De dag waarop hij vertrok, sprak hij klare taal. Het was belangrijk dat wij elkaar begrepen. Wij konden elkaar nog begrijpen. Met anderen was dat toch een pak moeilijker. Die misten iets, dat iets dat ervoor zorgt dat je elkaar ook zonder woorden kunt verstaan. De rode Seat Leon stond volgestouwd op de stoep. De motor draaide. Het afscheid hoefde niet lang te duren. 'Ik herken het hier niet meer', zei hij. 'Al dat vuil, dat lawaai, die vreemdelingen.' Triest schudde hij zijn hoofd. 'Wij zijn weg.' Ik vroeg me af of we het over dezelfde straat hadden. Volgens mijn ervaringen werd daar iedere maandagochtend het vuil in zakken opgehaald, was het laatste café in de buurt alweer vijf jaar geleden gestopt bij gebrek aan volk, want na acht uur bleef iedereen liever gewoon thuis, en als ik goed kon tellen was het percentage vreemdelingen zo laag dat je het niet eens in een grafiek kon vatten. 'Het wordt er niet beter op. Onthoud mijn woorden.'
...

De dag waarop hij vertrok, sprak hij klare taal. Het was belangrijk dat wij elkaar begrepen. Wij konden elkaar nog begrijpen. Met anderen was dat toch een pak moeilijker. Die misten iets, dat iets dat ervoor zorgt dat je elkaar ook zonder woorden kunt verstaan. De rode Seat Leon stond volgestouwd op de stoep. De motor draaide. Het afscheid hoefde niet lang te duren. 'Ik herken het hier niet meer', zei hij. 'Al dat vuil, dat lawaai, die vreemdelingen.' Triest schudde hij zijn hoofd. 'Wij zijn weg.' Ik vroeg me af of we het over dezelfde straat hadden. Volgens mijn ervaringen werd daar iedere maandagochtend het vuil in zakken opgehaald, was het laatste café in de buurt alweer vijf jaar geleden gestopt bij gebrek aan volk, want na acht uur bleef iedereen liever gewoon thuis, en als ik goed kon tellen was het percentage vreemdelingen zo laag dat je het niet eens in een grafiek kon vatten. 'Het wordt er niet beter op. Onthoud mijn woorden.' Ik wist dat het een dwaze vraag was, maar toch stelde ik ze. 'Heb jij ooit To Kill a Mockingbird gelezen?' 'Huh?' Hij snoof, trok zijn broek op tot aan de vetrol rond zijn navel en spuwde. 'Ik jaag niet en ik lees nooit.' Moest ik nu echt uitleggen dat die 'to kill' niet slaat op een handleiding voor de amateurvogeljager? Soms denk ik dat er ons veel ellende en onzin bespaard zou worden, mochten mensen lezen in plaats van permanent toe te geven aan de drang om hun persoonlijke gedachten en overtuigingen met de wereld om hen heen te delen. 'Het is beter te zwijgen dan een dwaas te zijn', is een van de zeldzame citaten van Harper Lee, de schrijfster van Mockingbird. 'Zou je moeten doen', zei ik. 'Lezen, bedoel ik. Het is een roman. Over de hardnekkigheid van racisme.' Zijn gelaat verstrakte. 'Wow, ik ben geen racist, ik heb gewoon wat last van al dat vreemde om me heen.' Hij stak zijn linkerhand op en hees zich in de auto. 'Maar het is goed. Ik zal eraan denken.' Hij trok zijn portier dicht. 'Spaar de spotvogel. In het Nederlands.' Ik gaf het voor alle zekerheid mee. Ook ik stak aarzelend mijn hand op. Dat de spotvogel in alles verschilt van de ekster, had ik nog willen zeggen. Dat hij zingt, wondermooi en meestal hoog in een boom en dat hij verder niet zo veel doet in het leven, en dat het misschien wel daarom is dat de ekster zijn eieren zo graag kapot pikt, want een ekster, geef toe, daar kijken we zelden bewonderend naar, dat is toch zo'n beetje de nationalist van de vogelwereld, zo nijdig als die zijn territorium bewaakt en zo gretig als die de grenspaaltjes van dat territorium in zijn voordeel verzet. Ik had er ook nog aan willen toevoegen dat het daar allemaal over gaat in dat boek, dat het zo belangrijk is oog te hebben voor wat bijzonder en ongewoon is, dat de grootste roeper niet noodzakelijk de winnaar is, dat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken, dat de werkelijkheid uit lagen bestaat en dat het best boeiend kan zijn om die lagen te ontrafelen. Maar dat daar tijd voor nodig is en een beetje begrip voor de losers van het heelal. Hij was al lang de straat die hij was beginnen te haten uitgereden en ik wist ook wel dat het allemaal geen verschil had gemaakt. Het misverstand begint wanneer een mens zijn vooroordelen verwart met de werkelijkheid. Het gemak van vooroordelen is dat ze zo veel overzichtelijker zijn dan het rommelkot dat de werkelijkheid is. Een mens houdt van duidelijkheid, van lijnen, van hokken, van onderscheid, van verschil, van taart- en staafdiagrammen. Het zijn begrippen die helpen de ongrijpbare realiteit tot een paar wiskundige verzamelingen te herleiden. Maar de werkelijkheid is geen wetenschap. Ze kent geen rechtlijnigheid, enkel stompe hoeken en overal kronkels. En een mens mag dan meer zijn dan zijn brein alleen, hij is ook het kind van zijn evolutie. Als iedereen om je heen om minder schreeuwt, zul je misschien wel denken dat het allemaal niet zo belangrijk is, maar om het allemaal niet ingewikkelder te maken dan het al is, hou je waarschijnlijk gewoon je mond. Allemaal staan we liever in het centrum dan aan de slecht verlichte en wat obscure rand. Maar soms dwingen feiten en overtuigingen je naar de rand. In 1919 verdedigde Amasa Coleman Lee twee zwarte mannen die beschuldigd waren van roofmoord. Niets kon de twaalfkoppige blanke jury van het tegendeel overtuigen en de twee werden openbaar opgehangen. De vraag of dat niet een beetje barbaars was en of dat werkelijk op klaarlichte dag moest gebeuren, werd niet gesteld. Wel reageerden de inwoners van Monroeville geschokt op het feit dat Lee die mannen had willen en durven te verdedigen. Wie zwart was, was schuldig, daar kon nauwelijks twijfel over bestaan. En wie daar wel aan twijfelde, die was minstens even verdacht. Toen Nelle Harper Lee zeven jaar later als vierde van vijf kinderen werd geboren, had haar vader zijn gezin door zijn rechtlijnigheid naar de rand van de gemeenschap gemanoeuvreerd. Hij nam het op voor mensen voor wie een rechtschapen man niet geacht werd het op te nemen. Meestal waren die arm. Of zwakzinnig. Of zwart. 'Niggerlover', fezelden kinderen in de oren van Nelle Harper op de speelplaats van de lokale school. Ze vloog ze aan als een wilde tijger. Ze beet, ze knauwde, ze schopte, ze kneep. 'Sociaal onaangepast', oordeelde de directeur die haar, met afgrijzen rond de mond gespeld, thuisbracht. In de zomer van 1930 trok de toen achtjarige Truman Streckfus Persons - Truman Capote - bij een koppel familieleden in Monroeville in. Zijn stiefouders hadden andere zaken aan het hoofd dan voor het jongetje te zorgen dat ze omschreven als 'vreemd en koud'. Hij en zijn tijdelijke buurmeisje Nelle maakten de mooiste van hun zomers door. Ze vonden elkaar in de wereld die ze boetseerden uit hun eigen fantasie. Van Nelles vader kregen ze een Norwood-typemachine. Ze lazen samen, ze schreven samen. 'Niemand trok zich iets van ons aan. We hadden geen geld, geen speelgoed, we leefden in onze verbeelding', zou Harper daarover vertellen in 1964, net voor ze er publiekelijk definitief het zwijgen toe deed. Maar ze waren niet blind voor wat er in de kleine stad om hen heen gebeurde. Hun kinderjaren waren de jaren van de Grote Depressie, van gedwongen sterilisaties, van de 'Restriction Act' op rassenvermenging. Ze leefden in openlijk racistische tijden. Het vooroordeel was de normaliteit. Wie opstond tegen wat algemeen aanvaard was, pleegde sociaal zelfmoord. Nelle Lee Harper werd Harper Lee, ze verhuisde naar New York en deed er ettelijke jaren over om die cocktail van verdoken geweld, gefnuikte levens en een door huidskleur bepaalde schuldvraag tot het redelijk eenvoudige verhaal van To Kill a Mockingbird te herleiden. Door de ogen van de tienjarige Scout volgen we het proces van de zwarte Tom, die beschuldigd wordt van verkrachting. Haar vader pleit voor hem, de gemeenschap veroordeelt hem ter dood. Het boek verscheen op 11 juli 1960; ze verwachtte er niets van. Het sloeg in als een bom. In tegenstelling tot haar voormalige buurjongen, Truman Capote, die leek te leven bij gratie van aandacht en succes, vluchtte Lee ervoor weg. Ze mompelde nog wel iets over de droom de Jane Austen van Alabama te worden en ze werkte nog wel aan een volgende roman, The Long Goodbye, maar in werkelijkheid trok ze zich steeds verder terug en werd het een vaarwel voor altijd. Tot een paar jaar geleden kon je haar iedere donderdagavond vinden in haar rolstoel, geparkeerd voor de eenarmige bandiet van het Wind Creek Casino in Las Vegas, op een uur rijden van Monroeville. Haar linkerarm is verlamd, haar zicht is voor 95 procent verdwenen, haar geheugen vertoont gaten en haar gehoor is ook niet meer je dat. Nog steeds worden er van To Kill a Mockingbird zo'n 700.000 exemplaren per jaar verkocht. Mensen schrijven dat na de Bijbel, dat boek het meest impact heeft gehad op hun leven. De andere keer dat ze buiten komt, is om de essaywedstrijd in te leiden die haar vroegere middelbare school ieder jaar organiseert. Leerlingen van nu schrijven over wat To Kill a Mockingbird vandaag voor hen betekent. Zelden is er een vijftienjarige bij die meent dat het boek volkomen voorbijgestreefd is. Nee, de essays zijn getuigenissen van hoe racisme en discriminatie misschien meer verdoken, maar daarom niet minder aanwezig zijn. Het zijn de reële bewijzen dat een maatschappij die racisme wegschuift als een excuus, de deur openzet naar de marginalisering van iedere mogelijke afwijking van de norm. Terwijl de echte vraag, de enige vraag die er werkelijk toe doet, is: wie bepaalt die norm? Voor zover Harper Lee nog kan horen, luistert ze naar die soms grappige, vaak schrijnende voordrachten. Ze vond het altijd al vreselijk in het centrum. Ze keek er liever naar vanuit haar zetel ergens aan de rand. Omdat het zicht daar scherper is.DOOR TINE HENSHARPER LEES VADER NAM HET OP VOOR MENSEN VOOR WIE JE NIET GEACHT WERD HET OP TE NEMEN. MEESTAL WAREN DIE ARM. OF ZWAKZINNIG. OF ZWART. 'NIGGERLOVER', FEZELDEN KINDEREN TEGEN HARPER LEE. ZE VLOOG ZE AAN ALS EEN WILDE TIJGER. ZE BEET, ZE KNAUWDE, ZE SCHOPTE, ZE KNEEP.