*
...

* Oliver Stone Josh Brolin, James Cromwell, Richard Dreyfuss, Ellen Burstyn, Scott Glenn Een audiovisueel shock and awe-bombardement à la JFK of Natural Born Killers is W. duidelijk niet geworden, hoewel Oliver Stone zijn psycho-historische portret van George W. Bush per se voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen wilde af hebben. Enkel het vinnige verteltempo - de film lijkt meer gemonteerd dan geregisseerd - verraadt enigszins Stones dwingende deadlinedruk. Al bezorgen de behandelde feiten - zoals de invasie van Irak, het invoeren van de Patriot Act en andere hallucinaties uit het Bushbeleid - je toch af en toe de indruk naar een op pellicule getrokken bad trip te kijken. Stone baseerde zich op een scenario van Stanley Weiser - die eerder al Wall Street neerpende - dat gezwind tussen flashbacks uit Bush' pre-presidentiële jaren zapt en als centraal gegeven de onderhandelingen voor de inval in Irak bezigt. Tussen de discussies over denkbeeldige weapons of mass destruction door passeren dusretropassages waarin Dubya tegen diens onredelijk strenge Poppy (James Cromwell) rebelleert, met de steun van God en christelijke fundamentalisten de drankduivel bekampt én Laura (Elizabeth Banks) binnendoet als de sympathieke, maar oedipaal geplaagde olieboerenknul uit Texas die hij in feite altijd gebleven is. Moraal van Stones verhaal? De meest gehate president uit de Amerikaanse geschiedenis mag dan als leider volstrekt incompetent zijn en een rampzalige erfenis nalaten, deep down is hij ook maar een mens en privé zelfs best een aardige kerel. Geef toe: het is niet meteen de scherpe of provocatieve analyse die je van de maker van Platoon of JFK verwacht. Onder de entertainende deklaag - een The Queen-achtige mix van politiek, melodrama en milde satire - schuilt dan ook een vreemdsoortige bewondering voor Bush' survivalinstinct en traditionele waardepatroon. En dat leidt alvast tot enkele groteske conclusies. Zo is het bijvoorbeeld héél gratuit om Bush af te schilderen als de makkelijk te manipuleren marionet van zijn neoconservatieve buddies Rumsfeld (Scott Glenn) en Cheney (Richard Dreyfuss). En ook de psychoseksuele uitleg dat zijn vadercomplex tot zijn vroegere drankverslaving en zelfs de tweede oorlog in Irak leidde, is even leugenachtig als zijn gestolen verkiezingsoverwinning van 2000, een feit waarover overigens met geen woord wordt gerept. Simpel gezegd: Stone mist een concrete visie op zijn onderwerp, komt er minstens vier jaar te laat mee en houdt het bij een weinig meeslepende ordening van feiten waarin de cast zijn beste 'neo-con'-parodie geeft. Samen met de spaarzaam ingewerkte ' Bushisms' ('I've always been misunderestimated by Saddam Hussein') zorgen vooral die acteerprestaties geregeld voor de nodige hilariteit. Josh Brolin mag dan wel Bush' duivels charmante glimlachje prima onder de knie hebben, wat Thandie Newton en Jeffrey Wright met respectievelijk Condoleezza Rice en Colin Powell uitspoken doet meer aan Spitting Image dan aan politiek drama denken. Pijnlijk én grappig tegelijk, net als Dubya himself. Dave Mestdach