Wie de naam Larry Clark hoort, denkt spontaan aan schokkende, rijkelijk met drugs, geweld en lichaamssappen overgoten teenage-drama's als Kids (1995), Bully (2000) of Ken Park (2002). Maar blijkbaar heeft de - inmiddels 63-jarige- Amerikaanse indie-filmer ook een gevoelige kant. Die laat hij voor het eerst zien in zijn nieuwste, Wassup Rockers, een aandoenlijk, bij vlagen zelfs behoorlijk grappig docudrama over de latino-jeugd uit de buitenwijken van Los Angeles die, in tegenstelling tot hun aan hiphop en basketbal verslingerde klas- en leeftijdsgenoten, koppig zweren bij lange haren, strakke jeans, skateboarden en de snedige punkrock van Suicidal Tendencies en de Ramones. Daarmee schetst Clark niet alleen een revelerend en opvallend toegankelijk portret van een misbedeelde bevolkingsgroep die een alsmaar groter deel uitmaakt van de Amerikaanse samenleving; hij brengt meteen ook een tedere hommage aan hun samenhorigheid en aparte culturele identiteit.

Toch hoef je van de omstreden Clark - die in de jaren 70 begon als fotograaf met baanbrekende beelden over sub- en jeugdculturen - ook dit keer geen radicale koerswijzigingen te verwachten. Gebleven zijn de franjeloze, pseudo-documentaire stijl, de fetisjistische voorliefde voor met pukkels en dons bezette adolescenten en vooral: de rake sneren aan het adres van conservatief Amerika. Zo krijgt de mythe van de Amerikaanse Droom in Wassup Rockers opnieuw een flinke veeg uit de pan wanneer de latino's de bus nemen van hun sjofele thuishaven South Central naar Beverly Hills en de sociale kloven en het sluimerende racisme binnen the land of opportunity op genadeloze, zij het mild satirische manier worden blootgelegd.

Ook het choqueren met expliciete seks is de tot cultheld uitgegroeide Vietnam-veteraan en ex-bajesklant Clark nog niet verleerd. Enkele maanden na de opnames van het liefelijke Wassup Rockers blikte Clark immers een episode in van de (voorlopig onuitgebrachte) omnibusfilm Destricted, waarin zeven regisseurs - onder wie Matthew Barney, Gaspar Noé en andere usual suspects - de grenzen tussen kunst en pornografie aftasten. Clarks bijdrage daarin, Impaled, is een documentaire kortfilm over een achttienjarige kerel met porno-ambities, met als climax diens allereerste X-rated seksscène, die door Clark - zo kennen we hem weer - zonder de minste schroom wordt vastgelegd. Hoog tijd voor een gesprek, al was het maar om nu eindelijk eens te weten te komen of Clark een bevlogen agent provocateur is, dan wel een voze parvenu.

Je kortfilm 'Impaled' uit de compilatiefilm 'Destricted' eindigt met een hardcore seksscène. Moest de kloof tussen porno en kunst weer eens worden gedicht?

Larry Clark: Helemaal niet. Ik werd gevraagd om een bijdrage te leveren aan een film die de impact van pornografie onderzoekt en kwam vervolgens op het idee om een documentaire te maken over jonge kerels die de pornobranche in willen. En ik kan je verzekeren: ik was net zo gechoqueerd en verbaasd als iedereen. De vraag die ik stelde was in welke mate porno van invloed is op het leven van jongens en meisjes die na 1980 geboren zijn: de eerste generatie die vrije toegang had tot pornografie.

Wat zijn je conclusies?

Clark: Dat porno een grotere impact heeft dan ik dacht. Bij veel jongeren schept het een onrealistisch verwachtingspatroon inzake seks en relaties en men wordt ook heel erg prestatiegericht in bed. Ook kinky dingen als anale seks of SM vinden de meesten heel gewoon. Ik besef dat ik natuurlijk kids heb geïnterviewd die sowieso de porno in willen en dus een grotere interesse hebben voor dat soort zaken, maar ook uit gesprekken met andere jongens en meisjes blijkt dat het seksleven van de moderne tiener er exhibitionistischer, voyeuristischer, minder naïef en speels uitziet dan vroeger. Zelfs hun intieme leven is blijkbaar gemediatiseerd, alsof ze leven in een reality-show.

Moet porno aan banden worden gelegd?

Clark: Welnee, al heeft die idiote president van ons daar kennelijk wel een heilige missie van gemaakt. Porno is er altijd al geweest en bovendien was mijn generatie en dus ook die van Bush zeker niet minder geïnteresseerd in seks of porno dan die van nu. Wel integendeel, als ik even terugdenk aan mijn eigen jeugd (lacht). Het is gewoon anders geworden. De kids van nu zijn geen dolgedraaide perverten. De meeste die ik heb geïnterviewd waren doodbrave, verlegen jongetjes. Alleen keken ze anders tegen seks aan en hadden ze er minder moeite mee om te neuken voor een camera. Dat neemt niet weg dat ik mijn bedenkingen heb bij die hele industrie. Nogal wat pornoacteurs en -actrices zitten aan de drugs of liggen ernstig in de knoop met zichzelf. Het is een branche die zowel fysiek als mentaal heel veel van hen vergt. Ik zou dan ook niemand een pornocarrière aanbevelen.

Maar je organiseert wel een casting voor aspirant-pornoacteurs en je zet hun eerste seksscène full frontal in beeld. Is dat niet hypocriet?

Clark: Die kids reageerden gewoon op een krantenadvertentie die ik had geplaatst en zouden sowieso in de porno zijn beland. Bovendien waren ze meerderjarig, wisten ze wat mijn bedoeling was en weiger ik de moralist uit te hangen. Een documentaire maken over de impact van porno zonder expliciete seks; dàt zou pas hypocriet zijn. Als filmer maak ik sociale commentaren die verankerd zijn in de realiteit. En die is nu eenmaal zoals hij is. Ik ben niet meer dan een waarnemer.

Een voyeur, zullen je criticasters zeggen.

Clark: Dat element speelt mee, maar dat is onvermijdelijk als je met visuele media werkt; of dat nu fotografie of film is. Wat ik wel ontken, is dat ik bepaalde realiteiten exploiteer. In Impaled observeer ik wat die jongelui denken en doen, zoals ik dat ook deed in Kids of Ken Park. Porno daarentegen is vooral op de consument gericht, en dan vooral op zijn pik, waarvoor de acteurs maar even tot objecten worden herleid. Dat doe ik in geen geval. Ik stel vragen en respecteer de mensen die ik film of fotografeer.

Dat geldt in elk geval voor 'Wassup Rockers'. Hoe heb je die latino-skaters eigenlijk ontmoet?

Clark: Ik ken hen al drie jaar en kwam hen voor het eerst tegen in een skatepark in Venice Beach. Ik moest eigenlijk foto's maken van de acteurs uit Ken Park, maar die waren er niet, dus vroeg ik of ik hen in de plaats mocht fotograferen. Vooral hun look vond ik geweldig: dat lange haar, die versleten gympen en die broeken en t-shirts die eigenlijk veel te klein waren. Het stond gewoon diametraal tegenover het clichébeeld van de gemiddelde skater die altijd van die hiphop-outfits draagt. Toen ik daarna hun verhaal hoorde, wist ik meteen: hier wil ik een film over maken.

Wat was er dan zo bijzonder aan?

Clark: Hun trots, zelfrespect, spontaniteit... Alles eigenlijk. Ze komen uit South Central, een arme buurt waar je als tiener bijna automatisch onder druk wordt gezet om lid te worden van een gang en je te conformeren aan de alomtegenwoordige hiphopcultuur, maar dat weigeren ze gewoon te doen. Ze houden nu eenmaal van punkrock, van die strakke rock-'n-roll-look en ze houden zich liever bezig met skaten en plezier maken dan met getto-oorlogen uitvechten. Hoewel ze vaak uitgelachen en gepest worden, blijven ze trouw aan zichzelf. Dat vind ik niet alleen erg moedig, maar zelfs ontroerend. Wassup Rockers is dan ook niet alleen mijn beste film; het is ook een hommage aan het onvervreemdbare recht op anders zijn.

En een commentaar op de sociale ongelijkheid binnen Amerika?

Clark: Zeker. Ze waren nog nooit in Beverly Hills geweest, dus besloten we er hen mee naartoe te nemen. Voor die kids was dat één groot, wild avontuur en we hebben dan ook enorm veel lol beleefd. Toch kon je merken dat de rijke, blanke bewoners en de politie hen voortdurend in de gaten hielden, om dat ruige getto-volkje duidelijk te maken dat het daar niks te zoeken had, terwijl ze helemaal geen strafblad hebben, niks kwaads in de zin hadden en zo ongeveer de braafste jongens zijn die ik ooit heb ontmoet. Eens te meer werd duidelijk dat Amerika nog altijd een racistische klassenmaatschappij is, geleid door een blanke elite die wel zo leep is om overal de Amerikaanse Droom te propageren. Die legt voortdurend de nadruk op indivuele vrijheid en verantwoordelijkheid, waardoor mensen die het niet maken en in de marge verzeilen nog gaan denken dat het hun eigen schuld is ook. Onzin natuurlijk. Als je in de verkeerde buurt geboren bent of de foute huidskleur hebt, kun je het wel schudden. En vergis je niet: voor elke Jennifer Lopez - die ook uit het getto komt - zijn er minstens duizend kids zoals die uit Wassup Rockers.

Daar heb je het woord 'kids' weer. Vanwaar je chronische fascinatie voor adolescenten?

Clark: Omdat ik ooit begonnen ben met het fotograferen van tieners, omdat ik er goed in bleek te zijn en omdat ik vind dat jeugdculturen nog altijd zelden op een goede, authentieke manier worden gedocumenteerd. Bovendien is het de meest beslissende periode in je leven. De keuzes die je als tiener maakt, bepalen in grote mate hoe je verdere leven eruit zal zien. Wat me daarbij vooral intrigeert zijn de verschillen tussen de generaties. Tieners weten tegenwoordig veel meer dan toen ik jong was, maar daar zit ook een prijskaartje aan vast. Ze worden overspoeld met informatie, gadgets en beelden, ze worden gedwongen om steeds vroeger volwassen te zijn en worden meer onder druk gezet om te presteren. Hoewel er dan ook heel veel fout loopt, merk ik toch dat de meeste jongeren nog altijd het verschil kennen tussen goed en kwaad en opgroeien tot gewetensvolle volwassenen. Dat moraliserende gezeur over de jeugd van tegenwoordig is dan ook je reinste ouwezakkenpraat, meteen een van de redenen waarom ik dit soort films blijf maken.

Velen ergeren zich vooral aan de expliciete seks in je films. Maak je geen misbruik van de onervarenheid van vaak piepjonge acteurs?

Clark:(geïrriteerd) Ten eerste: alle acteurs die ik ooit naakt heb gefilmd waren meerderjarig, ook die uit Kids of Ken Park. En ten tweede: pubers denken niet alleen vaak aan seks, ze neuken er doorgaans ook flink op los. Ik ben vader van twee kinderen en ik ben zelf ook jong geweest, dus ik weet waarover ik spreek. Als je een eerlijk portret van hen wil schetsen, kun je onmogelijk om de seks heen. Bovendien heb ik de indruk dat de lui die zich aan mijn films ergeren net dezelfde fatsoenrakkers zijn die ook al moord en brand schreeuwden toen Janet Jackson haar tiet liet zien. En die is toch al een stuk de dertig voorbij, als je begrijpt wat ik bedoel? (lacht) Het conservatisme is het jongste decennium gewoon aan een ongelofelijke opmars bezig. Maar ik heb nieuws voor hen: ik ben niet van plan om onnozele films te gaan maken, me door hun gezwets te laten intimideren en mezelf te censureren. En ook al ben ik inmiddels de zestig voorbij: ik zal pas rusten wanneer Amerika niet langer hysterisch doet over een blote tiet en eindelijk bewijst een beschaafde natie te zijn. They're not done with me yet.

Door Dave Mestdach