Ron Clements & John Musker met de stemmen van Anika Noni Rose, Bruno Campos, Keith David, Oprah Winfrey, John Goodman
...

Ron Clements & John Musker met de stemmen van Anika Noni Rose, Bruno Campos, Keith David, Oprah Winfrey, John Goodman Disneys nieuwste sprookjesfilm zal niet alleen de annalen induiken wegens de zwarte leading lady, een primeur voor het Huis van de Muis. Het is ook de eerste prent in meer dan vijf jaar waarin nog eens tekenpotloden worden gebruikt. En belangrijker nog: waarin Disney zijn zin voor deugdelijk verteld en ironievrij entertainment herontdekt. Daarvoor bedachten veteranen Ron Clements en John Musker (de makers van The Little Mermaid en Aladdin) de zoveelste variant op Ed Bakers klassieke sprookje De Kikkerprins. Dat wordt voor de gelegenheid overgoten met een gris-grissausje en getransponeerd naar het New Orleans ten tijde van Wereldoorlog Eén. Daar maken we kennis met de mooie, maar arme zwarte serveuse Tiana, die er al jaren van droomt om haar eigen restaurant te openen. Haar blanke boezemvriendin Charlotte heeft dan weer een geheel andere hartenwens: trouwen met een rijke prins. Geen wonder dat Charlotte in alle zuiderse staten verkeert wanneer prins Naveen van Malvonia neerstrijkt in New Orleans. Wat als die chronische mooiprater echter niet half zo rijk is als hij beweert? En wat als zijn schlemielige assistent een pact heeft gesloten met de sinistere voodoomeester Doctor Facilier? Welke romantische toespelingen en magische transformaties daaruit voortvloeien - een tip: de titel is een weggever - moet je vooral zelf ontdekken. Feit is dat Disney, vier jaar na de merger met de pixelprofeten van Pixar, nog eens kiest voor oldschoolamusement. Zo zijn er de swingende songs van Randy Newman die rijkelijk putten uit de jazz-, blues- en cajuncataloog van New Orleans. Er is de antropomorfe beestenboel die herinnert aan de oude, tussen sentiment en gotiek schipperende Disneysprookjes. En er is de verzorgde 2D-celanimatie, een mix van tekeningen en digitale decors die voor de stadsscènes aan Lady and the Tramp en voor de bayou-avonturen aan Bambi refereert. Voeg daar nog een stevige stemmencast aan toe, plus een paar instantklassieke sequenties zoals de heerlijke danse macabereFriends on the Other Side. Het resultaat? Een tekenfilm die bewijst dat je niet noodzakelijk een renderfarm nodig hebt om anno 2010 een publiek van 7 tot 77 te charmeren. Toch is het nu ook weer geen Disney grand cru. Daarvoor ogen de groene kwakende protagonisten te platjes om écht te betoveren, terwijl het sprankelende vernuft van Disneys eerdere renaissance in de vroege jaren 90 ( remember The Beauty and the Beast en The Lion King) slechts bij vlagen tussen de trompetspelende alligators, dansende vuurvliegjes en Tennessee Williamsknipogen te bespeuren valt. Niettemin: een deugddoend rappel à l'ordre. Dave Mestdach