Tien jaar geleden zat ze nog achter een vitrine in de Antwerpse rosse buurt – een ‘performance’ noemt ze het zelf – maar ondertussen is Alison Goldfrapp toch maar mooi uitgegroeid tot de dominatrix van de popmuziek. Muzikaal lijkt ze het op haar vierde langspeler wat rustiger aan te doen, maar schijn bedriegt. ‘Vieze mails krijgen van geperverteerde fans: héérlijk!’

zullen we er maar meteen mee ophouden?’ Vijf minuten ver zijn we in ons interview en Alison Goldfrapp heeft er al geen zin meer in. Wij hebben het aangedurfd Seventh Tree een bij wijlen nogal folky plaat te noemen, wat ons op een minutenlange semantische discussie over het adjectief ‘folky’ komt te staan. Uiteindelijk bedaart la Goldfrapp, maar het is duidelijk dat ze niet gerust is op de ontvangst van haar nieuwe plaat.

Een maand geleden postte je zelfs een berichtje op je site om de fans voor te bereiden op een grote schok.

Alison Goldfrapp: Toen ik terugkwam van LA, waar we de plaat hadden gemixt, dacht ik oprecht: ‘Ik ga hier welgeteld één exemplaar van verkopen en dan waarschijnlijk nog aan mijn moeder’. Met dat berichtje wilde ik al die zeikerds voor zijn die ons forum zouden bombarderen met zure reacties. Weet je, zelfs vieze mails van geperverteerde fans hebben nog iets aandoenlijks. Ik vergelijk ze met de gefrustreerde ouwe venten in de sketches van Benny Hill: zielig en seksistisch, maar wel grappig. Heerlijk om te lezen wat er in sommige mensen hun hoofd omgaat als ze naar mijn songs luisteren.

Maar als ik me ergens kan over opwinden, dan wel verontwaardigde mails van fans die teleurgesteld zijn omdat we geen nieuwe Black Cherry hebben gemaakt. (kwaad) Natúúrlijk hebben we geen tweede Black Cherry gemaakt. Na een paar jaar glampop en discobeats hadden we gewoon zin in iets anders. En het is een trage, minimale ambientplaat geworden. (sarcastisch) Of een folkplaat, ’t is maar hoe je het bekijkt.

In ‘Clowns’ heb je het over mensen die zichzelf te kijk zetten. Was er een rechtstreekse aanleiding voor die song?

Goldfrapp: Borsten!

Pardon?

Goldfrapp: Je weet wel: de melkklieren die vrouwen op hun borstkas hebben hangen en die ze ook wel eens ‘borsten’ noemen. Heel concreet was de aanleiding voor dat nummer een televisieprogramma waarin vrouwen zichzelf lieten filmen bij de plastisch chirurg terwijl ze hun tieten lieten opspuiten. Van dat soort mediageilheid en puur exhibitionisme begin ik spontaan te kokhalzen. Walgelijke, domme trienen zijn het.

En toch zat je ernaar te kijken.

Goldfrapp: Precies, en daar gaat het nummer óók over. Want wie is de grootste idioot: de vrouw die met haar opgespoten, valse borsten te koop loopt, of de voyeur die naar dat soort pulp zit te kijken? Hetzelfde met Big Brother. Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik ’s nachts anderhalf uur naar die groene beelden van slapende mensen zit te kijken, mezelf afvragend waarom ik zelf eigenlijk niet lig te slapen. Dan vind ik mezelf óók een idioot, hoor. Uiteindelijk zijn we allemaal idioten.

Het verhaal van ‘Caravan Girl’ lijkt thematisch verwant aan het script van ‘Mulholland Drive’.

Goldfrapp: O, ik wist niet dat Mulholland Drive een script hád (lacht). Maar ik begrijp wat je bedoelt: het gaat over een meisje dat aan geheugenverlies lijdt en zich door een ander meisje op sleeptouw laat nemen in de hoop haar ware identiteit te achterhalen. Terwijl ze diep vanbinnen nog het liefst van de aardbodem zou willen verdwijnen.

Voel jij als Bekende Vrouw soms ook de behoefte om onzichtbaar te worden?

Goldfrapp: Om ergens onder te duiken en nooit nog iets van me te laten horen? Elke keer als de platenfirma me dingen tegen mijn zin wil laten doen, wil ik ergens wegkruipen. Zoals die keer dat ze me lieten opdraven in Never Mind The Buzzcocks. Op weg naar de BBC heb ik zitten huilen in de trein, want ik háát dat vreselijke programma. De panels worden uitsluitend bevolkt door muzikanten die een plaat te promoten hebben of Bekende Britten die hun imago van droogstoppel willen afschudden door de leukerd uit te hangen met een paar zorgvuldig door de redactie voorbereide wisecracks. Bespottelijk gewoon! En Mark Lamarr (de vroegere presentator; nvdr. ) is niet eens grappig, he’s a fucking wanker.

Je hebt de titel van de plaat naar eigen zeggen gedroomd. Maar heb je ooit, zoals Paul McCartney met ‘Yesterday’, een hele song gedroomd?

Goldfrapp: Dat niet, nee. Ik geloof trouwens niet dat Yesterday hem zomaar in een droom is komen aanwaaien. Bollocks! Nachtelijke invallen, die heb ik wel. Soms schiet ik wakker met een halve melodie in m’n hoofd en zing ik ‘m in op mijn gsm. Tot groot ongenoegen van mijn bedpartner overigens (lacht). Maar als ik ’s ochtends luister naar mijn geniale inval, blijkt het zonder uitzondering rubbish te zijn of gewoon een song die al bestaat. Zoals Yesterday, bijvoorbeeld.

Ik heb me laten vertellen dat jij tien jaar geleden wel eens te bewonderen viel achter een vitrine in de rosse buurt van Antwerpen.

Goldfrapp: Journalisten! Altijd alles uit de context rukken! Voor de duidelijkheid: ik wóónde toen in Antwerpen en die ene keer dat ik achter een vitrine zat, ging het om een performance. Met die performance wilden we de aandacht vestigen op de penibele situatie van de prostituees in Antwerpen. Er waren namelijk plannen om de hoerenbuurt op te kuisen, waardoor een hoop prostituees zomaar op straat zou komen te staan.

De helft van de bordelen is er intussen ook écht weg. Heb ik van horen zeggen.

Goldfrapp: Da’s jammer, want ik heb daar heel wat sterke vrouwen gezien die alleen maar probeerden de eindjes aan elkaar te knopen. In het bordeel waar ik mijn performance deed, werkte bijvoorbeeld een meid – of jongen – die zich Annie the Tranny noemde, echt een lieve, euh, vrouw die heel blij was dat een ‘kunstenares’ haar nek uitstak om aandacht te vragen voor hun verzuchtingen.

De klanten waren iets minder opgezet met mijn performance. Sommigen hadden niet eens door dat ik daar aan het optreden was en kwamen dus vragen hoeveel het moest kosten (lacht). Toen ze in de smiezen kregen dat ik niet van plan was hen te, eh, bedienen, werden ze soms echt kwaad. En diegenen die wél doorhadden dat het om een performance ging, voelden zich dan weer belachelijk gemaakt. Kunst en hoerenlopers: het zal nooit dikke mik worden tussen die twee (lacht).

Door Vincent Byloo

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content