nu op. Dat is volledig zijn individuele keuze, hij vertegenwoordigt daarin niet de band, maar het mag duidelijk zijn dat wij voor de volle honderd procent achter hem staan. Mullen: John Lennon was een heel complexe persoon. De meeste mensen in zo'n positie zijn dat, dus Bono ook. Maar Bono staat niet voor peace & love. Hij is het tegenovergestelde. Hij is de gast die de kamer binnenstormt, met een hamer hard op tafel klopt om te eisen dat men naar hem luistert. Hij weet waar hij naar toe wil. Geen loze, holle woorden of strijdkreten. Ik denk dus niet dat Bono gelukkig zou zijn met een vergelijking met Lennon. Hij staat niet op de barricades. Maar hij debatteert wel met wereldleiders, mensen die concreet iets kunnen veranderen. Hij bewerkt hen. Dat heeft niemand in de muziekgeschiedenis ooit in zulke mate gedaan. Hij is geen pacifist. Bono is a total radical. En ik sta achter hem! Mullen: Nee, het werd geschreven voor de film Gangs Of New York van Martin Scorsese, over de Ierse bendes in het New York van de 19e eeuw. Hij heeft ons gevraagd om daar muziek voor te schrijven, en dat hebben we gedaan vóór 11 september. Het is vreemd dat de aanslagen gebeurden en dat dit nummer, The Hands That Built America, net geschreven was. Beide hebben niks met mekaar te maken, maar achteraf beschouwd, had het er perfect over kunnen gaan. De draagkracht van de tekst en de emotionaliteit van de muziek zitten precies in die sfeer. Heel gek. Mullen: Een container vol. Afgewerkte liedjes, flarden van songs, losse ideeën, teksten. Het voorbije jaar zijn we er door gegaan, hebben we veel weggegooid en sommige kladstukken afgewerkt. Twee ervan zijn op de nieuwe plaat terechtgekomen, The Hands That Built America en Electrical Storm. We hebben zelfs overwogen om in plaats van een Greatest Hits-plaat een regulier album uit te brengen met allemaal nieuwe nummers. Maar uiteindelijk wilden we zo'n nieuwe plaat wat meer tijd geven, niet overhaast te werk gaan. We gaan er nog enkele maanden aan prutsen. Ik hoop dat we tegen het einde van volgende zomer klaar zijn, zodat ze eind 2003 kan verschijnen. Anders wordt het begin 2004, en kunnen we opnieuw op tournee. Mullen: Dat is de manier waarop professionele bands werken. Niet de manier waarop wij lang gewerkt hebben. Eigenlijk hebben we die methode pas laat ontdekt. Ik herinner me dat we rond de Kerst van 2000, net na onze tournee, een hoop ideeën op band hebben gezet, ze hebben weggestopt, om ze na enkele maanden opnieuw op te rakelen en aan te passen. Zo geef je de liedjes de beste kans om zich te ontwikkelen. Mullen: Het was een statement toen we met die remixen gingen experimenteren, in het begin van de nineties. Uittesten hoe de fans zouden reageren. Zouden ze ons afvallen, negeren, of meegaan in onze trip? We wilden het laatste natuurlijk, al zijn we daar niet helemaal in geslaagd. Maar besef wel dat op All That You Can't Leave Behind genoeg elementen, vondsten en methodes te vinden zijn die we nooit hadden kunnen bedenken zonder het voorgaande werk op Achtung Baby en Pop. De drummachine in het begin van Beautiful Day bijvoorbeeld. En zo kan ik er nog honderd opnoemen. Dat All That You Can't Leave Behind als vintage U2 wordt beschouwd, is dus relatief. De voedingsbodem van die plaat ligt bij die zogenaamd atypische, experimentele U2-platen. Mullen: Het tweede. Daar draait alles om. Als je muziek niet meer relevant is, als je als muzikant niet meer interessant bent, zie ik geen enkele reden om door te gaan. Maar we laten ons daarin niet leiden door journalisten. We hebben al meermaals gezegd: als iemand een kogel door deze groep jaagt, moet het één van ons zijn. Het is onze zaak, en alleen die van ons. En eerlijk gezegd, ik heb niet het gevoel dat het op korte termijn zal gebeuren. We zijn nog altijd hongerig om dit te blijven doen, we hebben plezier, het is een ongelofelijk geschenk dat we dit al bijna 25 jaar kunnen doen. En dat de mensen nog altijd applaudisseren. We vinden dat niet vanzelfsprekend. Mensen stellen hun vertrouwen in ons, je kan je dan niet permitteren om op je krent te gaan zitten, routinematig platen uit te brengen en vervelend te worden. Je moet je verantwoordelijkheid opnemen. Mullen: Ik heb geen zin om uit een groep te stappen met de melding dat er muzikale meningsverschillen zijn. Los ze dan op. Ik heb geen zin om bijna dwangmatig - omdat het zo hoort - te stoppen omdat je een ander project wil opstarten. We denken er binnen U2 allemaal zo over. De opwinding na All That You Can't Leave Behind was zo groot. Dat werkt inspirerend. We kunnen het verdorie nog! Mullen: Tja... ik ben hun grootste fan, laat dat duidelijk zijn. Maar als wij over twintig jaar nog bestaan, zullen we het wellicht op een andere manier aanpakken. Ik betwijfel of we het nog zouden kunnen opbrengen om stadions te vullen en als een gek op een podium rond te hossen. Op die leeftijd je waardigheid behouden is heel moeilijk. Maar The Rolling Stones is een heel ander beest dan U2. Mullen: Dat we van Ierland komen en er ook zijn blijven wonen, vlakbij onze familie en vrienden, heeft er veel mee te maken. We werken ook hier. Dat voelt goed aan. Maar dat neemt niet weg dat we het soms nodig vinden om ons een tijd in New York of in Londen terug te trekken. Een andere omgeving heeft een heilzaam effect op je werk. Het laatste wat je mag doen, is het jezelf te comfortabel maken. Mullen: Zeker, Bono heeft daar absoluut mee te maken. Stel je maar eens voor, je komt dagelijks op tv, in de kranten, dan is het normaal dat mensen zich een mening over je vormen. En er zijn er genoeg die vinden dat hij zich minder met politiek bezig moet houden. Ik denk dat ze hier in Ierland echt wel harder en strenger zijn tegenover U2 dan elders. Als je in Hollywood woont, of in sommige andere delen van Amerika, en zelfs in Londen, dan ga je bijna automatisch deel uitmaken van de star set. In een kleine gemeenschap zoals Ierland is dat anders. Daar zeggen ze: 'We weten waar jullie vandaan komen en dat stelt niet veel voor. En nu stellen jullie evenmin veel voor.' Het is een subtiele, sarcastische kijk op ons: 'oh yeah, we know you, you rich bastards, hahaha'. Daar hou ik wel van, van die attitude. En eerlijk gezegd hebben wij dat ook nodig. We hoeven niet per se sympathiek worden gevonden. Ze hoeven onze schoenen niet te likken. God no!Door Eddy Hendrix