A van avontuur en Akahige maar vooral van Akira

Akira Kurosawa, geboren op 23 maart 1910 in Tokio, is de jongste van zeven. Zijn vader, docent aan de militaire academie, vindt dat film een opvoedkundige waarde heeft en neemt het hele gezin mee naar de bioscoop. Ook zijn oudste broer Heigo wijdt hem in de cinema in, wanneer die als benshi vertoningen van stomme films van commentaar en stemmetjes voorziet. Diens zelfmoord laat een diepe indruk na. In 1935 gaat de artistiek aangelegde Akira aan de slag bij PCL, een Japanse filmstudio, waar hij Kajiro Yamamoto bij meerdere films assisteert en zo het filmproces onder de knie krijgt. Zijn regiedebuut Sugata sanshiro ( Judo Saga, 1943) luidt een indrukwekkende carrière in. Als hij op zes september 1998 sterft, laat hij dertig films na.
...

Akira Kurosawa, geboren op 23 maart 1910 in Tokio, is de jongste van zeven. Zijn vader, docent aan de militaire academie, vindt dat film een opvoedkundige waarde heeft en neemt het hele gezin mee naar de bioscoop. Ook zijn oudste broer Heigo wijdt hem in de cinema in, wanneer die als benshi vertoningen van stomme films van commentaar en stemmetjes voorziet. Diens zelfmoord laat een diepe indruk na. In 1935 gaat de artistiek aangelegde Akira aan de slag bij PCL, een Japanse filmstudio, waar hij Kajiro Yamamoto bij meerdere films assisteert en zo het filmproces onder de knie krijgt. Zijn regiedebuut Sugata sanshiro ( Judo Saga, 1943) luidt een indrukwekkende carrière in. Als hij op zes september 1998 sterft, laat hij dertig films na. De bushido is de erecode van de samoerai, een buitengewoon loyale elitesoldaat die niet te beroerd is om zichzelf op te offeren. Desnoods pleegt hij seppuku, rituele zelfmoord. Het typevoorbeeld van de bushi- do is Kambei Shimada, de leider van de beroemde zeven samourai. Kurosawa voert vooral de samoerai zonder meester op: de rondzwervende ronin, die al dan niet de bushido trouw blijft. Kurosawa idealiseert de bushido niet. Het inktzwarte The Bad Sleep Well (1960) toont hoe de traditie van de bushido door werkgevers en kaderleden misbruikt wordt. Hun werknemers worden verondersteld te zwijgen en zich op te offeren voor de misdrijven die zij begaan. Het werk van Kurosawa is hét ijkpunt voor chanbara's of Japanse zwaardfilms. Opwindende, prachtig gestileerde actie gaat samen met een verkenning van de diepste zielenroerselen van een viriele held. Met Sanjuro (1962) parodieert Kurosawa het genre waarmee hij wereldberoemd werd. De sluwe antiheld doet zijn plicht als samoerai, maar vraagt zijn jonge, niet al te snuggere discipelen om zijn wereld de rug toe te keren. 'De beste zwaarden blijven in de schede', zegt hij nadat hij zijn vijand in een ultiem duel heeft gedood. De fontein van bloed die uit het lichaam van Sanjuro's tegenstander spuit, wordt als schokkende nieuwigheid door velen opgepikt. Met Dodes'kaden (1970) begint een nieuw tijdperk. Kurosawa's samenwerking met fetisjacteur Mifune is definitief ten einde en zijn Amerikaanse avontuur eindigt in mineur. Na een dispuut op de set van Tora! Tora! Tora! The Attack On Pearl Harbor wordt hij door Fox wandelen gestuurd, en ook in de Japanse studio's kan hij niet meer terecht. Dodes'kaden is zijn eerste film in vijf jaar tijd én in kleur. De kei in expressionistisch zwart-wit en het spel met licht en contrasten wil de traditie niet zomaar opgeven. Ook kleur gebruikt hij trouwens om zich uit te drukken. In Do- des'kaden schildert hij zo de krottenwijk aan de rand van de stad, wat anderen dan weer in zwart-wit zouden doen. De slechte reacties van het publiek drijven Kurosawa tot een zelfmoordpoging. Alle regisseurs noemen die door Kurosawa beïnvloed zijn, is onbegonnen werk. Als we er ééntje moeten uitpikken, dan toch Clint Eastwood. Zijn rol als cynische revolverheld in de spaghettiwesterns van Sergio Leone is geïnspireerd op Kurosawa's ronin. De verwantschap gaat nog dieper: Eastwood stelt zich als regisseur dezelfde vragen over de zin van geweld, heldhaftigheid, mannelijkheid, leerling-meesterrelaties en hoe en wanneer het individu essentiële waarden moet verdedigen. Allebei proberen ze heroïek en humanisme te verzoenen. Kurosawa klaagde soms dat hij geen opvolger had, maar zijn technieken en inzichten hebben wel massaal ingang gevonden. Een actiescène dramatiseren met slow motion? Sam Peckinpah en de anderen hebben het van hem. Werd ook gretig gekopieerd: zijn systeem om spektakel-scènes met meerdere camera's te filmen, een snelle montage af te wisselen met close-ups en schitterende breedbeeldcomposities en telelenzen te gebruiken om de acteurs zoveel mogelijk vrijheid te laten. Kurosawa werd gewaardeerd door de allergrootsten in zijn vak. Ingmar Bergman noemde zijn Jungfrukällan een luizige imitatie van Kurosawa, terwijl Sam Peckinpah bekende dat hij graag westerns had gemaakt zoals de Japanner. Steven Spielberg had het dan weer over de picturale Shakespeare van zijn tijd. Volgens Martin Scorsese is zijn invloed op regisseurs uit de hele wereld onvergelijkbaar groot. Zhang Yimou weet ten slotte dat andere regisseurs over meer geld, technologie en effecten beschikten, maar dat niemand Kurosawa kon overklassen. De grens tussen hommage en diefstal is in Kurosawa's nalatenschap niet altijd even duidelijk. Georges Lucas leende van Hidden Fortress voor Star Wars, John Sturges maakte van Seven Samourai de western The Magnificent Seven, Sergio Leone's spaghettiwestern A Fistful of Dollars lijkt verdacht veel op Yojimbo, net zoals het erg gestileerde Last Man Standing van Walter Hill. Paul Newman zien we terug in Martin Ritts remake van Rashomon: The Outrage.Kurosawa is méér dan de prachtige geweldscènes in avonturenfilms. Ikiru is een onvergetelijk portret van een oude ambtenaar die te horen krijgt dat hij kanker heeft. Met de dood in het vooruitzicht besluit de professionele stempelzetter om alsnog iets voor de gemeenschap te doen en hij zet zich met hart en ziel in voor een speeltuin in het stadspark. Niemand blijft onbewogen bij de slotbeelden van de oude man op de schommel in de sneeuw. De weergaloze vertolking is van Takashi Shimura. Hij is veel minder bekend dan Mifune, maar aangezien hij in twee derde van Kurosawa's films speelt, minstens zo belangrijk. Kurosawa kon de klassieke Amerikaanse films van Frank Capra, William Wyler en Howard Hawks wel smaken. Schatplichtig is hij vooral aan John Ford en diens westerns, zeker aan zijn structurering en de manier waarop hij grote ruimtes filmt. Het idee van paarden die tijdens een charge zoveel stof doen opwaaien dat het gevecht aan het gezicht onttrokken wordt, komt bijvoorbeeld uit diens Fort Apache. Beide regisseurs hadden trouwens de gewoonte om op de gekste momenten een zonnebril te dragen. Kurosawa heeft in tien jaar tijd amper twee films gedraaid als eind jaren 70 twee fans hun hulp aanbieden: George Lucas en Francis Ford Coppola. De keizer vist een oud prestigeproject op: het historische drama - oftewel jidaigeki - Kagemusha (1980). In de door burgeroorlogen geteisterde 16e eeuw wordt de dood van Heer Shingen verzwegen om de vijand niet op ideeën te brengen. Zijn dubbelganger, een ter dood veroordeelde dief, neemt met succes over, maar de clan komt in de problemen als de zoon het overneemt. De overdracht van kennis of macht is een terugkerend onderwerp, Kurosawa gelooft duidelijk meer in competentie, onderwijs en professionalisme dan geërfde macht. Een dramatische erfenis is het centrale thema van de monumentale opvolger Ran (1985). 'Laat mij uw leerling zijn', zegt de jonge Katsushiro in het begin van Seven Samourai (1954) tegen de oudere Kanbei. De relatie tussen meester en leerling is een thema dat Kurosawa in bijna elke film aansnijdt. In de messcherpe neorealistische film noir Stray Dog (1949) speelt Mifune een jonge agent die de onderwereld doorkruist op zoek naar de dief van zijn vuurwapen en ondertussen door een oudere collega in de geheimen van het vak wordt ingewijd. Voor Red Beard (1965) kruipt hij in de huid van een onorthodoxe dokter die een jonge bourgeoiscollega overtuigt van de waarde van volksgeneeskunde. 'Draai je ogen niet weg, maar kijk hoe je de wonde dichtnaait', doceert hij terwijl een vrouw met opengereten buik kermt van de pijn (foto). Toshiro Mifune was voor Kurosawa, wat Johnny Depp is voor Tim Burton, de jonge Robert De Niro voor Martin Scorsese of John Wayne voor John Ford. De fetisjacteur en het alter ego van Kurosawa zien we in zestien van zijn films. Hoewel hij vooral hedendaagse personages zoals een agent, een dokter of een gangster speelt, belichaamt hij meer dan wie ook de samoerai. De aikido en kendo-expert beschikte over een indrukwekkende fysiek en présence én toonde overtuigend een fenomenale innerlijke kracht. 'Een doorsnee Japanse acteur heeft drie meter film nodig om een indruk na te laten, Mifune had aan een meter genoeg', meende Kurosawa. Debuutfilm Judo Saga (foto) dankt zijn succes vooral aan het einde, wanneer Sanshiro, bekwaam in het moderne judo, en Higaki, gespecialiseerd in het voorouderlijke jiujitsu, op leven en dood duelleren. De omgeving draagt enorm bij tot de afsluitende grandeur. Kurosawa mocht de studio inruilen voor de hoge grasvelden in het Hakonegebergte en hij wist de natuurpracht in het verhaal te integreren. Het superieure gebruik van natuurlijke decors wordt een constante: in Judo Saga 2 (1945) speelt het sneeuwlandschap opnieuw een grote rol in het finale gevecht en ook het bevreemdende maanlandschap uit Throne of Blood (1957) vond hij in het Hakonegebergte. Op de set vertoont Kurosawa dictatoriale trekjes. Wie zijn streven naar perfectie door domheid of onwil dwarsboomde, kreeg de wind van voren. 'Ik heb een opvliegend karakter', zei de man die op de set met sensei of leraar wordt aangesproken, maar ook tenno of keizer wordt genoemd. Zijn perfectionisme loont. Even diep ademhalen: de Oscar voor de beste buitenlandse film en de Gouden Leeuw van Venetië voor Rashomon in 1951, de Oscar voor de beste buitenlandse film voor Dersu Uzala in 1975, de Gouden Palm voor Kagemusha in 1980, de Prix special du festival de Cannes en de Gouden Leeuw van Venetië voor zijn oeuvre in 1982 en de Oscar voor Lifetime Achievement in 1989 - en dat zijn enkel de grote prijzen. Het bescheiden The Quiet Duel (1949) is een van Kurosawa's minder bekende films. Mifune speelt een jonge legerarts die aan een operatie syfilis overhoudt. Terug thuis na de oorlog verbreekt hij zijn verloving zonder uit te leggen waarom. Niet de zelfopoffering raakt je, wel de momenten waarop de dokter ontploft en zich afvraagt waarom het lot hem zo zwaar straft. Kurosawa wilde hem in waanzin laten wegzinken, maar dat mocht niet van de Amerikaanse bezetter. Deze opmerkelijke bekroonde film opent de westerse ogen voor de rijkdom van de Japanse cinema. Naast het stilistische meesterschap - zie de camerabewegingen, het spel met licht en schaduw op de lichamen van de acteurs en de schitterende fotografie - is de duizelingwekkende narratieve constructie zijn tijd ver vooruit. In de 11e eeuw wordt in een angstaanjagend Japans bos een samoerai vermoord en zijn vrouw verkracht. Vier vertellers geven hun eigen versie van de feiten. Kurosawa was het minder te doen om de relativiteit van de waarheid dan om de zwakheid van de mens die zichzelf en alle anderen voorliegt en het machismo van mannen die vechten voor een vrouw die tegelijk manipuleert en lijdt. Wie kan zeven betere actiefilms dan Seven Samurai opnoemen? Zeven samoerai doen op het einde van de 16e eeuw iets hoogst ongebruikelijks: samen stellen ze zich ten dienste van de lagere sociale klasse en nemen ze het op tegen enkele gecorrumpeerde collega's die steeds weer een dorp arme boeren plunderen. Terwijl de zeven helden zich voorbereiden op de verwoestende aanval van een half leger, volgen de iconische momenten elkaar in snel tempo op. Deze Macbeth-bewerking doet je bloed sneller stromen: twee generaals keren in de 16e eeuw zegevierend terug van de oorlog. Een heks voorspelt dat de ene meester van het spinnenwebkasteel zal worden en dat de zoon van de andere hem zal opvolgen. Mifune's personage waant zich onoverwinnelijk, een mentaliteit die militair-nationalistisch Japan in de Tweede Wereldoorlog tot aan de afgrond bracht. De hallucinante scènes volgen elkaar op en eindigen met een gruwelijke finale waarin Mifune met pijlen doorzeefd wordt. Zijn krijgers hebben gedaan wat de Japanners in de Tweede Wereldoorlog niet durfden: ze zijn in opstand gekomen. De USSR speelt een haast even grote rol voor Kurosawa als aartsvijand Amerika. Als jonge kunstenaar verslindt hij de grote Russische schrijvers en is hij kort lid van de liga van proletari- sche artiesten. In de jaren 70 komt Kurosawa nauwelijks nog aan filmen toe omdat de Japanse producenten hem niet rendabel vinden. In de Sovjet-Unie vindt hij het eerst artistiek asiel. Siberië inspireert hem tot Dersu Uzala (1974), het verhaal van de vriendschap tussen twee tegenpolen: een Russische geograaf-militair-avonturier en een oude jager die één geworden is met de taiga. Never change a winning team. Mifune en Shimura kregen steevast een rol, en ook achter de camera doken telkens dezelfde mensen op. Kurosawa weet dat een deel van de kunst erin bestaat om je te omringen met goede vaklui zoals Shinobu Hashimoto en Hideo Oguni (scenario), Kazuo Miyagawa en Asakazu Nakai (camera), Fumio Hayasaka en Masaru Satô, (muziek) en Yoshiro Muraki (design). Zijn er betere speciale effecten denkbaar dan het weer? Enkel superlatieven zijn passend voor de manier waarop Kurosawa weerfenomenen gebruikt om het spektakel en de dramatiek naar hogere sferen te tillen. In debuut Judo Saga filmt hij felle winden, hevige regenval zet de toon in de opening van Rashomon en in het legendarische slot-gevecht van Seven Samurai. Sneeuw zorgt er mee voor dat je op het einde van Ikiru een krop in de keel krijgt en Throne of Blood is extra benevelend door de mist. 'Ik houd van bloedhete zomers, ijzige winters, stortbuien, woeste winden en felle sneeuwval. Je vindt ze in de meeste van mijn films. Extremen bekoren me, want ze zitten boordevol leven', aldus Kurosawa. De films van Kurosawa zijn een venster op de Japanse cultuur, maar de eilandmentaliteit is hem vreemd. Zijn grote belangstelling voor de westerse film en cultuur heeft een rechtstreekse invloed op zijn werk. Zo is zowel Throne of Blood als Ran gebaseerd op een stuk van William Shakespeare, respectievelijk Macbeth en King Lear. Bovendien heeft hij De Idioot van Dostojevski verfilmd en laat hij zich ook beïnvloeden door Amerikaanse misdaad-auteurs als Ed McBain of Dashiell Hammett en de politieromans van de Belg Georges Simenon. In Japan bekritiseert men hem als 'te westers'. Deze weergaloze actiefilm bulkt van fabelachtige gevechten én flink wat zwarte humor. Een fantastische Mifune is een uitgekookte ronin die zijn diensten aanbiedt als lijfwacht, oftewel yojimbo. Met een stevige grijns zet hij twee dorpsclans nog meer tegen elkaar op en profiteert hij van de domheid en rijkdom van de machthebbers. Op cruciale momenten blijkt de cynicus wel nog enkele waarden te verdedigen. De zelfopoffering van de samoerai dwingt bewondering af, maar Kurosawa volgt niet blind het diepgewortelde Japanse idee dat het individu zich moet wegcijferen voor de gemeenschap, laat staan voor de heersende klasse. In zijn ogen zijn vrijheid en democratie onmogelijk als aan het individu geen positieve waarde toegekend wordt. Zo'n wereld is gedoemd om ten onder te gaan, zoals te zien in Kagemusha en Ran. Omgekeerd plaatst hij ook vraagtekens bij het ongebreidelde individualisme. De Japanse samoeraitraditie met een modern humanisme verzoenen was zijn levenswerk. ReTROSPECTIEVE AKIRA KUROSAWA Nog tot 27/6, Cinema Zuid, Antwerpen. CYCLUS AKIRA KUROSAWA Nog tot 30/6, Cinematek, Brussel. Door Niels Ruëll