The Mario Bava Collection: Black Sunday (1960), Black Sabbath (1963), A Bay of Blood (1971), Baron Blood (1972), The House of Exorcism (1974)

FILMS: *** EXTRA'S: 0 (PARADISO)
...

FILMS: *** EXTRA'S: 0 (PARADISO) Wie Italiaanse cinema zegt, denkt meteen aan ronkende namen als Fellini, Visconti, Antonioni. Een beetje minder aan flauwe hysterische kluchten, maar zeker niet aan horror (tenzij natuurlijk bij sommige komedies van Roberto Benigni). Toch kende de Italiaanse cinema in de jaren 60 en 70 een paar griezelfilmers van formaat, die met wisselend succes een mediterraan tintje gaven aan de Angelsaksische gotische traditie. Met als toonaangevend talent Mario Bava, door kenners beschouwd als de vader van de giallo, een type horrorfilm genoemd naar de gele kaften van pulpromans. Behalve bij verwoede griezelfanaten zal de naam Bava niet meteen een belletje doen rinkelen, maar de digitale herontdekking van zijn werk loont zeker de moeite. Al was het maar om de grote invloed die deze Italiaanse cineast uitoefende op de hedendaagse huiverfilm. Zo nam Dario Argento duidelijk de fakkel over van de in 1980 overleden Bava en zet hij met zijn superesthetiserende terreurfilms diens vormexperimenten verder. De grillige, sprookjesachtige gruwel die Bava vanaf zijn eerste film Black Sunday introduceert, wist zeker ook de Tim Burton van Sleepy Hollow en Corpse Bride te bekoren. En met A Bay of Blood (Reazione a Catena), een aflossingskoers waarin elke nieuwe moordenaar het volgende slachtoffer wordt, maakte Bava een even stijlvolle als absurde voorloper van de Friday the 13 th-cyclus en het hele slasher-genre dat daaruit ontsproot. Dat we te maken hebben met een rastalent merken we meteen aan de suggestieve proloog van Bava's debuutfilm Black Sunday (La Maschera del Demonio) waarin een heks (Barbara Steele) op gruwelijke wijze door de Inquisitie het zwijgen wordt opgelegd: ze krijgt een afschuwelijk masker in Satans gelijkenis op haar gezicht gespijkerd. Bava was jaren als fotografieleider actief vooraleer hij als regisseur aan de slag ging en is de meeste van zijn prenten zelf blijven fotograferen. Er staat bij al zijn films, zowel bij de successen als bij de rommel, duidelijk een man achter de camera die puur in functie van beelden en cinematografische ideeën denkt (niet zo evident als het lijkt, weet iedereen die vertrouwd is met de Vlaamse film). Zijn maniëristische stijl gaat geen enkele overdrijving uit de weg: spookachtige clair-obscur in zijn zwart-witfilms, gulzige kleuren in zijn Technicolor-festijnen, potsierlijk luxueuze interieurs, grillige cameravoering, effecten met de zoomlens à volonté, beeldrijmen en abrupte cuts, een klankbad volgestouwd met Italiaanse pop en elektronische kitsch. Deze formalistische agitatie gaat meestal ten koste van verhalende logica, zinnige karaktertekening en geloofwaardige vertolkingen. De rolbezetting is vaak een mix van Italianen die nauwelijks kunnen acteren en Hollywoodglories (Telly Savalas, Joseph Cotten, Boris Karloff) die betere tijden hebben gekend. De vrouwen in Bava's films worden op een bijna infantiele wijze geërotiseerd. Actrices lopen zo veel mogelijk in negligé of in diverse staat van ontkleding door het beeld. Bava gebruikt hun lichamen voor compositorische en picturale doeleinden, zoals een schilder of beeldhouwer dat zou doen. Zijn verzinsels zijn echter zo speels cinematografisch dat wie houdt van goedkope genrecinema zonder enig psycho-sociaal excuus, zich gewillig laat amuseren. Patrick Duynslaegher Patrick Duynslaegher