De muziekgeschiedenis is niet bepaald rijkelijk bezaaid met jazzbeoefenaars die zich met de tuba richting eeuwigheid speelden. Het koperen blaasinstrument kent geen Charlie Par...

De muziekgeschiedenis is niet bepaald rijkelijk bezaaid met jazzbeoefenaars die zich met de tuba richting eeuwigheid speelden. Het koperen blaasinstrument kent geen Charlie Parkers of John Coltranes en is doorgaans veroordeeld tot een achterhoederol in de ritmesectie. Het zal Theon Cross worst wezen. Met zijn explosieve blaaskracht in Sons Of Kemet bewees hij al dat de tuba meer in zijn mars heeft dan enkel de pas bepalen, en ook dit solodebuut breekt uit het korset van academische voorschriften. Met één voet op de dansvloer, één vinger aan de pols en een hoofd vol vurige arrangementen, op de vleugels bijgestaan door drumbeest Moses Boyd en saxofonist Nubya Garcia, dolt Cross met het kompas van de jazz. We horen New Orleans, we horen Kingston, we horen Lagos, maar toch borrelt het op uit de onderbuik van Londen.