Scott Plagenhoef & Ryan Schreiber (samenstellers), Fireside, 208 blz., euro15
...

Scott Plagenhoef & Ryan Schreiber (samenstellers), Fireside, 208 blz., euro15 Dankzij zijn messcherpe, zij het wat snobistische popkritiek bekleedt het vanuit Chicago opererende Pitchfork vandaag een heuse machtspositie in de hippere muzikale kringen. De in 1995 opgestarte website kan carrières maken én kraken. Vraag dat eerste maar aan Arcade Fire of Clap Your Hands Say Yeah, en dat tweede aan Travis Morrison. Wie? Precies. Waarom oprichter en baas Ryan Schreiber met dit eerste boek uitgerekend nu de sprong naar papier waagt, is niet meteen duidelijk. Al jarenlang kun je op zijn website immers diverse, gelijkaardige platenlijsten raadplegen. Het verschil is wellicht dat The Pitchfork 500 al bij al méér is dan louter een bladerboek rond enkele 'essentiële' songs uit de indierock, hip-hop, elecktronica, pop, metal en experimentele muziek. De losse chronologie en overzichtsstukken maken dat je dit werk ook gewoon van voor naar achter kunt lezen. Al kent het doelpubliek de beschouwingen over de punkethiek (1980-1982), de nieuwe verbreding tussen alternatief en mainstream (1994-1996) of de wereldwijde versplintering van het muzikale aanbod (2003-2006) waarschijnlijk ook al van achter naar voor. Links en rechts dikt het boek die tijdslijn aan met een weinig informatieve, maar des te hautainere belichting van undergroundfenomenen (riot Grrrl, mashups), genres (italo disco, slowcore) of ronduit onnozele hokjes (yacht rock, waartoe de Doobie Brothers dan zouden behoren). Dit is Pitchforks gekende 'bespreek en heers'-principe op zijn meest verwaarloosbare manier. Maar je grijpt nu eenmaal in de eerste plaats naar dit boek om te zien wat de comrades of cool ons, het popproletariaat, zoal in het oor willen blazen. Grootste verrassing: naast de usuals suspects (Wire, Aphex Twin, GZA) en de vergeten helden (The Feelies, Spoonie Gee, Omni Trio) blijkt ook bedenkelijk volk als Journey, ABBA, Don Henley en Duran Duran de selectie te hebben gehaald. Nochtans: in de colofon staat geen Deckers of Ornelis te bespeuren. Sommige stukjes missen punch en originaliteit, maar even vaak slaan ze spijkers met koppen. 'Een gitaargod zonder stadion', zo wordt Dinosaur Jr.-voorman Jay Mascis bijvoorbeeld treffend neergezet. Of wat dacht u van deze openingszin bij Human Fly van The Cramps: ' There are few forms of rock criticism as potent as starting a band.' Als u ons nu wilt excuseren: wij gaan onze gitaar stemmen. KURT BLONDEEL