Amper een paar honderd exemplaren gingen er in 1992 in de Lage Landen over de toonbank van Regenboog van zwaartekracht, de vertaling van Gravity's Rainbow. Een cijfer dat je eerder verwacht bij het debuut van een onbekende auteur (en dan is het nog aan de lage kant) dan bij een klassieker uit 1973 waarvoor een gevierde Amerikaanse cultschrijver de National Book Award kreeg én de Pulitzerprize for Fiction had gewonnen als een jurylid niet over een scatologische passage was gestruikeld. Niet dat de auteur, Thomas Pynchon (°1937), ook weleens botweg 'de Amerikaanse James Joyce' genoemd, erom maalde, want die is notoir mediaschuw. Hij gee...

Amper een paar honderd exemplaren gingen er in 1992 in de Lage Landen over de toonbank van Regenboog van zwaartekracht, de vertaling van Gravity's Rainbow. Een cijfer dat je eerder verwacht bij het debuut van een onbekende auteur (en dan is het nog aan de lage kant) dan bij een klassieker uit 1973 waarvoor een gevierde Amerikaanse cultschrijver de National Book Award kreeg én de Pulitzerprize for Fiction had gewonnen als een jurylid niet over een scatologische passage was gestruikeld. Niet dat de auteur, Thomas Pynchon (°1937), ook weleens botweg 'de Amerikaanse James Joyce' genoemd, erom maalde, want die is notoir mediaschuw. Hij geeft nooit interviews en de paar foto's die van hem bestaan dateren uit zijn jeugdjaren, zeer tot frustratie van de pers die elk decennium een ware klopjacht op de auteur organiseert. Tevergeefs: niemand heeft hem ooit voor een camera gekregen, hoewel CNN ooit dicht in de buurt kwam - volgens de legende zou hij in een documentaire opduiken in een publieksshot. Niet dat hij een misantroop kluizenaar is: Pynchon ziet er gewoon het nut niet van in en kan zelf lachen met zijn enigmatisch imago. Zo figureert hij meermaals in The Simpsons, weliswaar met een bruine zak over zijn hoofd. Ooit sprak ik met Tom McCarthy, auteur van C en Dat wat overblijft, en die was gewoon op bezoek geweest bij de Pynchons en omschreef de man als een hartelijke lachebek. Pas later begreep ik dat ik de hand had geschud die op zijn beurt Pynchons hand had geschud. Regenboog van Zwaartekracht is een klepper van 750 pagina's die je nu enkel nog via tweedehandssites kunt scoren - de vertaling uit 1992 is de meest recente. Niet alleen door de omvang vormt het een uitdaging aan het adres van de lezer, ook de inhoud doet je brein duizelen. Centraal staat de libidineuze Tyrone Slothrop die zich aan het eind van WO2 achtervolgd waant door een legertje geheim agenten en wetenschappers. Slothrop is namelijk een anomalie: telkens als hij een van zijn minnaressen opzoekt in Londen, stort daar enkele dagen later een V-2 neer. Bizar dat zijn erectie een raket zou aanlokken, maar Pynchon suggereert dat pavloviaanse experimenten in Slothrops babytijd mogelijks aan de basis liggen van zijn 'gave'. Slothrop - zelf vermoedelijk geheim agent - vlucht het hele Europese continent af, op zoek naar het mysterieuze tuig genaamd Schwarzgerät, en komt van de ene absurde situatie in de andere terecht. Zoals een hilarisch gevecht met een mechanische octopus, of een poging om kilo's hasj de Conferentie van Potsdam binnen te smokkelen, gekleed in een vikingkostuum. Onderwijl slaat de paranoia ongenadig toe: 'De vraag is niet of we paranoïde zijn, dat is onze plicht, maar of we wel paranoïde genoeg zijn' - dat is zowat zijn lijfspreuk. Ook de lezer moet achterdochtig blijven. Pynchon suggereert wel een omlijnd plot achter zijn bedwelmend wervelende stijl, maar wie alle losse eindjes aan elkaar wil knopen, komt bedrogen uit: er is geen alomvattende waarheid, geen sluitende verklaring, geen geheime orde achter de schermen. Regenboog van zwaartekracht zet onze plotlust te kijk, onze hang naar netjes afgewerkte verhaaltjes, en onthult zo de prachtige chaos van het ware leven. RODERIK SIX