Béatrice Dalle besmeurd met bloed die zich op de tonen van Tindersticks aan een verbouwereerd slachtoffer te goed doet - die scène uit Trouble Every Day vergeet je nooit meer. Voor veel filmliefhebbers is het echter ook het enige wat ze zich bij het werk van Claire Denis kunnen voorstellen. De Franse cineaste (61) geniet wel een mooie reputatie, maar dan vooral onder een klein clubje cinefielen. Ze maakt natuurlijk niet de meest toegankelijke cinema: traditionele plots vallen vaak niet te onderscheiden, de personages zeggen niet veel en de thematiek wordt op een associatieve manier uitgediept.
...

Béatrice Dalle besmeurd met bloed die zich op de tonen van Tindersticks aan een verbouwereerd slachtoffer te goed doet - die scène uit Trouble Every Day vergeet je nooit meer. Voor veel filmliefhebbers is het echter ook het enige wat ze zich bij het werk van Claire Denis kunnen voorstellen. De Franse cineaste (61) geniet wel een mooie reputatie, maar dan vooral onder een klein clubje cinefielen. Ze maakt natuurlijk niet de meest toegankelijke cinema: traditionele plots vallen vaak niet te onderscheiden, de personages zeggen niet veel en de thematiek wordt op een associatieve manier uitgediept. Het kleine stadsdrama 35 Rhums stapt echter opvallend af van Denis' gekende cryptische en elliptische stijl. Deze keer gaat het over een vader die in zijn eentje voor de opvoeding van zijn dochter ingestaan heeft, maar nu moet inzien dat het tijd wordt om de jonge vrouw haar eigen weg te laten gaan. Denis situeert haar verhaal onder de zwarte bewoners van een Parijse voorstad, maar in tegenstelling tot in haar vroegere films, waar het dikwijls over migranten ging, zijn haar personages echte Parijzenaars. Bewust, vertelt ze op het festival van Venetië. Claire Denis: Zwarte acteurs worden nog steeds al te vaak als drugdealers, gangsters of pooiers opgevoerd. Ik heb er altijd een punt van gemaakt om zwarte acteurs ook in doodnormale rollen te casten - werklui, huishoudpersoneel, treinbestuurders, noem maar op. Ik toon hoe ze in een gewone flat een omelet bakken. Het is een kwestie van perspectief, en heeft niets met stijl te maken. Mijn aanpak is veel meer politiek dan esthetisch. Gewoonlijk worden we in een bioscoop verleid door avontuur, heldhaftigheid en geweld. Ik vind het interessant om met heel normale mensen te sympathiseren en de kijker tot het besef te brengen dat huidskleur volstrekt irrelevant is. We maken allemaal hetzelfde mee. Denis: In grote lijnen is dit het verhaal van mijn grootvader en mijn moeder. Alleen was hij geen treinbestuurder zoals Lionel. Ik heb het verhaal in mijn jeugd vaak gehoord. Mijn grootvader kwam uit Belém, in het noorden van Brazilië. Toen hij naar Frankrijk verhuisde, werd hij in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hij verliefd op een verpleegster, mijn grootmoeder. Ze kregen een kind en twee maanden later stierf mijn grootmoeder in een ongeval. Mijn grootvader besliste om nooit meer naar Brazilië terug te keren en zijn dochter alleen groot te brengen. Dat was het begin van het script. Denis: Dat idee kwam jaren geleden al bij me op, toen er in Parijs een retrospectieve van de Japanse cineast Ozu liep. Mijn moeder is altijd een grote cinefiel geweest en ik heb haar bijna elke avond naar een film van Ozu meegenomen. En drie van die films hebben het over dat moment: de dochter die het huis verlaat. Mijn moeder is een sterke vrouw, maar ik zag dat ze diep geroerd was door dat verhaal. Toen heb ik me voorgenomen om het onderwerp ooit zelf te verkennen. Denis: Het is zeker geen stilistische keuze, ik heb geen ervaring met stijl. Misschien is het gewoon het gevolg van het feit dat ik ouder word. Deze film is belangrijk voor mij omdat er achter de tederheid geen wreedheid steekt. Ik wilde iets vertellen over mensen die in de wildernis van de wereld met de eenvoudige problemen van het leven omgaan. Ik houd van die tegenstelling. Het doet me denken aan de song Killing Me Softly. Het leven voert je zachtjes naar de dood. Elke dag laat je kansen liggen. Je denkt dat je iemand goed kent, maar op het moment dat hij van een brug springt, ben je er niet. Ik heb het zelf meegemaakt. Vier jaar geleden maakte ik L'intrus met producent Humbert Balsan, zes maanden later hing hij zichzelf op. Misschien heb ik ook om hem deze film gemaakt. Denis: Neen. Net zoals iedereen heb ik maar één leven en dat wil ik ten volle benutten. Het is nooit mijn ambitie of obsessie geweest om bij een zo groot mogelijk publiek in de smaak te vallen. Ik denk dat ik doodsbang zou zijn om daar voortdurend aan te moeten denken. Misschien word ik beschermd omdat ik stevig op mijn benen sta. Ik probeer iets uit te drukken met mijn films en ik hoop dat ik sommige mensen kan raken. Dat is op zich al moeilijk genoeg. Daar lig ik 's nachts wel wakker van. Ik ben altijd bang dat ik mijn doel niet zal kunnen bereiken. Al de rest is niet belangrijk. 35 Rhums Vanaf 3/6 in de bioscoopDoor Ruben Nollet