THE PRETTY BOYS AND DIRTY DEALS OF HENRY WILLSON
...

THE PRETTY BOYS AND DIRTY DEALS OF HENRY WILLSON Robert Hofler CARROLL & GRAF, 470 BLZ., euro 24,80 'Three men always translated as a night out with the boys, two men read as a date.' Dat was de gulden regel waarmee acteursmakelaar Henry Willson (1911-1978) zijn eigen homoseksualiteit en die van zijn prefab-Hollywoodsterren wist te beschermen. In de jaren '50 en '60 waren homoacteurs nog taboe, dus het was discretie geblazen voor elke homoacteur die onder Willsons vleugels naar het sterrenfirmament klom. Het leven van heteroseksicoon Rock Hudson, van wie pas in de jaren '80 (toen hij aan aids wegkwijnde) bekend werd dat hij 'anders' was, was hiervan de meest opmerkelijke illustratie. Hudson, schrijft Hofler, was voor Willson een voortdurende bron van kommer en kwel. De truckchauffeur die ooit 36 takes nodig had om één enkele lijn in Raoul Walsh' Fighter Squadron te zeggen, was allesbehalve discreet. 'Rock's sex drive was enormous', vertelt een van Willsons ex-cliënten. Volgens goed ingelichte bronnen was de hengst uit sekskomedies met Doris Day ( Pillow Talk, Lover Come Back), of de gevoelige bink uit Douglas Sirks fraaie melodrama's ( Magnificent Obsession, Written in the Wind) niet vies van openlijke paringsrituelen in supermarkten. Willson, een meester in de manipulatie van pers, overheid en maffia ten gunste van zijn cliënten, had met zijn meest succesvolle creatie zijn handen meer dan vol. Hudson was van '57 tot '67 de beroemdste acteur ter wereld, maar met het succes zwol ook de stroom van gedumpte ex-bedgenoten en afpersers aan. Jonge helden die een rolletje in een van Hudsons topfilms wilden, vielen steevast in 'the Rock trap': hij zoog hen seksueel leeg, waarna de gekneusde zielen zich tegen hem keerden en Willson mocht ingrijpen. Hij moest een FBI-onderzoek naar Hudsons homoseksualiteit doen ontsporen, liet zijn andere beschermelingen Rory Calhoun en Tab Hunter arresteren om Hudson uit de tabloids te houden, en ensceneerde een schijnhuwelijk terwijl hij politie en maffia clandestien inschakelde om alle sporen van Hudsons liederlijke nichtenleven uit te wissen. Henry Willson kon de ondergang van het studiosysteem niet verteren en ging in 1978 berooid en moederziel alleen de pijp uit. Maar zolang het liedje duurde, was hij een van de allergrootste droomfabrikanten van Hollywood, verslaafd aan de Amerikaanse mythe van normaliteit en wereldfaam. Hofler schuwt in deze perfect entertainende biografie de smeuïge details niet. Een knappe alternatieve geschiedenis van Tinseltown in de Koude Oorlog. Hans Comijn