Eerste zin Ik wil een boek schrijven over vluchtelingen, maar ik weet niet waar te beginnen, daarom schrijf ik maar aan jou.
...

Eerste zin Ik wil een boek schrijven over vluchtelingen, maar ik weet niet waar te beginnen, daarom schrijf ik maar aan jou. Geen probleem zo prangend als de vluchtelingencrisis, dacht Arthur Umbgrove twee jaar geleden. Hij las alles wat hij te pakken kon krijgen, knoopte een vriendschap aan met een Syrische vluchteling en zijn familie, sprak met experts en kenners en merkte dat hoe meer hij te weten kwam, hoe minder hij met zekerheid wist. Maar hij had wel genoeg materiaal voor een roman, constateerde hij, en wat wil een schrijver meer? Wat we weten is het verhaal van Sharif en zijn broers, die via de Balkanroute in Nederland terechtkomen, van Claire, de asielrechter die streng maar rechtvaardig probeert te zijn, van Henk, de buschauffeur voor wie de aanslagen in Zaventem de spreekwoordelijke druppel vormen en van heel veel anderen die hun job opgeven om als vrijwilliger aan de slag te gaan in de opvang, of die net denken dat vluchtelingen - en migranten in het algemeen - een zware last leggen op de liberale Nederlandse cultuur. Maar het is ook het verhaal van de schrijver zelf. Umbgrove ontwijkt spitsvondig de val van de ideologische clichés door regelmatig tussen te komen in zijn verhaal en commentaar te geven op zijn eigen roman, of door achtergrondinformatie te verstrekken, bijvoorbeeld over het verschil tussen de christelijke God en de islamitische Allah. Of door een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het woord te laten die de toekomst donker inziet. Umbgrove heeft niet alleen oog voor de psychologische diepgang van zijn personages, hij weet ze ook heel gevat neer te zetten. Het hoofdstuk waarin een koppel goedbedoelende Nederlanders zich inschrijft voor Vluchtelingen aan Tafel, waarbij je een avondje kookt voor zo'n arme thuisloze, is bijvoorbeeld hilarisch. Willemijn en Job krijgen immers geen Syriër toegewezen, maar twee Eritreeërs die de hele avond geen kik geven en niet zo tuk zijn op de Libanese gerechten die ze voorgezet krijgen. Maar eerst en vooral is Wat we weten natuurlijk een roman over die vluchtelingen zelf, over wat het betekent je huis en land te moeten verlaten, bedrogen te worden door je lotgenoten en overal te moeten betalen. Eenmaal in Europa stopt het niet, zo blijkt, want daar wacht alleen de verveling. 'Tijd is als het vel van een rimpelhond', besluit Sharif. 'We hebben er te veel van.'