'De hitler - hitparade'
...

'De hitler - hitparade'in filmmuseum, antwerpen. tot eind januari. www.muhka.be,tel.03-242 93 57 'Der Untergang'VANAF 12/1 IN DE BIOSCOOPAdolf Hitler, het was niet meteen de sympathiekste mens, maar als de verpersoonlijking van onheil fascineert hij nog steeds. Verwonderen doet het dan ook niet dat er vele tientallen films zijn gemaakt over, rond en met de Führer. Het is daarbij opvallend dat zijn beeld zich vanaf de jaren veertig tot nu steeds heeft aangepast aan de veranderende tijdsgeest. Het spreekt voor zich dat tijdens de oorlogsjaren de afbeelding van Hitler in propagandaprenten van Hollywood vooral het Amerikaanse patriottisme diende aan te zwengelen. Van een acteur die onder de kraag en de kepie van de oppernazi kroop, werd dan ook alleen verwacht een schuimbekkende karikatuur neer te poten. We kregen toen een Hitler voorgeschoteld als knettergekke megalomaan of als tirannieke misantroop. Alles ganz toll, zolang het maar niet te veel sympathie voor de nazidictator losweekte en zolang men maar inzag dat hij allesbehalve een gewoon mens - een Adolf met de pet - was. De historische vernislaag die zo lang op 'de mythe Hitler' kleefde - zoals zo pervers mooi verbeeld in Leni Riefenstahls Triumph des Willens (1934) of zo meedogenloos gedissecteerd in documentaires als Black Fox: The True Story of Adolf Hitler (1962), Swastika (1973), of Hitler: eine Karriere (1977) - vertoont ondertussen echter heel wat craquelures. Over de jaren heen diende de politieke satire, documentaire afstandelijkheid of Hollywoodiaanse bad guy-typecasting steeds vaker te wijken voor het psychologische portret. Nuance kroop in de typering van Hitler en over de bruine beerput van de nazi-ideologie heen werden de menselijke contouren verkend van de man die ooit de ganse Heimat had bezwangerd met zijn kranke retoriek. Nu de nieuwe controversiële Hitler-biopic Der Untergang van Oliver Hirschbiegel in aantocht is, doken wij met het fanatisme van Maurice de Wilde zaliger de archieven in en haalden tien verschillende Hitlers op pellicule boven, stuk voor stuk gedrenkt in een bepaalde Zeitgeist, acteerstijl, ideologisch of esthetisch credo. Trashy horrorpulp (zoals They saved Hitler's Brain (1968), Flesh Feast (1970), Hard Rock Zombies (1984)), zich op authenticiteit beroepende tv-feuilletons (waaronder Hitler: The Rise of Evil (2003)), Hitlers in minuscule bijrolletjes (Bert Youngs Hitler in de newsreel uit Citizen Kane (1941)) of zakelijke documentaires laten we daarbij aan ons voorbijgaan. Te veel Hitler - de man beleeft ontegensprekelijk en zelfs buiten foute kringen een revival - is tenslotte nergens goed voor. En het bewijs daarvan vindt u niet alleen in de geschiedenisboeken. Ironie is nooit tragischer en vileiner geweest dan in dit satirische meesterwerk van geniale slapstick, politieke spot en smachtend humanisme. Was het niet Chaplin die Hitler tot diens tandenborstelsnorretje had geïnspireerd en in de megalomane dictator een fan vol onvoorwaardelijke overgave vond? De bewondering was echter geenszins wederzijds, zoals blijkt uit deze even hilarische als politiek beladen vaudeville waarin Chaplin in zijn allereerste talkie de dubbelrol neerzet van dictator Hynkel en een naïeve joodse kapper die sprekend op deze (naar Hitler gemodelleerde) demagoog lijkt en aldus aan een gewisse dood in een concentratiekamp kan ontsnappen. Hoewel achter de humor een sneer schuilt naar Hitlers tot nationale politiek gepromoveerde suïcidale waanzin, voelde der Führer zich geenszins beledigd. Sterker nog: Hitler liet indertijd zelfs twee privé-vertoningen van The Great Dictator organiseren, hoewel hij zijn propagandisten de film publiekelijk uiteraard liet veroordelen als 'entartete kunst' en Chaplin afdeed als 'een walgelijke joodse acrobaat'. Van je fans moet je het hebben. Deze tijdloze klassieker van Ernst Lubitsch, zelf van joods-Duitse origine, is zonder discussie een van de zwierigste, grappigste en meest gewaagde komedies aller tijden. To be or Not to Be vertelt op een compromisloze manier - niet evident voor een film die in volle wereldbrand werd gedraaid - het verhaal van een Pools toneelgezelschap dat in opdracht van het verzet de Gestapo een piekfijn geboende laarshak zet en er zelfs in slaagt de echte Hitler door een ersatzversie te vervangen. Onvergetelijk zijn de 'Heil Myself'-groet van Tom Dugan en de 'we do the concentrating, the Polish do the camping'-oneliner van Sig Ruman als de clowneske nazibeul Concentration Camp Ehrhardt. 'Joodse humor is altijd vol mededogen en stijlvol, dus waarom zouden we het uit de film weren?', verdedigde Lubitsch zich. De regisseur - onwetend over het bestaan van vernietigingskampen en de holocaust - werd indertijd namelijk fel bekritiseerd om de boude, bewust karikaturale en ongegeneerd anarchistische manier waarop Hitler en co werden geportretteerd: als een stelletje incompetente, lachwekkende klunzen. Wie tijdens de Tweede Wereldoorlog een acteur nodig had die Hitler wilde vertolken, hoefde kennelijk maar gewoon even 'Heil Bobby Watson' te roepen. Elf keer liet de Amerikaanse karakteracteur zich een swastika, kepie en ridicuul bovenlipmatje aanmeten om zijn landgenoten er in tal van karikaturale propagandafilms aan te herinneren wat voor een wreedaardige maniak Hitler wel was. Zijn bekendste en meest geloofwaardige Hitler-vertolking zette hij neer in The Hitler Gang. In deze als gangsterfilm verpakte biopic weet een getraumatiseerde kladschilder het, over een machiavellistische politiek en heel wat lijken heen, uiteindelijk tot Führer van het Derde Rijk te schoppen. James Mason speelt 'woestijnvos' Rommel in deze populaire en diepgravende biopic over de neergang van deze geniale veldmaarschalk. The Desert Fox is zowat de eerste Hollywoodfilm waarin een naziofficier met zin voor nuance en zelfs mededogen werd geportretteerd. Dat privilege werd Hitler nog niet gegund. Hoewel Luther Adler zich uitstekend van zijn taak kwijt, incarneert hij in deze prent de Hollywood-Hitler zoals we hem ook vandaag nog kennen: als een briesende, irrationele bullebak die zijn machtsgeile ogen uit hun kassen en zijn snor van onder zijn lip loopt te schreeuwen. Der Letzte Akt van Georg Wilhelm Pabst (een van de invloedrijkste cineasten uit de Weimar Republiek) was de allereerste film die inzoomde op de laatste tien dagen van Hitler en co. Het is dan ook vooral dit beklemmende doemsportret, naar een scenario van Erich Maria Remarque (de Duitse schrijver van Van het westelijk front geen nieuws), dat de makers van Der Untergang de nodige inspiratie bood. Vooral de psychologisch-realistische hoofdrol van de Weense toneelacteur Albin Skoda blijft gedenkwaardig. Tenslotte was Skoda de eerste acteur die zich meer op Hitlers innerlijke demonen concentreerde dan op diens fysieke of vocale eigenaardigheden. 'Don't be stupid, be a smarty. Come and join the Nazi Party', zingen de SS-showgirls uit volle arische borst in de uitzinnige musical Springtime for Hitler. Mel Brooks laadt zijn gagkanon met pythoneske gekheid en scherpe satire en richt die in zijn allerbeste film - een anarchistische komedie over twee producenten die de belastingen trachten op te lichten door de foutste aller musicals ineen te flansen - op Hitler én op Hollywood, op semieten én op antisemieten, op de oorlogs- én op de flower-powergeneratie. Dick Shawn is hilarisch als de hippe musicalacteur die zijn dansende en zingende Hitler met een vleugje psychedelica uit de swingin' sixties injecteert. Heil baby! 'Ik tracht Hitler te benaderen met rationele objectiviteit. Tenminste, voor zover dat kan natuurlijk. Je zou kunnen zeggen dat ik er een licht ironische toets aan toevoeg maar zeker niet met de bedoeling die te benadrukken. Ik weet dat ik geen karikatuur van Hitler heb gemaakt. Tenslotte is er niks komisch aan die man, hoewel sommige Britten daar tegenwoordig kennelijk anders over denken. In het eerste shot van de film valt mijn haar bijvoorbeeld bewust niet over mijn voorhoofd, de typische Hitlersnit. Ik wilde vermijden dat mensen zoiets hadden van: hé, daar heb je hem weer, ouwe Adolf. Ik probeer zo objectief mogelijk de man neer te zetten die hij toen was.' Aldus filmlegende Alec Guinness in Focus on Film over zijn nochtans vaak bekritiseerde - zenuwtics en funny walks incluis - Hitlerrol. Ein Trauerarbeit, zo noemt de experimentele cineast Hans Jurgen Syberberg zijn acht uur durende, door Francis Ford Coppola en Susan Sontag fel bejubelde conceptfilm rond Hitler, en vooral dan als collectief fenomeen. Syberbergs film is geen historisch correcte reconstructie of een traditioneel 'verhaaltje', wel een associatieve melange van Wagneriaanse mythologie (de film bestaat net als Wagners Ring uit vier delen), Brechtiaanse dramaturgie (het speelt zich onder meer af in een circus en stelt de acteurs voor als poppenspelers en de nazikopstukken als marionetten) en Freudiaanse massamediakritiek (Syberberg noemt Hitler 'de grootste filmmaker uit de geschiedenis'). Wat u zich daarbij concreet moet voorstellen, ontdekt u op Syberbergs website waar het werk integraal kan worden bekeken. Hitler die in Romeinse toga opdoemt uit het smeulende graf van Wagner (zie openingsbeeld)? Zelfs een flink beschonken Luis Buñuel had het niet kunnen verzinnen. Het in Cannes gelanceerde Moloch van de Russische beeldenmagiër Alexander Sokurov is het eerste deel van wat moet aanzwellen tot een vierluik over machthebbers die de twintigste eeuw hebben vormgegeven en verminkt. Toch is deze film - waarin Hitler, Eva Braun, Joseph Goebbels en Martin Bormann voor Sokurovs mytho-poëtische camera worden gehaald - allesbehalve een historisch accurate biopic. Moloch is een psychologische reflectie over de gesels en de waanbeelden van de macht, geschetst tegen het duistere decor van de Berghof in Berchtesgaden. Leonid Mozgovny zet Hitler neer als een bij vlagen briljante maar steeds pathetische en onwetende egomaan die als in een Beckettiaans toneelstuk voortdurend over zijn gezondheid loopt te zeuren. 'Machtige leiders hebben nu eenmaal van hun leven theater gemaakt', zo lichtte Sokurov zijn Hitlerfilm toe. 'Geleid door allerlei mythes percipieerden en vormden ze hun leven, ensceneerden een levensechte mise-en-scène en pasten zelfs hun gedrag aan rituelen en ceremonieën aan. Daarin was Hitler geenszins uniek. De geschiedenis leert ons dat grandioos opgezette shows die uit ijdelheid voortvloeien per definitie in het vergeetboek belanden.' Kenji, Sam en den bompa zijn gewaarschuwd. 'Toen ik mijn rol speelde, leefde ik mee met Hitler', liet de Zwitserse karakteracteur Bruno Ganz optekenen tijdens de promotietournee voor de controversiële film Der Untergang. Ganz kreeg daarmee de ganse Heimat over zich heen (zoals Basil Fawlty al aangaf, 'don't mention the war') maar de kritiek verstomde toen het publiek de realistische Hitler-uitbeelding onder ogen kreeg: nu eens een verschrompelde ziel, opgesloten in een zelfgegraven graf van machtsgeilheid, dan weer een brulboei die zichzelf en zijn natie de meest baarlijke nonsens liet geloven. Der Untergang van Das Experiment-regisseur Oliver Hirschbiegel weert elke vorm van ideologische recuperatie en zoomt zonder mededogen of politiek correcte ballast in op het menselijke failliet van Hitler en zijn naaste trawanten, allen opgesloten in een Berlijnse bunker en wachtend op het definitieve nekschot door Stalins troepen. 'Door je in een persoon te verdiepen, win je een soort onbevangenheid terug', aldus Ganz. 'Je kijkt niet steeds door de ogen van een massamoordenaar en dat verandert je blik - als acteur voor alle duidelijkheid.' Zelfs in het iconische gezicht van het kwaad schuilen er herkenbare trekken van angst, hoop en onzekerheid.Door Dave MestdachDave Mestdach