The Way Hollywood Tells It

STORY AND STYLE IN MODERN MOVIES
...

STORY AND STYLE IN MODERN MOVIES DAVID BORDWELL UNIVERSITY OF CALIFORNIA PRESS, 298 BLZ., EURO 27,80 Hebt u ook de buik vol van het doordeweekse Hollywoodspektakel, volgestouwd met CGI-stunts, zo jachtig geritmeerd en hyperventilerend gesneden dat de incoherente actie gewoon niet meer te volgen valt? Dan heeft David Bordwell nieuws voor u. Nee, de klassieke Hollywoodtraditie is niét dood en begraven maar leeft voort in de zo gehate blockbuster, stelt Bordwell in zijn provocerende studie van de kunst en het vakmanschap van de Hollywood-cinema sinds de jaren 60. Ondanks het verdwijnen van het studiosysteem, de controle van multinationale mediabedrijven over de filmproductie, de nieuwe methoden van distributie en marketing die bepalen welke films worden gemaakt en vooral hoe ze worden gemaakt, is er volgens professor Bordwell geen vuiltje aan de lucht. Het filmbedrijf mag dan nog cruciale veranderingen ondergaan hebben, de beproefde en gedegen principes van plotopbouw en verhalende structuur hebben deze revolutie overleefd, ze werden gewoon op velerlei manieren gemoderniseerd. Als tegengif voor alle klaagzangen van filmcritici die teren op nostalgie en verlangen naar een simpeler filmverleden, is The Way Hollywood Tells It zeker stimulerende lectuur. Bovendien demonstreert Bordwell niet le changement dans la continuité op basis van inhoudelijke criteria, maar ontleedt hij concreet narratieve strategieën en dominante stijlkenmerken - domeinen waar maar weinig literatuur aan vuilgemaakt wordt. Bordwell is bijzonder goed in zijn ontleding van hoe nieuwe visuele technieken het vertellen van het verhaal bepalen en het publiek een andere kijkervaring bezorgen. Zoals het gestaag opdrijven van het aantal cuts, waardoor de gemiddelde lengte van één shot steeds korter wordt (van 8 tot 10 seconden van 1930 tot 1960 tot minder dan twee seconden in Moulin Rouge, Requiem for a Dream en Pirates of the Caribbean).Mijn probleem met Bordwell is dat hij een lans breekt voor het moderne Hollywood aan de hand van films waarvan ik ten stelligste hoop dat ik ze nooit meer hoef terug te zien. Bladzijden lang buigt Bordwell zich over prullen als Jerry Maguire, A Beautiful Mind, en Love Actually, alsof dit de nieuwe pareltjes van de filmkunst zouden zijn. Terwijl hij M.A.S.H., The Long Goodbye en Buffalo Bill and the Indians en passant afdoet als 'pitiless travesties of tradition'. En laat Robert Altman nu juist de meest avontuurlijke beeldenstormer van de seventies zijn die nu nog altijd huizenhoog uittorent boven Bordwells belabberde voorbeelden. Patrick Duynslaegher