Elke donderdag, 21.10 - éénAls een serie goede begintitels heeft, mag je het beste verhopen voor wat volgt: het is een regel die op tv-gebied meestal opgaat en ook Van Vlees en Bloed is geen uitzondering. De beelden waarmee de reeks van Tom Van Dyck en Michiel Devlieger aftrapt - een lang-zame wals met close-ups van hompen vlees in de hoofdrol - vormen niet alleen een visueel pareltje in de lijn van de begintitels van de Amerikaanse reeks Dexter, maar passen ook perfect bij de serie. De manier waarop in het vlees wordt gesneden en gekerfd, is immers een mooie metafoor voor hoe de personages uit Van Vlees en Bloed uit elkaar worden gehaald, met een vaak even bloederig als surrealistisch resultaat.

Het verhaal van de slagersfamilie Vangenechten die wordt opgeschrikt als de verloren zoon weer thuiskomt, lijkt op het eerste gezicht vrij gewoontjes. De uitwerking is dat allerminst, zeker naar de maatstaven van het Vlaamse tv-drama. Het komt immers maar zelden voor dat de personages van in de eerste scène zo mooi neergezet worden, van het ambitieuze, maar ietwat simpele hulpje dat zichzelf na een schouderklopje van de baas meteen aan het hoofd van de slagerij ziet staan tot de heerlijke ex-schoolinspecteur die aan het ziektebed van zijn schoonmoeder al plannen smeedt om de erfenis te verdelen. Omdat die karakters zo goed getypeerd worden, slagen de makers er ook in om je als kijker mee te slepen op de momenten dat het verhaal lijkt te ontsporen en absurde trekjes krijgt - zoals in de hilarische ziekenzalving of de nu al klassieke confrontatie tussen 'moemoe' en een zwerm meeuwen op het strand. In mindere series zouden die scènes snel goedkoop lijken en als een tang op een varken slaan, maar hier passen ze volledig.

De belangrijkste troef van Van Vlees en Bloed zijn echter de dialogen. Van Dyck is erin geslaagd zijn personages woorden in de mond te leggen die heel levensecht klinken en tegelijk een zekere poëzie bevatten, omdat wat niet gezegd wordt minstens even belangrijk is als wat wel wordt verkondigd. Het is een combinatie die ik in een Vlaamse dramareeks nog maar weinig heb mogen zien, en het zorgt ervoor dat de serie nog herkenbaarder en levensechter wordt.

Tot slot nog een opmerking over de uitzenddag van Van Vlees en Bloed. Devlieger en Van Dyck hadden hun serie geschreven in de hoop dat die op zondagavond zou worden uitgezonden, zoals bekend de topdag van de openbare omroep en uitgegroeid tot de natuurlijke habitat voor alles wat - terecht of onterecht -als 'Vlaamse kwaliteitsfictie' omschreven wordt. Maar toen Van Vlees en Bloed afgewerkt was, bleek zondag al tot halverwege 2010 volgeboekt en moest men noodgedwongen uitwijken. Ik ben dan ook uitermate benieuwd naar de kwaliteit van de fictiereeksen die deze zeldzame brok sterk Vlaams drama naar donderdag hebbenverbannen.

Stefaan Werbrouck