Dat Hollywood een opportunistische pretfabriek is die meer dan ooit grossiert in sequels, threequels, rip-offs en remakes, het is een vaststelling waar je als filmliefhebber bepaald niet vrolijker van wordt. Toch moet je al een onverbeterlijke cynicus zijn om bezwaar te hebben tegen de comeback van Woody, Buzz Lightyear en de andere speeltjes uit Toy Story. Tenslotte gaat het niet alleen om de franchise die van Pixar voorgoed de profeten van de digitale animatie maakte, met hun onweerstaanbare mix van humor, actie en sentiment bleken delen één en twee - uit 1995 en 1999 - ook nog eens onvervalste meesterwerken.
...

Dat Hollywood een opportunistische pretfabriek is die meer dan ooit grossiert in sequels, threequels, rip-offs en remakes, het is een vaststelling waar je als filmliefhebber bepaald niet vrolijker van wordt. Toch moet je al een onverbeterlijke cynicus zijn om bezwaar te hebben tegen de comeback van Woody, Buzz Lightyear en de andere speeltjes uit Toy Story. Tenslotte gaat het niet alleen om de franchise die van Pixar voorgoed de profeten van de digitale animatie maakte, met hun onweerstaanbare mix van humor, actie en sentiment bleken delen één en twee - uit 1995 en 1999 - ook nog eens onvervalste meesterwerken. Dat de lat voor de threequel even hoog ligt als die voor Tia Hellebaut bij haar comeback, hoeft dan ook niet te verbazen, al is er sinds het laatste Toy story-avontuur heel veel veranderd. Enerzijds is Pixar na de reeks monstersuccessen en de fusie met Disney uitgegroeid tot 's werelds grootste animatiereus, anderzijds heeft Pixarbrein John Lasseter zijn regiestoel ingeruild voor de luxefauteuil van Chief Creative Officer. Daardoor moest Lee Unkrich, coregisseur van Toy Story 2, Monster's Inc en Finding Nemo, de regieklus dit keer in zijn eentje klaren. Bovendien ziet het leven van Woody en Buzz Lightyear er elf jaar later compleet anders uit. Zo heeft hun baasje Andy de volwassen leeftijd bereikt waardoor ze, samen met Rex, Mr. en Mrs. Potatohead en de andere koddige speeltjes, bij het huisvuil dreigen te belanden. De kindercrèche uit Andy's buurt biedt in extremis uitkomst, al krijgt hun nieuwe thuis gauw iets van een speelgoedhel wanneer ze er door de onhandelbare peuters danig worden mismeesterd. U begrijpt het: ook in deel drie, het eerste Toy Story-avontuur in digitale 3D, mogen Woody (opnieuw van stem voorzien door Tom Hanks) en Buzz (Tim Allen) zich weer eens tot gargantueske minihelden ontpoppen. En hun overlevingstocht door de crèche zit, geheel conform de winnende Pixarformule, eens te meer vol humor en genoeg snottermomenten om er een doos Kleenex door te jagen. 'John Lasseter citeert in dat verband graag Walt Disney', aldus speelgoedmenner van dienst Lee Unkrich. 'Die zei: voor elke lach moet er ook een traan zijn. Die filosofie hebben we bij Pixar ook altijd gehanteerd, zelfs voor de samensmelting met Disney. Een radicale ommezwaai hoeven de fans dus niet te verwachten: deel drie is meer van hetzelfde, maar dan hopelijk even geestig en ontroerend als de vorige twee, en met digitale animatie die qua licht, huid en haar nog maar eens rijkeren gedetailleerder oogt.' Lee Unkrich:Toy Story was de eerste volledig digitale langspeler ooit en de film waarmee alles voor Pixar begon. De franchise ligt ons daarom extra na aan het hart. Na deel één waren we aanvankelijk ook niet van plan om een sequel te maken, tot we een idee kregen waar we verliefd op werden. Toen Toy Story 2, hoewel oorspronkelijk alleen voor dvd bedoeld, uiteindelijk nog beter en succesvoller bleek dan de eerste, begonnen we na te denken over een threequel. Alleen moesten we daarvoor eerst een scenario hebben dat even sterk was en toen de overnamegesprekken met Disney liepen, is het hele project uitgesteld: vandaar dat het alles samen elf jaar heeft geduurd. Al hadden we in 2000 na twintig minuten brainstormen al meteen een geweldig idee. Unkrich: Dat verklap ik niet. Uiteindelijk is het een compleet andere film geworden en bij Pixar hebben we nu eenmaal de gewoonte om vroeg of laat op goede maar ongebruikte ideeën terug te komen. Het personage van Lotso - de pluchen knuffelbeer die in deel drie de slechterik is - gaat bijvoorbeeld al mee van Toy Story 1, maar op de één of andere manier paste hij nooit eerder in het verhaal. Unkrich:(knikt) Dat wel. Het moest een emotionele coming-of-agefilm worden, maar tegelijk een soort Prison Break of Escape from Alcatraz, maar dan nog harder. (lacht) Dat was echter het enige wat we hadden na de eerste brainstormsessie, en al snel beseften we dat we te euforisch waren geweest. Vandaar dat ik, John en nog een paar andere kernleden van het Toy Story-team op retraite zijn geweest ergens in de bossen, om de eerste twee films nog eens te herbekijken op een laptop. Dat bleek niet meteen onze beste ingeving. Iedereen dacht namelijk meteen: Hoe kunnen we in vredesnaam nog beter doen? We hebben die avond dan ook serieus gedronken, en gelukkig maar. (lacht) Nadat we onze roes uitgeslapen hadden, borrelden de ideeën vlot terug naar boven en de dag erop hadden we het geraamte voor wat, na nog eens tweeënhalf jaar sleutelen, uiteindelijk Toy Story 3 is geworden. Unkrich: Dat viel mee. Van bij de oprichting in 1984 tot aan Toy Story 2 was John de enige regisseur binnen het bedrijf, maar geleidelijk aan konden ikzelf, Andrew Stanton (regisseur van Wall-E en Finding Nemo; nvdr.) en Pete Doctor (Monsters Inc. en Up; nvdr.) onder zijn vleugels uitgroeien tot regisseur. Bovendien wordt John nog steeds bij elke beslissing betrokken: hij mag dan onze COO zijn, hij is ook een onuitputtelijke bron van creatieve energie. En hij draagt nog steeds van die schreeuwerige Hawaïhemdjes. (lacht)Unkrich:(lacht) Geen van beide. Bij Pixar zijn we altijd in 3D geïnteresseerd geweest; John heeft jaren geleden zelfs een 3D-versie gemaakt van Luxo Junior(de eerste kortfilm van de studio, met het bekende lampje in de hoofdrol; nvdr.). Het probleem was alleen dat de techniek tot voor de komst van de digitale projectie totaal niet op punt stond. Goed, er kan nog steeds heel wat aan verbeterd worden - vandaar dat we nog altijd voorzichtig omspringen met de techniek - maar we hebben er ondertussen wel volledige controle over en we weten dat we een 3D-film kunnen maken waar je tenminste geen barstende koppijn van krijgt. Unkrich:(lacht) De laatste keer dat 3D populair was, was in de jaren 50, als respons op de opkomst van de televisie. Nu probeert de filmindustrie zich te profileren ten aanzien van internet, videogames en noem maar op. Deels is het dus inderdaad een commerciële strategie, maar het interessante aan de nieuwe 3D-revolutie is dat die voor het eerst ook gesteund wordt door topregisseurs als Steven Spielberg, Peter Jackson en James Cameron. Voor hen is het een nieuwe manier om verhalen te vertellen en aan die zoektocht werken wij graag mee. Dat betekent niet dat de traditionele cinema ten dode is opgeschreven. Het is de bedoeling dat al onze films voort-aan in 3D zijn, maar we blijven ze ook uitbrengen in 2D. Voor ons is 3D gewoon een van de middelen om de wereld die we in onze films creëren tastbaarder te maken. Alles vertrekt echter vanuit een goede en ruimtelijke mise-en-scène: als je dat hebt, zal de film zich ook wel lenen tot 3D. Maar als je frames begint te componeren louter met het oog op het 3D-effect, blijft het een gimmick. Ik maak me daarom sterk dat onze film even goed is in 2D als in 3D en dat iedereen zelf maar moet beslissen welke versie hem of haar het leukste lijkt. TOY STORY 3 Vanaf 23/6 in de bioscoop.Door Dave Mestdach 'Het derde deel moest een soort 'Prison Break' of 'Escape from Alcatraz' worden. Maar dan harder.' '3D mag geen gimmick zijn. Ik maak me sterk dat deze film even goed is in 2D als in 3D.'