Robbie Chater neemt thuis de telefoon op, in een 'koud en nat' Melbourne. Lang duurt het niet vooraleer hij een algemeen vermoeden van tafel veegt: dat hij en zijn collega Tony Di Blasi - James Dela Cruz is pas sinds vorig jaar weer officieel groepslid - al die tijd op hun luie reet hebben gezeten. 'Dat was alleen maar zo tijdens die twee, drie jaar waarin ik door twee afzonderlijke auto- immuunziektes nauwelijks kon bewegen, laat staan werken.' Aan ijver heeft het hen niet ontbroken, en daar bevat Wildflower de sporen van. Sommige flarden muziek stammen uit een Australische theateradaptatie van King Kong uit 2013, of zijn restanten van een afgeblazen animatieproject dat de ambitie koesterde een stoner-hiphopversie van de Beatles-tekenfilm Yellow Submarine te worden. Bovendien hebben Chater en Di Blasi zo'n buitensporig aantal samenwerkingen opgezet dat ze die onmogelijk allemáál op de plaat kwijt konden. Zo zijn Father John Mist...

Robbie Chater neemt thuis de telefoon op, in een 'koud en nat' Melbourne. Lang duurt het niet vooraleer hij een algemeen vermoeden van tafel veegt: dat hij en zijn collega Tony Di Blasi - James Dela Cruz is pas sinds vorig jaar weer officieel groepslid - al die tijd op hun luie reet hebben gezeten. 'Dat was alleen maar zo tijdens die twee, drie jaar waarin ik door twee afzonderlijke auto- immuunziektes nauwelijks kon bewegen, laat staan werken.' Aan ijver heeft het hen niet ontbroken, en daar bevat Wildflower de sporen van. Sommige flarden muziek stammen uit een Australische theateradaptatie van King Kong uit 2013, of zijn restanten van een afgeblazen animatieproject dat de ambitie koesterde een stoner-hiphopversie van de Beatles-tekenfilm Yellow Submarine te worden. Bovendien hebben Chater en Di Blasi zo'n buitensporig aantal samenwerkingen opgezet dat ze die onmogelijk allemáál op de plaat kwijt konden. Zo zijn Father John Misty, Biz Markie, Jennifer Herrema (ex-Royal Trux, nu RTX) en Jonathan Donahue van Mercury Rev op Wildflower te horen, maar vielen Ariel Pink, Connan Mockasin en August Darnell (alias Kid Creole) uit de boot. ROBBIE CHATER: (lacht) Dat was inderdaad de grote uitdaging: hoe distilleren we uit die massa songs en ideeën in godsnaam een coherente plaat? Het heeft ons jaren gekost om te beseffen dat sommige lievelingssongs echt niet tussen de rest pasten. Bovendien kregen we af te rekenen met talloze andere struikelblokken: het geld raakte op, onze software verouderde, het platenlabel ging op de fles... CHATER: Ik denk van wel. Al sinds mijn tienerjaren doe ik maar wat, zonder stil te staan bij de vele stilistische kanten die ik uitspring, of het juridische aspect van samples gebruiken. Het heeft lang geduurd, maar we zijn er nu wel achter dat we beter op vóórhand een raamwerk - een plaat met kop en staart dus - in gedachten houden vooraleer we creatief loosgaan. (lacht)CHATER: Ja: het idee dat je met je wagen de ene na de andere stadshoek omslaat, en overal is er muziek. Gaandeweg beland je op een uitvalsweg richting woestijn, platteland of zee en then things get crazy. Een ander thema is de onweerstaanbare drang om muziek te maken, desnoods onder je eigen voorwaarden. Daarom hebben we zo veel samples geplukt uit outsider music: platen die mensen, vaak complete nobodies op de schaal van beroemdheid, zelf lieten persen, zonder tussenkomst van een label. CHATER: Je hebt gelijk. Deze keer zijn we weggebleven van funk en de typische seventiesgrooves die op Since I Left You nog zo dominant waren. Het mocht wat psychedelischer en dromeriger. CHATER: Ik zou ons toch veeleer op de grens tussen happy en sad situeren. Alleen denken de meeste mensen daar dus anders over. Noem het maar melancholie. Daar word ik gelukkig van. CHATER: De plaat kijkt alleszins terug naar die periode. Vijftien is een leeftijd waarop je volkomen vrij bent, gezegend met overgave en zorgeloosheid die je van dag tot dag doet leven. Tot je halverwege de twintig meer en meer met de realiteit wordt geconfronteerd. Het menselijke brein probeert constant patronen te onderscheiden, maar als artiest moet je daar net beducht voor zijn. Je wilt altijd op een nieuwe vonk teren. Voor mij persoonlijk is het een strijd geworden, om bij het ouder worden die oorspronkelijke vrijheid zo goed en zo kwaad als het kan te bewaren. CHATER: Zo goed als altijd worden zulke aanvragen voor Beatlesnummers vlakaf geweigerd. Maar kijk, we kregen een ja! Tenminste, de tweede keer dat we het vroegen. Via ons Engelse management konden we een handgeschreven brief bij Paul en Yoko krijgen, waarin we uitlegden wie we zijn, wat we doen en hoezeer onze song The Noisy Eater bij dat stukje Beatles gebaat zou zijn. Niet te geloven wat een beetje slijmerig smeken kan doen. (lacht)CHATER: Ik vermoed van wel. Aan Since I Left You zijn we indertijd gewoon met instrumenten begonnen, maar we konden het niet helpen: samples bleken gewoon veel meer bij te brengen dan wij ooit uit onze keyboards of drums konden halen. Ze bieden nu eenmaal een magische toegevoegde waarde: ze maken een herinnering in je brein los, want je weet dat je niets nieuws hoort. Alleen al het verhaal van zo'n stukje muziek dat ooit is bedacht, op plaat gezet, beluisterd en vervolgens in de bakken met andere troep is beland waar ik het uitgevist heb, kittelt de verbeelding. Als je zulke dingen gebruikt, dol je in feite met tijd en emotie. Daar zullen we ons altijd wel toe aangetrokken voelen. WILDFLOWER Uit bij XL Recordings. door Kurt Blondeel'Al sinds mijn tienerjaren doe ik maar wat. Maar we zijn er nu wel achter dat we beter op vóórhand een raamwerk - een plaat met kop en staart - in gedachten houden.' Robbie Chater