Een man reist door een schraal landschap op een soort dromedaris zonder hoofd. Hij ontmoet mensachtige wezens en komt voorbij aftandse installaties waarvan hij, in tegenstelling tot de lezer, de functie lijkt te kennen. Toch is zijn reis niet zonder gevaar. Veel meer verhaal zit er niet in Tremen, het debuut van Nederlander Pim Bos, maar verbeelding en sfeer des te meer. De grootste troef van dit boek ligt bij de vaardige en fantasierijke zwart-wittekeningen die de onbekende omgeving waarin Bos' personages zich bewegen tot leven brengen. Als woordeloos en futuristisch reisverhaal kan Tremen de vergelijking met het grote voorbeeld, Arzach van Moebius, niet vermijden. Je zou het boek zelfs als een hommage kunnen zien, al zijn in Tremen de codes van het verhaal misschien moeilijker te breken. Je hebt als lezer weinig aanknopingspunten om de interactie tussen de soorten wezens te snappen en de voorwerpen zijn ook al bevreemdend, wat dan weer doet denken aan de migratiestrip De aankomst van Shaun Tan. Tremen biedt een nog niet ontdekte wereld waar je in kunt stappen.

Tremen ***

Pim Bos, Blloan, 60 blz., ? 14,95.