Christopher Nolan
...

Christopher Nolan Met Hugh Jackman, Christian Bale, Michael Caine, Scarlett Johansson, David Bowie De Britse rasfilmer Christopher Nolan - u kent 'm van Memento, Insomnia en Batman Begins - is niet de eerste die de link legt tussen film en magie, maar wel de eerste regisseur die ook de formele analogie overneemt. Net als een goocheltruc bestaat deze Victoriaanse thriller over koortsig gedreven jongens, magie en wetenschap uit drie aparte aktes die uitmonden in 'the prestige', oftewel het slotgedeelte waarin het konijn uit de hoed wipt en de kijker zich met open mond achter de oren krabt. Volg de raad van Michael Caine dus maar op wanneer hij je in het openingsshot vraagt om aandachtig te kijken, ook al heeft deze verfilming van Christopher Priests bizarre roman (een mix van kostuumdrama, thriller en sciencefiction) méér te bieden dan een portie hocuspocus en een - helaas - ontgoochelende ontknoping. Onder de magische structuur schuilt namelijk een moerasdonkere en knap vertolkte psychothriller over obsessie, eerzucht en fatalisme - typische Nolanthema's dus - die eerder aan Ridley Scotts The Duellists doet denken dan aan witte konijnen of doorgezaagde assistentes. Centraal daarin: de rivaliserende goochelaars Robert Angier (Hugh Jackman) en Alfred Borden (Christian Bale), de één een succesvol performer die broedt op die ene, geniale goocheltruc; de ander een houten klaas met cockneyaccent die met enkele ingenieuze vondsten de jaloezie van zijn collega opwekt. Wat volgt, is een slopende en meeslepende concurrentieslag waarbij Nolan je meelokt naar de schemerzone tussen magie en wetenschap, passie en obsessie, Houdini en whodunit; inclusief tragische afloop. Scarlett Johansson is betoverend als sexy assistente, Michael Caine als variétémentor en David Bowie als de bizarre uitvinder Nikola Tesla, meteen het enige personage dat ook écht heeft bestaan. Toegegeven: de kans dat u Nolans trucjes vroegtijdig doorziet, is niet denkbeeldig en als goochelaar is hij dan ook hooguit geschikt voor een kinderpartijtje, maar who cares? Als volleerd beeldenmagiër tovert de rotgetalenteerde Brit weer enkele fascinerende scènes uit zijn mouw, jaagt hij zijn geobsedeerde antagonisten met trefzekere hand de ondergang in en beamt hij je met zijn exquise productiedesign linea recta terug naar Londen anno 1900. En ondertussen doet hij datgene waar hij ook in al zijn eerdere werk zo bedreven in bleek: de mechaniek van een film ontrafelen en voor de ogen van de geïntrigeerde kijker zitten klooien met de bouten en schroeven ervan. Analyse this, David Copperfield! Dave Mestdach