Eerste zin Ik sta in de deuropening van de kamer van de tweeling en zie ze slapen, vredig en onschuldig, door de ledikantspijlen die me aan de tralies van een gevangeniscel doen denken.
...

Eerste zin Ik sta in de deuropening van de kamer van de tweeling en zie ze slapen, vredig en onschuldig, door de ledikantspijlen die me aan de tralies van een gevangeniscel doen denken. Vivian Miller spoort voor de CIA al jaren Russische 'slapers' op, spionnen die onopgemerkt tussen de bevolking leven. Wanneer ze eindelijk kan inbreken op de site van Joeri Jakov vindt ze een bestand met vijf foto's. De persoon op een ervan kent ze maar al te goed: het is haar man Matt. Het blijkt dat hij al op zijn vijftiende in Rusland werd gerekruteerd. Erger: hij wist wat Vivian deed toen ze elkaar ontmoetten. Toch gelooft Vivian dat hij haar oprecht graag ziet. Hem aangeven kan ze niet. Maar Matt kan ook niet zomaar stoppen. Dan is de kans groot dat Jakov hem en zijn gezin zal vermoorden. Karen Cleveland weet als voormalige CIA-analiste waar Abraham de mosterd haalt, maar verwacht geen Bondscènes of zenuwgas. Matt is een huis-tuin-en-keukenspion die af en toe boodschappen onder bankjes in het park uitwisselt en die zelfs na zijn huwelijk met Vivian nooit echt verraad heeft gepleegd. Dat zorgt ervoor dat het boek van knap spannend te snel overgaat in een thriller met een hoog Desperate Housewives-gehalte. Gelukkig zit het venijn 'm in de staart.