Het heeft even geduurd vooraleer Vermist in deze rubriek aan bod kwam. Dat is niet omdat ik de nieuwe Vlaamse politieserie de afgelopen maanden op alle mogelijke manieren heb proberen te ontlopen, integendeel. Alleen bleef ik na elke aflevering die ik zag telkens weer met zulke gemengde gevoelens achter dat ik een bespreking maar voor me uit bleef schuiven. De eerste vijf minuten van Vermist zijn immers meestal heel knap; met wat fluks camerawerk en een snelle montage gooien de makers de 'misdaad van de w...

Het heeft even geduurd vooraleer Vermist in deze rubriek aan bod kwam. Dat is niet omdat ik de nieuwe Vlaamse politieserie de afgelopen maanden op alle mogelijke manieren heb proberen te ontlopen, integendeel. Alleen bleef ik na elke aflevering die ik zag telkens weer met zulke gemengde gevoelens achter dat ik een bespreking maar voor me uit bleef schuiven. De eerste vijf minuten van Vermist zijn immers meestal heel knap; met wat fluks camerawerk en een snelle montage gooien de makers de 'misdaad van de week' echt in de schoot van de kijker, zodat je meteen iets rechter in de zetel gaat zitten om te zien hoe de Cel Vermiste Personen het er zal afbrengen. Maar in plaats van na die flitsende start een extra spurtje aan te trekken, begint het verhaal te temporiseren en rondjes te draaien, alsof het op zijn adem getrapt heeft en even moet bekomen van alle opwinding. Van mijn oorspronkelijke enthousiasme blijft tegen het einde van de aflevering dan ook enkel nog een klein beetje hoop over dat men er de week daarop misschien wel in zal slagen om het niveau aan te houden. Van een gebrek aan goede wil kun je me dus niet beschuldigen, maar na een tweetal maanden dringt de conclusie zich toch langzamerhand op. Elke aflevering van Vermist is als een soufflé die net te vroeg uit de oven is genomen: het ziet er eventjes uitstekend uit maar het zakt al vlug in elkaar. De reden daarvoor (naast de houterige dialogen, want ook Vermist ontsnapt niet aan de vloek die over elke Vlaamse serie hangt) is dat de verhalen gewoon niet sterk genoeg zijn. Net zoals in de vergelijkbare Amerikaanse serie Without A Trace wordt elke aflevering opgehangen aan een mysterieuze verdwijning, waarvan de ware toedracht dan gaandeweg gereconstrueerd wordt aan de hand van flashbacks. Maar de zaken in Vermist zijn zo licht en voorspelbaar, dat je met de ontrafeling ervan nauwelijks een klein halfuur gevuld krijgt. En dus moeten de schrijvers hun personages opzadelen met allerlei erg clichématige privé-problemen om de gaten dicht te plamuren. Bij CSI, een ander voorbeeld van Vermist, duurde het enkele seizoenen vooraleer je als kijker nog maar wíst dat Gil Grissom een privéleven had, maar Walter Sibelius, het hoofd van de Cel Vermiste Personen, is ondertussen bijna een open boek. Hij is gescheiden, heeft een weerspannige dochter waarvoor hij te weinig tijd heeft, enfin, het is een man met genoeg sores aan zijn kop om een Flair vol te schrijven. Koen De Bouw mag dan, samen met Kevin Janssens, de andere acteurs wegspelen, zelfs hij slaagt er niet in om het personage wat vuur in te blazen. Vermist heeft kortom heel goed gekeken naar zijn Amerikaanse tegenhangers, maar er iets te weinig naar geluisterd. Door Stefaan Werbrouck