The Knife ****

SILENT SHOUT
...

SILENT SHOUT V2 Geluk zit soms in een klein hoekje. De onverwachte hit die de Zweeds-Argentijnse artiest José Gonzalez scoorde met Heart-beats - met dank aan de reclamespot van Sony met de gekleurde stuiterballen - gaf ook The Knife, de auteurs van het bewuste nummer, een extra zetje. Samen met de gastrol die zangeres Karin Dreijer Andersson mocht vervullen op What Else Is There van Röyksopp zorgt dit voor meer dan gewone aandacht voor het tweede album van dit Scandinavische duo. En, laat ons dit maar meteen duidelijk stellen, Karin en haar broer Olof Dreijer verdienen de buzz. Hoeveel techno-acts kent u die songs kunnen schrijven die zelfs in een akoestische versie een groot publiek weten te beroeren? En hoeveel kunnen zich op een persoonlijke stijl beroepen? The Knife is een unicum. Op Silent Shout hebben de Dreijers hun draai volledig gevonden. Hun eersteling Deep Cuts maakte een nog wat chaotische indruk, maar Silent Shout baadt in één homogene sfeer. Een vrij onbehaaglijke sfeer, om precies te zijn. In eerste instantie denk je: wat een rare plaat. Maar na enkele luisterbeurten raak je bedwelmd door de donkere house van de tandem. Het vreemdste zijn de fucked up vocalen. Er worden echo's en filters op gezet, ze worden meermaals gedubd... The Knife kleurt buiten de lijntjes, maar doet het met verve. In Still Light wordt de stem van Karin Dreijer zowel opgetrokken tot kinderlijke hoogten als verlaagd tot een zware bas, en die twee extremen worden tegenover elkaar gezet. Bizar, zegt u? Een waas omhult zowel de zang als de analoge synthesizers, een bewuste zet wellicht om het mysterieuze karakter van de muziek te versterken. Het dreunende en dreinende Neverland klinkt zeer sinister, terwijl Dreijer in gebroken Engels raadselachtige regels in de mond neemt als ' he's pointing with the fingers that are left on his hand' en ' nothing is more fatal than an angry man'. In het titelnummer, gestuwd door een dreigende baslijn, zingt Dreijer over een nachtmerrie waarin ze haar tanden verloor. De lange ambientintro van The Captain had door een gedeprimeerde Ryuichi Sakamoto gecomponeerd kunnen zijn, en wanneer spookstemmen opdoemen, lijkt het doemscenario compleet. Vergelijkbaar is From Off To On: de onderwatergeluiden had Enya kunnen verzinnen, maar bevreemdend gefluister over onbestemde gevoelens stuurt het nummer richting hel. Als je dit in een verduisterde kamer tot je neemt, krijg je er gegarandeerd schrik van. En toch schuilt er ook een zekere speelsheid in dit album - de synthmotiefjes van Olof Dreijer zorgen soms voor de nodige lichtheid. Zijn arrangementen zijn tegelijk simpel en inventief. Housebeats en versplinterde klanken geven We Share Our Mother's Health een up-gevoel. Bijzonder maf is Na Na Na: Karin Dreijer zingt als een elfje vrijuit over menstruatie, om te besluiten met de boodschap: ' what I need is chemical castrations, hope and godspeed'. En wat gezegd van de ironie van het ' ho ho ho ho' lachrefrein van het toepasselijk getitelde One Hit? Even grotesk als de humor is bij momenten de muziek. Forest Families komt dicht in de buurt van de theatraliteit van de Belgische commerciële dance genre Milk Inc. Marble House, een duet met de onvolprezen Jay-Jay Johanson, lijkt even banaal als de meeste andere liefdesliedjes, maar onderhuids voel je het drama lonken. Niets is wat het lijkt. Handelt Like A Pen, een poppy song op klaterend ritme, overigens over masturbatie? Hoofdbrekens genoeg. Silent Shout blijft intrigeren, van de eerste noot tot het laatste woord. Peter Van Dyck