Nuri Bilge Ceylan neemt graag zijn tijd. Véél tijd. Net als in zijn Gouden Palm-winnende magnum opus Winter Sleep (2014) werpt de Turkse cineast zich in dit drie uur durende schouwspel op als een geduldige, literaire verteller. De boekenwurm zal er niet naast kunnen luisteren: Ceylan rijgt de referenties aan auteurs als Dostojevski, Nietzsche en vooral Tsjechov aaneen. Er valt zelfs een portret van Albert Camus te bespeuren. Deze ongehaaste studie van een schrijvende jongeman met daddy issues en zijn dromen laat zich dan ook lezen als een rijke bildungsroman, met ...

Nuri Bilge Ceylan neemt graag zijn tijd. Véél tijd. Net als in zijn Gouden Palm-winnende magnum opus Winter Sleep (2014) werpt de Turkse cineast zich in dit drie uur durende schouwspel op als een geduldige, literaire verteller. De boekenwurm zal er niet naast kunnen luisteren: Ceylan rijgt de referenties aan auteurs als Dostojevski, Nietzsche en vooral Tsjechov aaneen. Er valt zelfs een portret van Albert Camus te bespeuren. Deze ongehaaste studie van een schrijvende jongeman met daddy issues en zijn dromen laat zich dan ook lezen als een rijke bildungsroman, met als ingrediënten melancholisch romanticisme, lange dialogen en verrassend weinig peren. In het winderige, okergele Çanakkale, op het Anatolische schiereiland, focust de film zich op de miskende Sinan. Na zijn studies keert die als aspirerend schrijver en pseudofilosoof terug naar de plaats waar hij opgroeide. Zijn ambitie stopt niet bij de publicatie van zijn literaire debuut, dat hij zelf een 'autofictie-metaroman' noemt. Hij wil vooral niet eindigen als zijn gokverslaafde, nutteloze vader wiens ambities niet verder reiken dan het graven van een bij voorbaat gedoemde waterput. Het scenario is een woordenwaterval en dreigt Sinan af te schilderen als een koude, arrogante misantroop die op iedereen neerkijkt. Toch is Sinan herkenbaar voor al wie droomt of dromen heeft gehad. Net zoals peren af en toe eenzaam, vervormd dan wel delicieus zijn, voelt de mens zich soms verloren. Ceylan imponeert opnieuw met een elegisch, hoogst metaforisch en tegelijk onverwacht humoristisch karakterepos. Het is een meesterlijke aaneenrijging van gewichtige retoriek, grappige en soms surrealistische toetsen en sociaal-politieke kritiek waarbij de maker van andere prachtfilms als Uzak (2002) en Once Upon a Time in Anatolia (2011) zich niet blind toont voor de beknottende politiek en de macht van religie in het hedendaagse Turkije. Een sensitief muzikaal riedeltje van Bach wordt spaarzaam gebruikt op de klankband, maar visueel geeft Ceylans vaste cameraman Gökhan Tiryaki - zij het minder opvallend - het volle pond. Van ruwe beelden van het havenstadje tot glorieuze besneeuwde landschappen: het is bij Ceylan niet altijd show don't tell, maar vaak gewoon beide. Ceylans oeuvre is en blijft wel een bastion van mannelijke beslommeringen. Herhaaldelijk terugkomend zijn de problematische vrouwenrollen. Zo intrigerend de vader-zoonplot, zo onbestaand is de interactie tussen Sinan, zijn moeder en zijn zus. En wanneer vader en zoon zich in een diepmenselijk gesprek vol nostalgie verzoenen, zonder een duidelijke toekomst, lijkt hun lot beschoren. Valt de peer dan toch niet ver van de boom?