Eerste zin Ik vond hem een paar minuten geleden, in de hoek, de omhoogwijzende vleugels als biddende handen tegen elkaar.
...

Eerste zin Ik vond hem een paar minuten geleden, in de hoek, de omhoogwijzende vleugels als biddende handen tegen elkaar. Vijf jaar na haar zelfmoord ziet Jar zijn grote liefde Rosa op de roltrap staan. Ze ziet er slonzig en afwezig uit, twee mannen met oortjes lijken haar te volgen en nog voor Jar haar kan aanspreken, is ze verdwenen. Posttraumatische hallucinaties noemt Jars psycholoog het. Toch blijkt Jar niet zo gek van verdriet te zijn als iedereen denkt. Via Rosa's dagboek komt hij een verklaring op het spoor die te grotesk voor woorden is. Rosa's oom is een gefrustreerde farmacoloog die de nogal vreemde ambitie koestert om in Guantánamo helemaal loos te gaan op gevangenen met drugs en experimenten. Hij is gefascineerd door 'aangeleerde hulpeloosheid', waarbij mensen niet (langer) reageren op dingen die hen overkomen. Jar gaat te rade op het dark web, maar voor hij het weet, verandert de jonge kunstredacteur van jager in prooi. J. S. Monroe schrijft met de allure en het tempo van John le Carré en ook hij jaagt lezers die de geheime diensten wantrouwen de stuipen op het lijf. Complottheoriefans hebben aan Vind mij dus een vette kluif. Want stel je voor dat neuropsychologen en farmacologen niet alleen op terroristen of gevangenen, maar ook op brave burgers worden losgelaten? Word je gehersenspoeld via drugs, de tv of je computer? De verrassingen in deze thriller zijn legio, maar uiteindelijk zijn het liefdesverhaal tussen Jar en Rosa en hun hobbelige weg naar volwassenheid nog mooier dan alle suspense en vuilehandjesgeheimen.