De geschiedenis besluipen vanuit het perspectief van een getuige die al dan niet discreet in de coulissen van de macht loert: de Chileense regisseur Pablo Larraín toonde er zich in Tony Manero (2008), Post Mortem (2010), No (2012) en recent nog Neruda (2016) al bijzonder bedreven in. In zijn allereerste Engelstalige project - een indringend en bij vlagen ronduit bedwelmend drama over Jacqueline Kennedy, Amerika's populairste first lady - flikt hij dat dekselse kunstje opnieuw.
...

De geschiedenis besluipen vanuit het perspectief van een getuige die al dan niet discreet in de coulissen van de macht loert: de Chileense regisseur Pablo Larraín toonde er zich in Tony Manero (2008), Post Mortem (2010), No (2012) en recent nog Neruda (2016) al bijzonder bedreven in. In zijn allereerste Engelstalige project - een indringend en bij vlagen ronduit bedwelmend drama over Jacqueline Kennedy, Amerika's populairste first lady - flikt hij dat dekselse kunstje opnieuw. Jackie is niet de zoveelste conventionele Hollywoodbiopic over wat zij in de dagen voor, tijdens en na de moord op haar echtgenoot, president John F. Kennedy, doormaakte. Een Oliver Stone-achtige complotthriller over de powers that be hoef je evenmin te verwachten. Het is tegelijk een stuk historische fictie én een reflectie daarop die voortdurend een dialoog met elkaar voeren en samen een complex portret van een moeder, echtgenote, presidentsvrouw en vooral een iconisch figuur schetsen. Daarbovenop vertelt Jackie meer over de popculturele processen die achter haar mythe en die van JFK schuilgingen. Met als raamverhaal Jackies eerste interview na de moord op haar man zoomt Jackie in flashback in op enkele scharniermomenten uit haar leven. Hoe ze een tv-ster annex America's darling werd nadat ze een cameraploeg door het Witte Huis had gegidst. Hoe haar man op 22 november 1963 in Dallas door het hoofd geschoten werd. Hoe ze zijn begrafenis in Washington orkestreerde en omging met het trauma. Jackie is een metafilm, een zelfbewuste reflectie over hoe die gebeurtenissen de geschiedenis ingingen, door kranten, boeken en films onvermijdelijk werden gekleurd en gemanipuleerd, en sindsdien tussen feit en fabel zweven: Jacqueline Kennedy wordt soms gecast als tragisch slachtoffer, dan weer als manipulatieve machtsvrouw. Zelfs in de reconstructie van de beruchtste aanslag van de twintigste eeuw mijdt Larraín het kleinste spatje sentiment, en elke scène wordt net zo strak en formeel geënsceneerd als het publieke leven en imago van Jackie zelf. Het Witte Huis zet hij neer als een hedendaags kasteel van Camelot, niet toevallig de favoriete musical van JFK. Bovendien giet Larraín zijn film in een koele, cerebrale retrolook, met dwingende beeldkaders en archiefbeelden die naadloos overvloeien in de narratieve fictie. Mica Levi, die eerder Jonathan Glazers scifi-trip Under the Skin van onaardse klanken voorzag, tekent voor een dominante, expressionistische soundtrack waarin elk muzikaal motief haast een dialoog op zich lijkt. Die maniëristische aanpak geeft Jackies verhaal een spookachtige glans en creëert aanvankelijk een reflectieve afstand. Maar in de symfonisch gecomponeerde en gemonteerde slotact komt de emotionele climax er alsnog. En Natalie Portman? Die vertolkt Jackie campy en karikaturaal, maar ook intens, intrigerend en breekbaar, zowel in de beroemd geworden mantelpakjes als de zwarte rouwvoile van haar personage. JACKIE **** Pablo Larraín met Natalie Portman, Billy Crudup, Peter Sarsgaard DAVE MESTDACH