Zaterdag 25 oktober, 20.10, Canvas
...

Zaterdag 25 oktober, 20.10, Canvas Toen ze zag met welke allesverwoestende kracht de tyfoon Haiyan in november vorig jaar vernieling zaaide op de Filipijnen, richtte de Amerikaanse ngo Radionews zeer snel een radiostation op: Radyo Bakdaw - wat zoveel betekent als 'sta op', pop-upradio in rampgebied. De Belg Stijn Aelbers zat mee achter de knoppen en leidde een team van lokale reporters op tot kritische, onafhankelijke journalisten. In februari trokken journaliste Marjorie Blomme en documentairemaker Steve Thielemans naar de getroffen stad Guian. Ze keerden terug met een mooie reportage over de kracht van radio in tijden van rampspoed. 'Alles was er vernield', vertelt Blomme. 'Maar de radio probeerde het sociale weefsel te herstellen en slaagde daar op een bepaalde manier ook in.' MARJORIE BLOMME: Na de storm is Radyo Bakdaw vier maanden actief geweest. Het was nooit de intentie om permanent te blijven uitzenden, al hoopte Stijn wel op een permanente licentie omdat het station zo snel zo populair was geworden. De concurrerende zender is in handen van de burgemeester en daar stond men te popelen om weer in de ether te gaan. Het medialandschap in de Filipijnen is corrupt tot op het laagste niveau. Het is één politiek spel. Wie een uitzendlicentie wil krijgen, moet politiek kleur bekennen. Het was van meet af aan duidelijk dat een kleine, onafhankelijke radiozender weinig kans had om te overleven. BLOMME: De zender is in een mum van tijd razend populair geworden. De mensen sloten hem in hun hart. Eindelijk werd er geluisterd naar de mensen op straat, eindelijk werd er informatie gebracht waar men écht iets aan had - in tegenstelling tot de holle slogans, de overheidsreclame en de nietszeggende gesprekken waar de Filipijnse media een patent op hadden. BLOMME: Het was radio vóór de mensen, ja. Een beetje vergelijkbaar met de radiostations hier, maar dan zonder commerciële intenties. Veel gezinnen waren elkaar kwijt na die orkaan, mensen raakten vermist. Dankzij Radyo Bakdaw vonden ze elkaar terug. Of ze kregen advies over hoe ze hun huizen moesten heropbouwen, welke wegen heropend werden, waar je voedsel kon krijgen, hoeveel inschrijvingsgeld er moest betaald worden om hun kinderen terug naar school te sturen. Allemaal praktische, duidelijke dingen. Bovendien was het een openbaring voor de lokale journalisten. Zij zaten tot voordien nog in een strak keurslijf gewrongen, en konden plots proeven van kritische journalistiek, objectief zijn tegenover de burgemeester, de wijkhoofden en het corrupte beleid. Wij kunnen ons dat amper voorstellen, omdat we vrije meningsuiting hebben en voortdurend politici interviewen en vooral confronteren. Maar ginder was dat een revelatie. ANDREAS ILEGEMS