Eerste zin Uit alles puurden wij verhalen.
...

Eerste zin Uit alles puurden wij verhalen. Nour is zeven, maar acht of negen zal ze nooit worden, want Nour is dodelijk ziek. Ze heeft een knobbel in de nek, staat op een streng dieet en mag niet in het zonlicht. Als ze niet in het ziekenhuis ligt, natuurlijk. Contact heeft Nour vooral met haar vijf jaar oudere broer. Soms gamen ze en dan wil het meisje niet dood. Ze wil zijn als haar pop, aan wiens verhaal geen einde komt. Al weet ze ook wel dat haar verhaal binnenkort zal aflopen. In Wat alleen wij weten zoomen Elvis Peeters en Nicole Van Bael in op de intieme relatie tussen deze broer en zus. Ouders komen er niet voor in het boek. Maar wel veel verhalen, want om zijn zusje te vermaken vertelt de jongen klassieke sprookjes, die Nour soms wat naar haar hand zet, zoals ze bijvoorbeeld doet met Hans Christian Andersens Kleine zeemeermin, dat ze een gelukkiger einde bezorgt zonder aan Disneyflauwiteiten toe te geven. Andere keren fantaseren de twee kinderen er wild op los en creëren ze samen nieuwe beesten, zoals de vleervos. Om de verschrikkelijke waarheid op afstand te houden is alles goed. Elvis Peeters en Nicole Van Bael werden bekend met shockerende boeken als De ontelbaren en Wij. Ook hier wordt naar de kern van een drama gegraven, maar shockeren doet dit nieuwe boek allerminst, daar is het veel te mooi en te teder voor. Centraal staat een vogel, een boodschapper, die Nour en haar broer in de tuin zien zitten. Of is die boodschapper een andere vogel? En wat is dan zijn boodschap? Alleen zij kunnen het weten. Geschreven in een taal die het midden houdt tussen poëzie en proza is Wat alleen wij weten een sprookje voor volwassenen dat de gigantisch grote val van de sentimentaliteit die met de thematiek van het stervende kind komt perfect weet te ontwijken. Je leeft mee, maar tranen pink je niet weg. Nee, samen met Nour en haar broer kijk je uit naar de boodschapper die uiteindelijk ook komt - getekend door Charlotte Peys. 'Hoor! Hij fluit zijn melodie. Ze blijft naklinken in mijn hoofd', schrijven Peeters en Van Bael. Dat geldt ook voor hun boek, dat je na het lezen nog dagenlang in zijn ban houdt.