1 Eldorado bevat niet alleen strips. Waarom eigenlijk?

Tobias Schalken: Van Eldorado heb ik ook een schetsversie gemaakt met alleen maar strips, maar dat voelde alsof er wat ontbrak. Ik zie mezelf als iemand die graag dingen maakt, iemand met een voorkeur voor figuratie en narrativiteit. Soms is dat een stripverhaal, soms een serie foto's, soms een schilderij of een sculptuur. Het zijn complementaire media die verschillende aspecten van dezelfde verbeeldingswereld uitdrukken. Ik vind het prettig strip en niet-strip door elkaar te laten lopen. Het voelt rijker en juister.

2 Is de sterk literaire vertelling in veel verhalen een nieuw facet van je kunstenaarschap?

Schalken: De liefde voor literatuur heb ik van huis uit meegekregen. Ik heb nog een oudere zus, en we konden met het hele gezin uren zitten lezen en toch ervaren dat we samen waren. Voor mijn zus en mij is altijd veel voorgelezen, kinderboeken - Janosch, Tove Jansson... - maar ook Melville, Kafka, Faulkner... Wij vonden dat allemaal leuk. Mijn zus repareert saxofoons en mijn vader gaat nog altijd regelmatig bij haar langs om voor te lezen terwijl zij werkt. Ze zijn nu net met de laatste pagina's van Het verdriet van België bezig.

Ook in de tijd van Eiland heb ik gezocht naar manieren om tekst en beeld te combineren, maar toen lag het accent meer op het vormexperiment. Tekstloze verhalen kregen zo de overhand, wat een beetje ten koste van het schrijven ging. Maar de liefde voor taal is er eigenlijk altijd al geweest.

Ik hou van schrijvers als Alice Munro en Tobias Wolff. Het drama wordt bij hen nooit op de spits gedreven. Er gebeurt ogenschijnlijk weinig, maar in feite juist heel veel. Soms zie je pas bij nadere beschouwing hoe fantastisch het taalgebruik is, omdat het zo simpel lijkt.

3 Adolescenten die hun plaats zoeken, komen in verschillende verhalen terug. Mogen we dat een thema van jou noemen?

Schalken: Ik denk nooit in thema's. Het voelt als zo'n ontoereikende manier om een werk te labelen. Een componist - ik weet niet meer wie - kreeg ooit de vraag waar zijn pianosonate over ging. Als antwoord speelde hij het stuk gewoon nog een keer. Bij mij is er ook nooit eerst een thema en op basis daarvan een werk. Ik volg mijn nieuwsgierigheid, doe mijn werk zo goed als ik kan en het resultaat moet ik zelf ook achteraf beschouwen. In die zin kruipen de 'thema's' van het werk er onbewust in. De motivatie om iets te maken ontstaat bij mij juist door de aantrekkingskracht van wat ik niet begrijp. Ik wil onderzoeken wat ik niet onder woorden kan brengen.