Er hangt nazomer in Scheires tuin. De kat wast haar kop en rekt zich lichtjes verveeld uit. Scheire schilt een mandarijn en achter de bomen dendert het namiddagverkeer voorbij. Over het grasveld komt de zoon van Scheire aangevlogen, de armen gespreid, als een vliegtuig dat elk moment kan opstijgen. Of hij een mop mag vertellen? Het is geen vraag die een antwoord verwacht.
...

Er hangt nazomer in Scheires tuin. De kat wast haar kop en rekt zich lichtjes verveeld uit. Scheire schilt een mandarijn en achter de bomen dendert het namiddagverkeer voorbij. Over het grasveld komt de zoon van Scheire aangevlogen, de armen gespreid, als een vliegtuig dat elk moment kan opstijgen. Of hij een mop mag vertellen? Het is geen vraag die een antwoord verwacht. '- Ik ben de koning van de kalmheid, altijd kalm. '- Koning, er zit een muis in het kasteel! '- Waaah.' SCHEIRE LACHT EN TREKT ZIJN ZOON tegen zich aan. 'Dag jongen.' 'Dag papa.' Hij vliegt weg, met het hoofd vooruit, vast van plan door de geluidsmuur te breken mocht die ineens voor hem opdoemen. Scheire stopt een partje van de mandarijn in zijn mond en zoekt in zijn hoofd naar de plek waar ons gesprek gebleven was. LIEVEN SCHEIRE: Tja, dat hemd. Beweren dat ik me krabbend en bijtend verzet heb, zou overdreven zijn. Het is een quiz in primetime op één. Daar zijn dan allerlei vergaderingen over, er worden studies van trendbureaus bij gehaald, en dan wordt er gezegd: een hemd is beter. Dan denk ik bij mezelf: het zal wel. Maar ik heb wel innerlijk gejuicht toen ik na de eerste opname de eerste tweets zag: 'Tof programma, maar waar zijn je T-shirts?' SCHEIRE: Het is, laat ons zeggen, zeer onwoestijnvisiaans om uitvoerend presentator te zijn. Tot een jaar of twee geleden zou ik er niet aan gedacht hebben om zoiets te doen. Maar het is een, euh... samenloop van omstandigheden: ik wilde meer tijd om aan een tweede seizoen van De schuur van Scheire te werken, en ik kon me best verzoenen met deze quiz met twist. Toen ze het me een jaar geleden vroegen, was mijn eerste reactie: echt niet. Ik weet nog dat ik het proefprogramma hier thuis in mijn bureau bekeken heb, eerder uit beleefdheid dan uit interesse, maar ik moest toegeven: het werkt. Vooral de twist die erin zit - een van de drie deelnemende BV's krijgt alle juiste antwoorden via een oortje ingefluisterd - heeft me overtuigd. HIJ PULKT WAT VELLETJES VAN ZIJN mandarijn. De laaghangende zon werpt vlekken op het tafelblad. Met zijn hand boven zijn ogen gaat hij verder: 'Maar ik stel voor dat je me na De allesweter vraagt of ik het opnieuw zou doen. Het is een risico. Ik heb een eigen stijl ontwikkeld en ik weet zeker dat er fans van Scheire en de schepping zijn die zullen denken: 'Wat doet hij nu?' Maar kijk, in het huidige medialandschap is het een illusie om te zeggen: geef me een jaar om mijn programma uit te werken. Ik heb dat mogen meemaken in de gouden jaren van Woestijnvis. Geloof me: die zijn overal voorbij.' SCHEIRE: Soms moet een mens tijd kopen. Na het eerste seizoen van De schuur kwam prompt de vraag om er een vervolg aan te breien. We kregen opnieuw een paar maanden. Dat leek ons te weinig. Na de eerste reeks zaten we alle vier met het knagende gevoel dat we het programma niet goed genoeg hadden kunnen afwerken. Het was een race geweest, we hadden experimenten te snel in elkaar moeten steken, en dat wilden we niet nog eens. Dat programma had zo veel meer in zich. We hadden tijd nodig om alles eens grondig te bekijken, om af te wegen of dat studiogedeelte nodig was, of niet alles in de schuur kon, of het wel in hetzelfde tijdsslot moest... Kortom, we wilden alles in vraag kunnen stellen en dat red je niet in enkele maanden tijd. Dat is een van de redenen waarom ik nu in een hemdje met proper haar een quiz presenteer: in mijn hoofd koop ik tijd om De schuur beter uit te werken. SCHEIRE: Ik ben altijd al de minst stressbestendige van de vier Neveneffecten geweest. Het tempo van De ideale wereld ligt verschroeiend hoog, ik zou snel verzuipen. Ik heb er meer hartzeer van dat daar de strafste televisie van het moment wordt gemaakt, en dat voor 150.000 kijkers. Dat je niet in optimale omstandigheden kunt werken en uitzenden: dat zou mij toch wel storen. Als je een programma maakt dat een veelvoud van die kijkcijfers waard is, dan wil je toch ook dat veelvoud bereiken? SCHEIRE: Als je het negatief bekijkt, zou je kunnen zeggen dat we onszelf sinds Basta! niet meer overtroffen hebben. Door omstandigheden zijn we onze eigen projecten beginnen uit te werken en we waren allemaal op verschillende momenten zeer druk bezig. Ik wilde verder in de wetenschappelijke popularisering, Jelle en Koen zitten bij De ideale wereld en Jonas Geirnaert is nog wel even bezig met zijn fictiereeks. Maar ik weet ook dat er niet veel nodig is om gewoon weer samen iets te doen. Trouwens, hoe hobbelloos ons pad ook gebleken is, we hebben altijd met de onzekerheid en de angst geleefd dat het op een dag niet meer zou lukken. Tot drie weken voor de eerste aflevering van Basta! was ik ervan overtuigd dat het een complete afgang zou worden, dat we ons gigantisch aan het vergissen waren. Sommigen van onze onderwerpen - ik denk aan CO2-handel - waren zó specifiek. Als je een marketeer op Basta! had gezet met de opdracht er een breed programma van te maken, dan was het een ramp geworden. We hebben echt het geluk gehad dat we onze zin hebben mogen doordrijven. We hebben daar af en toe zeer filosofische gesprekken over gehad: alles leek te makkelijk te gaan, dat kon precies niet blijven duren. Het moest op een bepaald moment nivelleren of de dieperik in gaan. Voorlopig zijn we nog niet tegen de muur geknald. SCHEIRE: Ik heb het er behoorlijk afgebracht. Een uitverkochte hotelkamer per dag is niet slecht. Dat Fringe Festival is een ongelooflijke microkosmos. De halve wereld komt ernaar toe om comedyacts voor het volgende seizoen te boeken. In een maand tijd staan daar 3400 voorstellingen. Booking agents rijgen er in vijf dagen tijd 25 voorstellingen aan elkaar, en daar moet je je dan doen opmerken. In iedere kelder, in ieder kruipkot, in iedere denkbare ruimte in Edinburgh staat wel een komiek een show te geven. Echt waanzin. Ik heb mensen er compleet zien verzuipen. Je betaalt namelijk alles zelf: je zaal, je verblijf, je onkosten, je promotie. Als je iedere dag voor een uitverkocht zaaltje kunt spelen, maak je maar een beetje verlies. Als je slecht draait, ben je snel een paar duizenden euro's kwijt. In het gebouw waarin ik speelde, waren er een paar die iedere dag voor acht, negen, tien man optraden. Dat is sterven voor de microfoon. Je weet: tot 30 augustus sta ik hier, ik heb alles al betaald en als ik voortijdig vertrek, moet ik een schadevergoeding betalen. Er zijn komieken die depressief worden in Edinburgh, ja. Dit jaar was er voor het eerst trouwens een psycholoog aanwezig. SCHEIRE: Mocht ik gewone comedy gebracht hebben misschien wel. Dan zou het zeer moeilijk geweest zijn om me te onderscheiden. Maar met die science comedy zit je niet alleen in een niche, je bereikt ook een ander publiek. En ik had een onovertroffen geheim wapen voor mijn promotie bij: mijn manager Rick Tubbax. Samen hebben we gigantisch veel flyers uitgedeeld. Ik denk dat we iedereen met een NASA- of Star Wars-T-shirt een flyer in de handen hebben geduwd. Targetted advertising, weet je wel. Vlakbij speelde ook een andere sciencecomedyact: het Festival of the Spoken Nerd. Iedereen die daar buiten kwam, spraken we aan en nodigden we uit om naar mijn show te komen kijken. Jaha, zo'n maand Edinburgh is een geweldige bootcamp van nederigheid. Het is alsof je weer van nul begint. SCHEIRE: Niet als gewone stand-upper, nee. Als je in het Engels comedy speelt, ben je een soort handelsreiziger. Je bent minstens een half jaar van huis om in Dubai, Australië, Zuidoost-Azië of de VS op te treden. Als je die mensen bezig ziet - ik denk aan Ed Byrne of Paul Merton, die ook in Edinburgh waren - dan weet je: aan dat niveau kun je als Belg niet tippen. Dat is een uur lang topjokes achter elkaar. De moeilijkheid om daar als Belg tussen te komen, is niet alleen het niveau, het zijn ook de elkaar immer opvolgende trends, die wij achternahollen. De observerende comedy die hier nu doorgebroken is, is daar alweer vervangen door een soort 'traumacomedy': je moet het over een vreselijke gebeurtenis uit je jeugd hebben. Van een zwaar gehandicapte zus over een vriendje dat van de springplank is gevallen en gestorven, dat soort dingen, persoonlijke drama's. Ik heb het allemaal horen passeren. En wat ook is: de Britse comedy worstelt heel hard met politieke correctheid. Iedereen die in Edinburgh optreedt, wordt ervan beticht of racistisch of seksistisch te zijn. Een recensent vond mij bijvoorbeeld behoorlijk misogyn. Terwijl wetenschap toch uitermate genderneutraal is - die laatste opmerking was, euh... gespeeld ironisch. SCHEIRE: O ja, ik heb lang gedacht dat die twee niet te verzoenen waren. Ik ben in mijn hoofd al even lang met fysica bezig als met comedy. Het hoofd van elk van ons is op een bepaalde manier bedraad. Dat van mij is niet gemaakt om te schaken of om wiskundige te zijn. Maar toen ik natuurkunde kreeg, viel alles op zijn plaats. De rest van de klas zat te turen naar die gamma's en delta's op het bord en ik las Gullivers reizen omdat het te traag vooruitging. Het zal er ook wel mee te maken hebben dat mijn vader ingenieur was. Als ik vroeg: 'Wat is de zon?', dan ging het niet over het grote kampvuur van de kabouters in de hemel, maar dan werd me uitgelegd hoe dat nu zat met kernfusie en hoe het heelal was ontstaan. Tegelijkertijd was ik degene die op het jaarlijkse KSA-kamp aan het kampvuur een act opvoerde waarbij ik alle gebeurtenissen en clichés van het kamp op grappige wijze samenvatte. Dat was begin jaren negentig en stand-up bestond hier nog niet. Maar ik dacht er hoegenaamd nog niet aan om natuurkundige verschijnselen in die acts te verwerken. Ook niet toen ik in mijn eerste jaar aan de universiteit voor het eerst optrad in de Lunatic en Le Bal Infernal. Mijn comedy ging toen over de dingen die ik meemaakte: over fietsen in Gent of over rockers en housers. De typische grappen van de angry young man. SCHEIRE: Tijdens een comedyact voor de studentenclub natuurkunde: ik mengde mijn gewone comedy met wat wetenschapsmopjes. Comedian en mentalist Gili heeft me op het idee gebracht om daarin verder te gaan. Hij had toen nog een café in Harelbeke met een zaal waarin hij comedyavonden organiseerde. Als illusionist was hij geïntrigeerd door natuurkunde en we hadden al een paar keer zitten babbelen. Hij stelde voor om in zijn café een lezing te organiseren over quantummechanica of de relativiteitstheorie. 'Ik vind wel vijftig man die daarnaar wil luisteren', zei hij. Die avond is er nooit gekomen, omdat we net toen met de Neveneffecten een contract kregen bij Woestijnvis. Ik stond voor de keuze: mijn laatste jaar afmaken en behapbare wetenschapslezingen geven of een tv-programma bedenken. HIJ VIST EEN PEER UIT DE FRUITSCHAAL en wijst naar boven. 'Ze liggen hier nog altijd', zegt hij. 'Mijn cursussen. Om de zoveel maanden neem ik mezelf voor te studeren voor een examen. Al heeft de tijd wel uitgewezen dat ik toen de juiste keuze heb gemaakt. Stel je voor dat ik had gezegd: "Nee, ik maak eerst mijn studies af, de televisie kan wachten", en er van televisie nooit meer iets in huis was gekomen. Dan had ik mezelf voor de rest van mijn leven vervloekt. Het was een gok. Ik gaf het vijftig procent kans dat we na vier maanden van heerlijk brainstormen te horen zouden krijgen: 'Dank u wel, maar nee, er komt niets van', en dat ik gewoon terug aan de universiteit zou zitten. Mijn vader had trouwens ingezet op negentig procent kans dat we zouden falen. "Jongen," zei hij, "dat wordt een desillusie. Onnozel doen op een podium in een West-Vlaams jeugdhuis is één ding, nationale televisie iets helemaal anders." Hij was er echt van overtuigd dat het een goede levensles zou zijn, eens tegen de muur knallen.' De knal kwam niet. Is er nog altijd niet gekomen.' Hij bijt in zijn peer. SCHEIRE: Het hier en nu van een podium is iets totaal anders dan de lange weg naar een tv-programma. Als je anderhalf jaar aan een programma werkt, kun je daar in theorie iedere seconde van de dag mee bezig zijn. Op zondag zeg je misschien: 'Hèhè, ik rust even uit op de bank', maar dan bonkt dat programma toch weer in je hoofd. Zeker bij televisie: de onzekerheid is zo groot, moordend bijna. Je weet nooit of iets goed zal vallen of niet. De stress voor een optreden is veel directer. Een kwartier voordat ik op moet, denk ik nog: 'Ik doe het niet, ik ga naar huis.' Maar eens op het podium en zeker nadat de zaal een paar keer gelachen heeft, valt alles van me af. Zowel mijn stress als mijn fobieën spelen zich naast het podium af. SCHEIRE: Agorafobie, ja. Pleinvrees, maar het is veel breder dan dat. Het is echt de angst om vast te zitten, om niet meer weg te kunnen. De eerste keer is het me overkomen in de trein: moordende paniek omdat ik besefte dat ik daar niet weg kon, dat ik vastzat. Ik had het vroeger ook als ik met de wagen naar Hilversum reed en ik even voorbij Breda bedacht dat de dichtstbijzijnde vriend bij wie ik me veilig voelde op drie kwartier rijden woonde. Dan sloeg de angst toe. Totaal irrationeel. Ondertussen heb ik het onder controle. Eerst dankzij medicatie, daarna met gedragstherapie. Eigenlijk gaat het erom jezelf te confronteren met die angst en die paniek, om die te herkennen, om niet meer bang te zijn voor die angst. We zijn er biologisch op gebouwd om te vermijden waar we bang voor zijn. Ik ken genoeg mensen die al jaren niet meer in een lift stappen of die drie Leffes drinken voordat ze in een vliegtuig kruipen. Het is ontstellend hoe wijdverspreid al die neuroses, dwanggedachten en fobieën zijn. Het goede nieuws is: je kunt leren dat het niet zo erg is. O ja, en biochemisch is angst dan weer een zeer boeiend verschijnsel waar we nog geen vat op hebben. ALSOF HET LEGOBLOKKEN ZIJN, LEGT HIJ de mandarijnenschillen naast het klokhuis van de peer. Langzaam zakt de zon achter de bomen. Het verkeer raast door, de kat kromt haar rug en schrijdt de vallende avond in. Scheire heeft het over dopamines (de mandarijnenschillen) en serotonine (het klokhuis) en hoe die op elkaar inspelen als een mens angstig wordt. 'Science communicator', heet wat hij doet in het Engels. 'Wetenschapspopularisator' wordt dat met een bekakt woord in het Nederlands. Het is alsof hij het uitademt, bedenk ik me, communiceren over wetenschap. DE ALLESWETER Vanaf donderdag 22/10 om 20.40 uur op één. DOOR TINE HENS - FOTO'S KAAT PYPELieven Scheire : 'WE ZIJN ALLEMAAL ONS EIGEN DING GAAN DOEN, MAAR ER IS NIET VEEL NODIG OM DE NEVENEFFECTEN WEER SAMEN TE KRIJGEN.' Lieven Scheire : 'IK HEB EEN EIGEN STIJL ONTWIKKELD EN IK WEET ZEKER DAT ER FANS VAN SCHEIRE EN DE SCHEPPING ZIJN DIE BIJ DE ALLESWETER ZULLEN DENKEN: WAT DOET HIJ NU?'