'Ik had hoegenaamd niet de intentie om opnieuw met oude breakbeats te komen aanzetten', antwoordt Neil Barnes (54) van Leftfield, op de vraag of hij met deze comeback nu wel of niet wilde teren op zijn oude successen. 'Ik heb het al eens gedaan, en laat het nu aan de jonge generatie om die sound verder uit te spitten. Jamie xx bijvoorbeeld doet leuke dingen met oude breakbeats, acid house en jungle.'
...

'Ik had hoegenaamd niet de intentie om opnieuw met oude breakbeats te komen aanzetten', antwoordt Neil Barnes (54) van Leftfield, op de vraag of hij met deze comeback nu wel of niet wilde teren op zijn oude successen. 'Ik heb het al eens gedaan, en laat het nu aan de jonge generatie om die sound verder uit te spitten. Jamie xx bijvoorbeeld doet leuke dingen met oude breakbeats, acid house en jungle.' De onopvallend ogende Brit draait al een poos mee in de dancescene. Samen met The Chemical Brothers, The Prodigy en Underworld sloopte Leftfield (toen een duo, met Paul Daley) midden jaren negentig de dijk die dance en rock scheidde. Wie tussen 1995 en 2000 een danscafé binnenstapte, kon niet om singles als Release the Pressure, Open Up, Dusted en Afro-Left heen. Leftfields broeierige melange van dubreggae, electro en house kreeg zelfs een eigen etiket opgeplakt: progressive house. Maar toen de Chemicals en co. de eerste jaren na de millenniumwissel steeds hoger op het momentum surften, werd het stil rond Leftfield. Na de albums Leftism (1995) en Rhythm and Stealth (1999) hield Daley het voor bekeken en concentreerde Barnes zich op zijn gezin en een psychisch dipje. Nu, zestien jaar na hun laatste wapenfeit, komt Barnes weer boven water, een depressie armer, een nieuw Leftfield-album, Alternative Light Source, rijker. Tijdens zijn afwezigheid zijn genres als electroclash, punkfunk, tech house, minimal, nu-disco, dubstep en trap gekomen (en gegaan), en is elektronische dansmuziek uitgegroeid tot een miljardenbusiness. 'Dat heb ik destijds nooit zien aankomen', zegt Barnes. 'Zelfs toen The Chemical Brothers het goed begonnen te doen in de Verenigde Staten ging er geen lampje branden.' NEIL BARNES: Tom en Ed waren slimmer, ze hadden meteen in de mot dat er een toekomst weggelegd was voor elektronische artiesten met de liveallure van een rockgroep. (grinnikt) Paul en ik hadden allebei ooit in livebands gespeeld, we konden dus best overweg met allerlei instrumenten, maar de muziek die we met Leftfield maakten, zagen wij als iets wat in clubs gespeeld werd. Door een dj, op platenspelers, weet je wel? Plaatje in de winkel, de job zit erop, dachten we. Niet dus. Maar nu kijk ik uit naar onze liveshows. Behalve ikzelf op keyboards en percussie doen er twee, drie gastzangers, een drummer en Adam Wren, de engineer van Alternative Light Source, mee. BARNES: Neen, jong, tegenwoordig mag het volume bijlange zo hoog niet meer op de festivals, en dan heeft het geen zin, vind ik. Want geloof me, we waren verdomd luid destijds. Luider dan Motörhead, werd gezegd. (lacht) Leftfield is zelfs ooit verbannen uit de Brixton Academy in Londen, omdat er tijdens onze show plaaster van het plafond op het publiek begon te vallen. We brought the roof down, maar dan letterlijk. Ik herinner me trouwens een gig in België waar tientallen mensen hun ticket terugbetaald kregen omdat de decibels hen met zere oren de zaal uit joegen. BARNES: Precies! Een mooie zaal, maar het podium helt daar lichtjes naar beneden, voor de zichtbaarheid, veronderstel ik. Nu, destijds zeulden we extra basversterkers en boxen mee op tournee, en tijdens dat optreden trilde al onze apparatuur steeds meer naar voren. Aan het eind stonden we met ons hele hebben en houden bijna op de rand van het podium. Nog tien minuten spelen en er waren slachtoffers gevallen, I'm not kidding!BARNES: Wees gerust, tegenwoordig houden we ons braaf aan de limieten. Jammer genoeg. (grinnikt) Het zou trouwens kunnen dat ik voor onze zaalshows opnieuw een soortgelijk soundsystem samenstel. Ik ben ooit begonnen als dj, nog voor acid house in Engeland ontplofte. Het was toen geen uitzondering dat er zangers en percussionisten, of andere muzikanten, hun ding kwamen doen tijdens een dj-set. Dat hadden we te danken aan de Jamaicaanse gemeenschap in Londen, die de soundsystemcultuur importeerde vanuit hun thuisland. Maar dat was voor laptops, samplers en memorysticks hun intrede deden, natuurlijk. Kijk, hoe meer ik erover praat, hoe meer zin ik erin krijg. BARNES: En allebei volgens hetzelfde principe: we waren dj's die het tot producers schopten, maar geen helden aan de microfoon. Dus vraag je je maten of bel je mensen die je bewondert om in jouw plaats iets te komen zingen of rappen. Het liefst van al met een stem waar je iets origineels mee kunt doen. Johnny ken ik al sinds de jaren tachtig, via een gemeenschappelijke vriend, John Gray, een belangrijke en invloedrijke kerel, trouwens. Hij was een van de eerste dj's die reggaeplaten draaide tijdens punkconcerten. Zonder hem waarschijnlijk geen Public Image Ltd., de band van Johnny na de Sex Pistols, en misschien ook geen Leftfield. En via Johnny kwamen we in contact met Bambaataa, die als hiphop- en electropionier sowieso een belangrijke invloed was voor Leftfield. En Roots Manuva is simpelweg een van de eerste en beste rappers van Engeland. Hij is vandaag nog altijd relevant, ik ben benieuwd naar zijn nieuwe album, dat binnenkort verschijnt. BARNES: Of ik Kate Tempest ken? Het zal wel zijn: mijn dochter drumt in haar liveband. (brede glimlach) Georgia Barnes, je zult zeker nog van haar horen. Ze heeft onlangs een platencontract getekend bij Domino Records. BARNES: Geen sprake van. Ik heb de voorbije zestien jaar dan wel geen nieuw album uitgebracht, ik ben al die tijd wel platen blijven kopen en optredens blijven zien. Ik was danig onder de indruk van Channy en Poliça toen ik ze voor het eerst live zag, ze stond meteen op mijn verlanglijstje. TV on the Radio volg ik ook al jaren en Jason van Sleaford Mods is vandaag een van de beste tekstschrijvers in Engeland. Zijn persoonlijkheid past perfect bij Leftfield. BARNES: Yeah, bedankt om me daaraan te herinneren. (grinnikt)BARNES: Head & Shoulders is een shampoomerk tegen roos. Dat weet je wel, veronderstel ik? BARNES: Wel, het gaat over gasten die al te makkelijk dit doen. (veegt hautain denkbeeldig stof van zijn schouder) Bankiers, speculanten en dergelijke wankers die aan de lopende band coke snuiven en klaarkomen wanneer de beurs op Wall Street opent. Dandruff warriors, zoals Jason ze noemt. BARNES: Hilarisch, toch? 'Burn, Hollywood, burn', dat was Johnny's idee, hij heeft de tekst geschreven. Nog voor de single officieel uit was stond Hollywood écht in brand, tijdens de Rodney King-rellen in Los Angeles. Typisch Johnny, altijd goed voor een relletje. BARNES: Vast en zeker. George is niet alleen een heel goede zanger, hij heeft ook een duister en subversief kantje dat ik maar wat graag uitgespeeld had. Ik wilde Michael voor Levitate for You, de afsluitende track. Het is jammer genoeg niet doorgegaan, maar hey, wat niet is, kan nog komen! EN DAN BEGINT BARNES' TELEFOON te trillen, de derde keer al tijdens ons gesprek. BARNES: Excuseer, het is mijn zoon. Die woont in Brussel tegenwoordig, hij studeert aan PARTS. Ik heb hierna met hem in de stad afgesproken. BARNES:(grijnst) Yeah. Hij is degene met het échte talent in de familie. VOLGENDE KEER SOLDIER'S HEART DOOR JONAS BOELNeil Barnes: 'OF IK KATE TEMPEST KEN? HET ZAL WEL ZIJN: MIJN DOCHTER DRUMT IN HAAR LIVEBAND.'