APITCHATPONG WEERASETHAKUL
...

APITCHATPONG WEERASETHAKUL MET SAKDA KAEWBUADEE, BANLOP LOMNOI, SIRIVECH JAREONCHON, UDOM PROMMA, HUAI DEESOM Deze week veegt het Oosten weer de vloer aan met het Westen, want naast Zhang Yimou's lyrische zwaardvechtersepos House of Flying Daggers (zie verder) is er ook nog deze ongekende schoonheid uit Thailand. Weerasethakuls naam is vrij onuitspreekbaar voor ons autochtonen. Toch doen we er goed aan hem snel te leren kennen - net als die andere namen trouwens, die samen met hem de New Wave van de Thaise cinema vormen: Nonzee Nimibutr (Nang Nak), Danny en Oxide Pang (Bangkok Dangerous en The Eye), Pen-Ek Ratanaruang (Monrak Transistor, 6ixtynin9), en een opvallende schare homoseksuele of door homoseksualiteit begeesterde regisseurs als Wisit Sasanatieng (Tears of the Black Tiger), Yongyoot Thongkongtoon (The Iron Ladies I & II). In die laatste zelfde lijn brengt Weerasethakul (Blissfully Yours) ons Tropical Malady, een realistisch aanvattende, sensuele en zelfs zoete schets van de herenliefde die iets voorbij de helft van twee uur beheksing bruusk splitst. De film ontdubbelt en stuurt zijn spiegelbeeld in een heel andere richting: de jungle en het animisme in. De symmetrisch opgebouwde, vaak ademstokkend mooie prent zoomt aanvankelijk in op de animale aantrekking die een dicht bij de jungle gelegerde soldaat gaat voelen voor een naïeve, jongere knaap die uit een familie van tovenaars stamt. Hij zit hem achterna, speelt met hem, tot op een nachtelijk moment een grens wordt overschreden. Dan glijdt de film weg in een volstrekt magische sfeer, en hij begint als het ware opnieuw. Opnieuw ook met de soldaat: ditmaal trekt hij het bos in nadat een stuk vee werd aangevallen door een tijger, en hij gaat helemaal mee met de verhalen over mensenhandenafdrukken die plots in tijgerpoten veranderen. Bovendien worden de rollen kennelijk omgekeerd, want of de jager nu de tijger achternazit, of de tijger de jager manipuleert is een vraagteken. De magie van de jungle overheerst alles, en Weerasethakul weet precies wat hij moet vangen aan licht en schaduw, kleur en donker om die unieke indruk vorm te geven. Voor heel wat kijkers duurt het allicht véél te lang en zijn de bewust aangehouden - en limieten van geduld overschrijdende - shots waardeloos. Maar de open geest laat deze film in het brein kruipen, vraagt zich na afloop af wat hij of zij nu eigenlijk heeft gezien, en spurt snel terug naar de bioscoop, net op tijd voor de tweede avondvoorstelling. Onze blik wordt telkens weer gestolen, vooral dankzij het uitzonderlijke fotografische werk van Vichit Tanapanitch, Jarin Pengpanitch en Jean-Louis Vialard. Geen makkelijke film, maar wel één vol verbeelding van verlangen, van aantrekking, van overdracht en herinnering, waarin de mens een januskop heeft, de natuur in zich opneemt én uitspuwt. Hij is een wild dier, voor ons part een heersende tijger. Helaas, zegt de regisseur, is hij ook een temmer die het dier tot kunstje herleidt. Jo Smets Jo Smets