Julian Barnes, Atlas Contact (originele titel: Through the Window), 160 blz., euro17,95.
...

Julian Barnes, Atlas Contact (originele titel: Through the Window), 160 blz., euro17,95. Het begon wat gênant te worden voor Julian Barnes: drie keer haalde hij de shortlist van de Man Booker Prize, telkens schoot een andere auteur de hoofdvogel af. Tot vorig jaar. Met het dunne boekje Alsof het voorbij is kreeg hij eindelijk wat hem toekwam. Niet alleen rijfde hij er grote prijzen mee binnen, die filosofische thriller, waarin hij de grenzen van de tijd en het geheugen aftast, werd ook een onverwachte bestseller. En dan kun je er gif op innemen: de persen zullen alles wat Barnes ooit geschreven heeft uitbraken, de grootste overschotjes eerst. In Uit het raam wordt een reeks artikelen en essays gebundeld die eerder al in The Guardian en The New York Review of Books verscheen. Sommige teksten stammen nog uit de vorige eeuw en het merendeel van het allegaartje heeft de tand des tijds slecht doorstaan. Dat ligt vooral aan de keuze van het onderwerp. Barnes probeert in de openingsessays een aantal vergeten auteurs van onder het stof te halen, maar de lezer dient al heel goed op de hoogte te zijn van de Angelsaksische literatuurgeschiedenis om namen als Penelope Fitzgerald, Clough en Edith Wharton te herkennen. Helaas werkt Barnes' poetsbeurt ook averechts: de manier waarop hij drie uitputtende essays wijdt aan cultauteur Ford Madox Ford, beneemt je alle lust om ooit nog iets van Ford ter hand te nemen. Barnes komt in zijn droogstoppelige teksten ook naar voren als een laffe literator. Zo gooit hij in een overbodige voetnoot stenen naar Alain de Botton, zonder de tv-filosoof bij naam te noemen, en citeert hij uit anonieme brieven om een collega smalend onderuit te halen. Weinig ridderlijk van Barnes, die zich ook uit als francofiel, maar er niet in slaagt om de puberale Frans-Britse clichés te ontkrachten. Van iemand die zoveel door Frankrijk gereisd heeft en er grote onderscheidingen heeft mogen ontvangen, verwacht je meer dan de typische 'Allo 'Allo!-sneren. Met de karaktermoord op George Orwell maakt Barnes zichzelf dan weer onsterfelijk belachelijk: het waarheidsgehalte van 1984 afmeten aan de werkelijkheid, is meer iets wat je van een brallerige veertienjarige verwacht. Maar net wanneer je overweegt om de hele bundel uit het raam te keilen, keert het tij. Barnes' essay over anarchist en minimalist Felix Fénéon is een mooi eerbetoon en wat hij over Prosper Mérimée vertelt, is simpelweg verbluffend. De Franse auteur, vooral bekend van Carmen, wijdde zijn hele leven aan het beschermen van het Franse patrimonium, een biografische aanvulling waarmee Barnes alle encyclopedieën het nakijken geeft. Barnes stoomt dan door met een briljant essay over de vertalingsmoeilijkheden bij Flaubert. Zijn ode aan Hemingway in de vorm van een kortverhaal is misschien ietwat knullig en geforceerd, maar je krijgt er wel zin van om alle verhalen van de Amerikaan te verslinden. Barnes wil dan ook (terecht) John Updike eren, maar verliest zich in algemeenheden over de Rabbitcylus, en zo glijdt de essaybundel weer af naar zijn onthutsend lage niveau. Misschien toch niet zo slecht gekozen, die titel. RODERIK SIXSLEUTELZIN Een fladderende start is leuk, maar de aanblik van een kunstenaar die een hoge vlucht neemt, verheft het hart.