Maart 2013. Op een winderige winterochtend slaan een slordige 150 mensen de aardeweg in die naar de Bonanza Creek Movie Ranch, nabij Santa Fe, leidt. Daar moet Jane Got a Gun opgenomen worden, een western met Natalie Portman - u bekend uit Black Swan en Star Wars - als de gewapende Jane. Eén iemand slaat de aardeweg niet in: regisseur Lynne Ramsay. De koppige Schotse is van gedacht veranderd en wil de film niet langer regisseren. 'Jane got a gun but no director', gniffelt de pers. De producenten dagen Ramsay voor de rechter en trommelen ter vervanging Gavin O'Connor (Warrior) op. Tegen de tijd dat die Bonanza Creek bereikt, zijn Jude Law en cameragenie Darius Khondji alweer naar huis. Voor hen geen Jane Got a Gun zonder Ramsay. Ze worden op hun beurt vervangen, Jane Got a Gun moet en zal gemaakt worden. Net voor de toch al uitgestelde release gaat het weer grondig mis: studio Relativity Media is bankroet. The Weinstein Company vist de western op maar kon, eind vorige maand, alleen maar vaststellen dat pers en publiek in Amerika ongeïnteresseerd zijn. Ook al staat Natalie Portman beeldig met cowboyhoed en blaffer en is het verhaal van Jane Got a Gun niet onaardig: Jane vraagt haar ex-lief om te helpen haar boerderij en halfdood geschoten echtgenoot te beschermen tegen outlaws. Helaas is regisseur ad interim O'Connor er niet in geslaagd dat gegeven de visuele zeggingskracht en de inhoudelijke scherpte te geven die Ramsays laatste film We Need to Talk about Kevin wél had.
...

Maart 2013. Op een winderige winterochtend slaan een slordige 150 mensen de aardeweg in die naar de Bonanza Creek Movie Ranch, nabij Santa Fe, leidt. Daar moet Jane Got a Gun opgenomen worden, een western met Natalie Portman - u bekend uit Black Swan en Star Wars - als de gewapende Jane. Eén iemand slaat de aardeweg niet in: regisseur Lynne Ramsay. De koppige Schotse is van gedacht veranderd en wil de film niet langer regisseren. 'Jane got a gun but no director', gniffelt de pers. De producenten dagen Ramsay voor de rechter en trommelen ter vervanging Gavin O'Connor (Warrior) op. Tegen de tijd dat die Bonanza Creek bereikt, zijn Jude Law en cameragenie Darius Khondji alweer naar huis. Voor hen geen Jane Got a Gun zonder Ramsay. Ze worden op hun beurt vervangen, Jane Got a Gun moet en zal gemaakt worden. Net voor de toch al uitgestelde release gaat het weer grondig mis: studio Relativity Media is bankroet. The Weinstein Company vist de western op maar kon, eind vorige maand, alleen maar vaststellen dat pers en publiek in Amerika ongeïnteresseerd zijn. Ook al staat Natalie Portman beeldig met cowboyhoed en blaffer en is het verhaal van Jane Got a Gun niet onaardig: Jane vraagt haar ex-lief om te helpen haar boerderij en halfdood geschoten echtgenoot te beschermen tegen outlaws. Helaas is regisseur ad interim O'Connor er niet in geslaagd dat gegeven de visuele zeggingskracht en de inhoudelijke scherpte te geven die Ramsays laatste film We Need to Talk about Kevin wél had. Aan ambitie was er nochtans geen gebrek. O'Connor spreekt van een feministische western. Scenarist Brian Nuffield ziet in Jane een vrouw 'die zich letterlijk tegen 'de mannen' verzet. Allicht zonder reële hoop te winnen maar die daad op zich is al een overwinning'. Zijn collega Anthony Tambakis vindt dat Jane Got a Gun 'de codes van de western omverwerpt', want 'het gaat over een vrouw die begrijpt dat ze niet op mannen hoeft terug te vallen om te overleven. Dat is een totale omkering van de traditionele westernarchetypes'. Dat is ook net iets te hard je best doen om een half mislukt prestigeproject goed te praten. Maar wat alvast wel klopt: er is, zacht uitgedrukt, geen teveel aan vrouwvriendelijke westerns. Zelfs als je vrouwvriendelijk definieert als niet al te opzichtig vrouwonvriendelijk. Westerns en vroewen, het is bepaald geen perfect huwelijk. Al te vaak lopen ze er voor spek en bonen bij. Ze zijn of hoer of dame, bedoeld om de man van dienst te zijn in bed of in de keuken; de reden om voor te vechten, zonder dat ze zelf mee mogen vechten; gedoemd om als brave huisvrouw van achter het gordijn toe te kijken, zoals Jean Arthur in Shane (1953); niet eens meer in beeld wanneer de cowboy nadat hij zijn heldendaden verricht heeft eenzaam de einder tegemoet rijdt. Waarom tijdens zo'n ultraklassiek eindshot de camera niet eens 180 graden draaien en laten zien wat de poor lonesome cowboy achterlaat? Hoeveel vrouwen en kinderen zouden er in het wilde Westen trouwens aan hun lot overgelaten zijn door mannen die besloten hun geluk elders te beproeven? Om toch een paar westerns te laten slagen zou je de befaamde Bechdeltest, de lakmoesproef voor seksisme in films, moeten aanpassen: zoek niet - tevergeefs - naar minstens twee vrouwelijke personages die met elkaar spreken over een ander onderwerp dan mannen maar check of het paard van de held niet meer schermtijd krijgt dan de vrouwen in de cast. Negen kansen op de tien heeft de held een gezondere, betere relatie met zijn rijdier. Die ondergeschiktheid van de vrouw neemt soms bizarre vormen aan. Clint Eastwood speelt in High Plains Drifter (1973), zijn eerste western als regisseur, een variant op de naamloze revolverheld die hem beroemd maakte. Wanneer de jonge Callie Travers hem boos blijft aanspreken en zijn mannelijkheid in twijfelt trekt, sist hij dat het tijd is om haar 'wat manieren te leren' en sleurt haar over de grond mee naar de schuur. Halverwege de verkrachting staakt ze haar tegenspartelen en luidkeels protest. De les is geleerd. Asielzoekers in de pauze van de cursus omgaan met vrouwen trakteren op westerns: slecht plan. Nu moet je de western uiteraard zien voor wat hij destijds was: een in de jaren veertig en vijftig razend populair geworden, door en door Amerikaans filmgenre. Correcte geschiedschrijving was daarbij geen bekommernis. In essentie roept het een mannelijke fantasiewereld op, een wereld waarin niet-gedomesticeerde alfamannetjes ongestoord hun laconieke, zwijgzame zelf kunnen zijn en onbeschaamd de wildebras mogen uithangen. Drinken, jagen, vechten, de held zijn en weer verder trekken voor de oprukkende beschaving je inhaalt: de klassieke held staat symbool voor vrijheid, moed en eerlijkheid en verdedigt die waarden - en weerloze vrouwen - met gevaar voor eigen leven. In dat door John Ford en co. meermaals magnifiek vertelde archetypische verhaal past de vrouw niet altijd even gemakkelijk. Maar moeilijk gaat ook: er waren al eerder Janes met een gun. Door de jaren zijn een handvol westerns gedraaid die wél een mooie plaats veil hadden voor vrouwen, van bij het prille begin van het genre zelfs. The Terror of the Range uit 1919 is verloren gegaan maar de filmposter, die wel bewaard is, belooft behalve 'onvergelijkbare ruiters' en 'een held die ultra dapper is' ook een 'beeldschone heldin'. Populaire historische revolverheldinnen als Annie Oakley of Calamity Janezijn meermaals opgevoerd. Outlaw Belle Starr, de vrouwelijke Jesse James, duikt in een hele reeks films op, waaronder The Long Riders (1980) van Walter Hill en de trashy spaghettiwestern Il mio corpo per un poker (1968) van Lina Wertmüller. Eén actrice schitterde als Belle Starr én Calamity Jane: Jane Russell (in respectievelijk Montana Belle (1952) en The Paleface (1948)). Ontegensprekelijk een vrouw voor wie mannen naar westerns trokken, zij het om de weinig feministische reden dat haar borsten de hoofdrol speelden. In de categorie 'bewapende stoeipoezen' botsen we ook enkele keren op de textielschuwe actrice en postergirl Raquel Welch. In Hannie Caulder (1971) heeft ze de pech dat de schurken niet alleen haar man doden en haar verkrachten, maar ook nog eens haar huis in de fik stikken, waardoor ze een hele tijd slechts over een badhanddoek beschikt om haar naaktheid enigszins te verhullen. Belust op wraak overtuigt ze een premiejager haar te leren schieten, al pruttelt die aanvankelijk wel tegen. 'Als ik je leer schieten, dan trek je er vervolgens op uit en wordt je kont aan flarden geschoten.' 'Het is mijn kont', repliceert Hannie. 'Zonde om ze vol gaten te laten schieten. Het is de mooiste kont die ik ooit heb gezien.' Quentin Tarantino vond het geweldig en noemde Hannie Caulder een inspiratie voor zijn wraakfilm Kill Bill. Maar Tarantino is geen vrouw. Ook van vrouwen die zonder al te veel bloot of wapengeweld volwaardig meespelen, zijn er gelukkig een handvol voorbeelden. In de Howard Hawks-klassieker Rio Bravo (1959) is John Wayne zuivere John Wayne: de rechtschapen, zijn mannen voorbeeldig leidende übercowboy. Maar in discussies verliest hij het keer op keer van professionele kaartspeelster Feathers. Het prachtig stel benen van de sterk spelende Angie Dickinson wordt cinematografisch vakkundig geëxploiteerd, maar in het verleidingspel is het ook onmiskenbaar de zelfverzekerde, onbeschaamde Feathers die de dans leidt, niet de grote John Wayne. In Once Upon a Time in the West (1968) laat Sergio Leone niet na om de beroemde boezem van Claudia Cardinale een prominente plek te geven. Maar vervolgens trekt haar personage, een voormalige prostituee en weduwe, in het conflict met de bende van scherpschutter Frank (Henry Fonda) wel aan het langste eind, door haar sluwheid, en ook wel een beetje dankzij de hulp van echte venten als Cheyenne (Jason Robards) en Harmonica (Charles Bronson). Te streng mogen we niet zijn. In het ondergewaardeerde The Furies (1950) bouwt Anthony Mann op naar een gruwelijke confrontatie tussen een megalomane veebaron en zijn al even karaktervolle dochter, een glansrol voor Barbara Stanwyck, die meer dan eens goed voor de dag kwam in westerns. In Forty Guns (1957) heerst ze, met veertig pistolero's onder zich, over Tombstone, tot ze neus aan neus komt te staan met een sheriff die orde op zaken wil stellen. De onvolprezen Sam Fuller maakte er een oorlog der seksen van, mét revolvers. Het zeer expressieve Johnny Guitar (1954) van Nicholas Ray is een machtsstrijd tussen twee vrouwen die elk op hun manier machtig zijn in een mannenwereld: Vienna (Joan Crawford) zonder te verzaken aan haar vrouwelijkheid en rivale Emma (Mercedes McCambridge) net door haar vrouwelijkheid te verdringen. De pers moest er destijds niet van weten, vandaag wordt Johnny Guitar tot de klassiekers gerekend. Vanaf de jargen zestig stellen steeds meer regisseurs de traditionele ideologie van het genre in vraag in zogenaamde revisionistische westerns. Indianen worden niet langer als wilden voorgesteld en vrouwen krijgen al wat vaker een prominente rol. Een goed voorbeeld is het modderige, antiglamoureuze en droevige McCabe & Mrs. Miller (1971) van Robert Altman. Julie Christie is daarin een bordeelhoudster met een flinke opiumverslaving die niet doorheeft dat haar door gangsters opgejaagde geliefde in de sneeuw een zinloze dood sterft. Veel emancipatorische winst kan er in de jaren tachtig niet geboekt worden want de western is volledig uit de mode. In de jaren negentig wordt de draad voorzichtig weer opgepikt, en de tijden blijken veranderd. Kevin Costner valt in Dances with Wolves (1990) voor de blanke indianenvrouw Stands with a Fist. Clint Eastwood lijkt spijt te hebben van zijn verkrachtingen in High Plains Drifter: in Unforgiven (1992), zijn onderkoelde afrekening met de mythe van de revolverheld, neemt hij het alleszins op voor prostituees die niet meer over zich heen willen laten lopen. The Ballad of Little Jo (1993) gaat over een verstoten vrouw die zich als man begint voor te doen om te ontsnappen aan pooiers en geweldenaars en snijdt onderwerpen aan als vrouwenhaat, racisme en genderidentiteit. De voorbije jaren heeft de western de jaren van mannelijke verdrukking nog verder achter zich gelaten. Het genre dat zo lang gebruikt werd ter promotie van conservatieve, zogezegd traditionele Amerikaanse waarden, is voor de progressieve kar gespannen. Ang Lee liet cowboys passioneel met elkaar zoenen in Brokeback Mountain (2005). Quentin Tarantino vertelt aan ieder die het horen wil - en aan de anderen ook - dat hij met Django Unchained (2012) en The Hateful Eight (2015) het thema van racisme en raciale spanningen heeft toegevoegd aan de western. In Meek's Cutoff (2010) zult u tevergeefs op verlossende shoot-outs wachten: slowcinemakampioene Kelly Reichardt vertelt over kolonisten die met os en huifkar door de woestenij van Oregon trekken en daar hopeloos verdwalen, verteld vanuit het standpunt van de breiende, kokende vrouwen. Haar film maakt brandhout van het argument dat vrouwen in westerns minder aan bod komen omdat de verovering van het wilde Westen een mannenzaak geweest zou zijn. In de dagelijkse overlevingsstrijd, als bindmiddel in gezinnen, in het settelen, in scholen en kerken speelden vrouwen een cruciale rol. Je moet het alleen willen (laten) zien. Dat moet je ouwe knar Tommy Lee Jones bijvoorbeeld niet vertellen. De norse acteur regisseerde The Homesman (2014) met Hilary Swank als sterke, ongehuwde pioniersvrouw die drie krankzinnige vrouwen naar een kerkgemeenschap in Ohio begeleidt. Er valt nog zo veel over het wilde Westen te vertellen. Nu Jane Got a Gun geen voltreffer is, is het wachten op de volgende feministische western. We hebben er in elk geval nog eentje tegoed van Lynne Ramsay. Ondertussen kunnen we ons misschien eens buigen over de rol van de vrouw in het genre dat de voorbije jaren bijna zo dominant is geworden als destijds de western - en al even Amerikaans is: de superheldenfilm. Daar is pas werk aan de winkel.JANE GOT A GUN Vanaf 24/2 in de bioscoop.DOOR NIELS RUËLLEEN AANGEPASTE BECHDELTEST VOOR WESTERNS: CHECK OF HET PAARD VAN DE HELD MEER SCHERMTIJD KRIJGT DAN DE VROUWEN IN DE CAST.