Everything Is Borrowed **
...

Everything Is Borrowed ** grimeWarner Het parcours van Mike Skinner beantwoordt aan zowat alle voorschriften van het klassieke zero-to-hero-verhaal: malcontente twentysomething maakt straffe grimeplaat vol scalpelscherpe rhymes over het leven van de working class in stedelijk Engeland, overtreft zichzelf én de verwachtingen van zijn almaar groter wordende schare bewonderaars met een briljante tweede plaat en knalt vervolgens keihard tegen de muur van zijn eigen beperkingen aan met zijn derde. Nu willen wij niet gezegd hebben dat het twee jaar oude The Hardest Way To Make An Easy Living een sléchte plaat was, maar louter muzikaal bleek de spoeling nogal dun geworden - een halve melodie in een eindeloze loop gooien levert niet noodzakelijk een deugdelijke song op - en ook tekstueel was Skinner aan het einde van zijn slang. Noem het een ironische speling van het lot, maar het succes van The Streets en vooral de grote bijval die Skinner oogstte met zijn bijzonder - euh - straatwijze teksten over de zelfkant van de Britse samenleving, hadden zijn raison d'être als maatschappijkritische straatdichter ernstig aangetast. Niet slecht gezien dus van Mike Skinner om op zijn nieuwste worp, Everything Is Borrowed, nieuwe of alleszins ándere onderwerpen aan te snijden. Vriendschap bijvoorbeeld, zoals in The Sherry End, dat met zijn wulpse blazers en vette gitaarlicks gaandeweg een homo-erotische ondertoon prijsgeeft. Of onbeantwoorde liefde, zoals in de slome reggaedeun I Love You More (Than You Like Me), waarin Skinner zich overgeeft aan bepaald pathetische mijmeringen als 'I never am a winner / I'm a lonely bloke'. In Alleged Legends geeft Skinner dan weer zijn hoogsteigen kijk op religie en zingeving, terwijl uit The Way Of The Dodo blijkt dat ook hij zich grote zorgen maakt over - komt-ie! - de opwarming van de aarde. Zijn gedacht daarover? 'It's not earth that's in trouble, it's the people that live on it.' Dat hadden we zélf ook wel kunnen bedenken! En hetzelfde kunnen we helaas zeggen van enkele songs op Everything Is Borrowed, want muzikaal slaagt Mike Skinner er almaar minder goed in om te verhullen dat hij een one-trick-pony is - de combinatie van zijn zangerige parlando met angelieke vrouwenkoortjes hebben we al een keer te veel gehoord - en af en toe scheren zijn songs zelfs vervaarlijk langs de dunne grens tussen rap en crap. De stroperige spoken word Strongest Person I Know hebben wij nog niet één keer kunnen uitluisteren zonder ergens halverwege in te dommelen en ook Never Give In kabbelt doelloos richting vergetelheid. Maar op Everything Is Borrowed probeert Mike Skinner tenminste allerlei nieuwe onderwerpen en invalshoeken uit. En net zoals die keer dat we een dansje uitprobeerden met het epileptische meisje uit onze klas gaat dat met vallen en opstaan. Vincent Byloo