Als je de legende mag geloven die in de boeken, songs, folklore en films rond Ned Kelly is ontstaan, dan heeft de negentiende-eeuwse, Australische bushranger altijd al wat van een punkrocker gehad. In deze deugddoend vileine biopic speelt regisseur Justin Kurzel gulzig op dat anarchistische beeld in. Een historisch correcte lezing van het leven van de beruchte struikrover hoef je in deze 'true history' naar de bekroonde roman van Peter Carey dus niet te verwachten. Wel is het een broeierige trip door een onwerelds in beeld gebrande outback die vol goesting de middenvinger opsteekt richting de mythe van de macho-volksheld.
...

Als je de legende mag geloven die in de boeken, songs, folklore en films rond Ned Kelly is ontstaan, dan heeft de negentiende-eeuwse, Australische bushranger altijd al wat van een punkrocker gehad. In deze deugddoend vileine biopic speelt regisseur Justin Kurzel gulzig op dat anarchistische beeld in. Een historisch correcte lezing van het leven van de beruchte struikrover hoef je in deze 'true history' naar de bekroonde roman van Peter Carey dus niet te verwachten. Wel is het een broeierige trip door een onwerelds in beeld gebrande outback die vol goesting de middenvinger opsteekt richting de mythe van de macho-volksheld. Kurzel, die eerder Macbeth (2016) in een hip jasje stak en daarna tevergeefs poogde om de videogame Assassin's Creed (2017) een shakespeariaanse sérieux te geven, begint zijn deconstructie met het beeld van Kelly die een brief schrijft aan zijn ongeboren zoon, hoewel hij volgens de overlevering analfabeet was. 'Iedereen zou de auteur van zijn eigen geschiedenis moeten zijn', houdt zijn groezelige misdaadmentor en ersatzvader Harry Power (Russell Crowe) hem immers voor. Zo krijg je eerst te zien hoe de jonge Ned als kind (Orlando Schwerdt) al in de criminele marge gedreven wordt om zich vervolgens als jongvolwassene ( 1917-revelatie George MacKay) te ontpoppen als een rebel die zich door niets of niemand laat knechten. Ook niet door een dandy-officier (Nicholas Hoult) die hij weleens in het lokale bordeel ontmoet, of de sergeant (Charlie Hunnam) die zijn lusten graag botviert op zijn alleenstaande moeder. Het is een episodische film, bevolkt door viriele venten die kranige vrouwen neuken, maar eigenlijk vooral van mannelijkheid houden. Net als Carey lardeert Kurzel het verhaal met oedipale complexen en psychoseksuele spanning. Zo gaan Ned en zijn bende hun tegenstanders het liefst te lijf in jurken, kwestie van hen zoveel mogelijk te verwarren en angst aan te jagen. Hoewel Kelly doorgaans wordt afgebeeld als de Australische Baekelandt, gaat het hier meer over getormenteerd machismo, disfunctionele families en onderdrukte vrouwelijkheid dan over vuurgevechten, bankovervallen en knokpartijen. Toch waakt Kurzel erover dat de hartslag geregeld de hoogte inschiet, met een stroboscopische shoot-out als nachtmerrieachtige climax. Het resultaat heeft iets van een koortsdroom, van een dronken, desoriënterend dagboekverslag ergens tussen de lyrische neowesterns The Proposition van John Hillcoat en Andrew Dominiks The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford in. Niet alle scènes zijn essentieel, en soms hangt het geheel met bebloede haken en opengesperde ogen aaneen, maar het camerawerk oogt hemels en hels tegelijk, de indringende muziek zalft en slaat, er zit ritme en ruimte in de film, en de personages zijn doorbloed, kleurrijk maar nooit volkomen karikaturaal. Vergeet de eerdere versies met Mick Jagger en Heath Ledger. Dit is de 'echte' geschiedenis van Ned Kelly: een energieke, afwisselend brutale en lyrische misdaadballade over gemythologiseerde punkers in jurken. Hey, ho. Let's go!