American football is net een nucleaire oorlog. Er zijn geen winnaars, alleen overlevenden.' Aan het woord is Frank Gifford, een voormalige footballspeler van wie na zijn dood in 2015 bleek dat hij leed aan chronische traumatische encefalopathie (CTE), een vorm van permanente hersenschade die een ware epidemie is onder professionele American football-spelers. In een cultuur die geweld, spektakel en extreme fysieke uitdagingen hoog in het vaandel heeft, is American football, met zijn genadeloze tackles en trek- en duwpartijen, de ultieme sport. De spelers worden dan ook vaak vereerd als helden.
...

American football is net een nucleaire oorlog. Er zijn geen winnaars, alleen overlevenden.' Aan het woord is Frank Gifford, een voormalige footballspeler van wie na zijn dood in 2015 bleek dat hij leed aan chronische traumatische encefalopathie (CTE), een vorm van permanente hersenschade die een ware epidemie is onder professionele American football-spelers. In een cultuur die geweld, spektakel en extreme fysieke uitdagingen hoog in het vaandel heeft, is American football, met zijn genadeloze tackles en trek- en duwpartijen, de ultieme sport. De spelers worden dan ook vaak vereerd als helden. In de filmwereld komt die verering naar voren in duizend-en-een melige biopics. Denk maar aan Radio (2003), met Cuba Gooding Jr. als de mentaal gehandicapte speler James 'Radio' Kennedy, of The Blind Side (2009), waarin Sandra Bullock een dakloze maar getalenteerde zwarte jongen aan een footballcarrière helpt. Die films zijn steevast doordrenkt van typisch Amerikaans triomfalisme, en aan het einde is er de overwinning. In slow motion, natuurlijk. Maar dat is niet het soort film dat Oliver Stone, bekend van Platoon (1986) en JFK (1991), voor ogen had toen hij Any Given Sunday (1999) maakte. Voordat hij begon te draaien, keek hij met de volledige cast en crew naar Saving Private Ryan (1998), als referentie. Zijn footballfilm moest tweeënhalf uur lang dezelfde intensiteit bewaren als de beruchte D-day-scène in de oorlogsfilm van Steven Spielberg. De regisseur trok die oorlogsparallel naar verluidt wel heel ver door. Cinematograaf Salvatore Totino, die aan zijn eerste film toe was, zei achteraf: 'Stone verwelkomde me op de eerste dag met de woorden "Welkom in Vietnam." Dat vatte de ervaring goed samen. Stone deed me denken aan het personage van Robert Duvall in Apocalypse Now: een geschifte generaal die teerde op chaos.' Any Given Sunday werd dan ook, naast Natural Born Killers (1994), zijn agressiefst gestileerde film. Om u een idee te geven: de meeste films bevatten ongeveer zevenhonderd cuts. Any Given Sunday heeft er drieduizend. Zelfs een eenvoudige dialoogscène tussen Al Pacino en Jamie Foxx wordt verhakkeld met beelden van een naderende storm, fragmentjes uit Ben-Hur (1959) en archiefbeelden van oude footballwedstrijden. Kun je nagaan wat hij aanvangt met de wedstrijden: orgieën van bloed, zweet en tranen waarin op een bepaald moment zelfs een oog op het veld belandt. Dat geweld tastte zelfs de set aan: LL Cool J en Jamie Foxx namen een scène waarin zij ruzie hadden iets té serieus en begonnen voor de camera te vechten, met een verbouwereerde Al Pacino tussen hen in. Toen de crew de acteurs uit elkaar haalde, reageerde Oliver Stone: 'Waarom zijn jullie gestopt? Je had moeten blijven filmen!' Dat zegt veel over de toon van de film en Stones machomentaliteit. Inhoudelijk wilde Stone vooral de kleine kantjes van de sport tonen. Het geweld op het veld, dat ervoor zorgt dat de meeste spelers tegen hun 35e rondlopen met een gebroken lichaam - áls ze nog rondlopen. De sportartsen die tegen alle gezond verstand en ethiek in de spelers blijven volspuiten met cortisonen en ander spul om hen op de been te houden. De commerciële en politieke deals achter de schermen. En natuurlijk de spelers zelf, die heel goed weten dat ze maar een paar gloriejaren in zich hebben voordat ze uitgerangeerd zijn, en dan ook zo veel mogelijk geld proberen mee te graaien voor het zover is. Het is een cynisch exposé van een corrupte business - geen wonder dat de NFL (National Football League) weigerde mee te werken. Er zijn natuurlijk nog andere degelijke footballfilms. Friday Night Lights (2004) was best te pruimen, en Warren Beatty's Heaven Can Wait (1978) is een semiklassieker geworden. Maar geen enkele daarvan heeft de pure, viscerale kracht van Stones American football-opera. Any Given Sunday is chaotisch, opdringerig en uitputtend, maar zeg nu zelf: een film over uitgerekend die sport mág toch gewoon niets anders zijn?VOLGENDE WEEK ATLETIEKdoor Dennis Van Dessel'Stone verwelkomde me op de eerste opnamedag met de woorden "Welkom in Vietnam". Dat vatte de ervaring goed samen.'