Eerste zin Een heldere lentedag in het oude land.

Midas is een grafdelver van een jaar of vijftig. Ooit studeerde hij filosofie, maar in het nederige werk op het kerkhof vond hij zijn roeping, bij de oude Victor, de mentor die hem uitlegde dat het goed is om even op de bodem van een vers gegraven graf te gaan zitten: daarna blijkt het leven een stuk draaglijker geworden. En er is nog een bijkomende reden waarom Victor graag tussen de doden verkeert: hij is hoogsensitief, en die graven laten hem tenminste met rust. Tot hij op een dag iemand bij het graf van zijn zus Lana ziet staan. Hij gaat dichterbij en herkent in de jonge vrouw Lana's dochter Tonka, die niet weet waaraan haar moeder zo vroeg gestorven is. En dus doet hij haar het verhaal van haar eigen afkomst, in brieven die hij niet verstuurt.

Dat Hilde Pinnoo drie dichtbundels publiceerde voor ze zich met Valtuig aan een roman waagde, merk je aan haar ingetogen, precieze schijfstijl. Dat ze theologie en filosofie heeft gestudeerd, wordt duidelijk in de thematiek van dit boek, dat vragen stelt over onze wil om alles in de hand te houden en de onmogelijkheid daarvan. 'Vergeten is een kunst die niet altijd naar waarde wordt geschat', merkt Midas op, maar kunnen we zomaar beslissen om iets te vergeten?

Valtuig ****

Hilde Pinnoo, Vrijdag, 207 blz., ? 19,95.